Ook opvang voor Oekraïense vluchtelingen bijna vol – nieuwe golf kunnen gemeenten ‘nauwelijks’ aan

Gemeentelijke opvang Elke dag komen er nog tweehonderd Oekraiënse vluchtelingen aan in Nederland. Nog even en de opvang zit vol.

In de sporthal van het Noord-Hollandse Wormer worden Oekraïense vluchtelingen opgevangen.
In de sporthal van het Noord-Hollandse Wormer worden Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Foto Olaf Kraak/ANP

Het piept en het kraakt in de opvang voor Oekraïense vluchtelingen. Bijna een halfjaar na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne komt het moment dat de opvang in Nederland vol zit, steeds dichterbij.

Het is al wekenlang kielekiele bij de opvang voor Oekraïners. Nog elke week komen er gemiddeld 1.500 Oekraïense vluchtelingen in Nederland aan, meer dan 200 mensen per dag. Vorige week waren ruim 70.000 Oekraïners in Nederland geregistreerd, van wie ruim 55.000 in gemeentelijke opvanglocaties zaten. En daar loopt het langzamerhand vol. Sinds begin juni is 90 procent van de beschikbare bedden bezet. Vorige week werd een hoogtepunt bereikt: toen lag de bezettingsgraad op 94 procent.

Met angst en beven kijken gemeenten naar de komende weken, blijkt uit een recent gepubliceerde inventarisatie van het kennisinstituut NIPV, het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, dat twintig burgemeesters en verantwoordelijken bij de veiligheidsregio’s sprak. „Een onverhoopte nieuwe golf vluchtelingen kunnen we nauwelijks aan”, schrijft het NIPV.

De opdracht van het kabinet 50.000 bedden voor Oekraïners te regelen hebben gemeenten volbracht. Maar daarbovenop deed staatssecretaris Eric van der Burg (Justitie en Veiligheid, VVD) eind april het verzoek om nog eens 25.000 noodopvangplekken te realiseren. Dat aantal is begin augustus nog lang niet gehaald. Het ministerie verwacht „in de komende weken” de 60.000 aan te tikken. Maar gemeenten en veiligheidsregio’s vragen zich af hoeveel plekken ze nog kunnen regelen.

Te weinig locaties

Bestuurders zeggen tegen het NIPV dat het „laaghangend fruit” qua locaties al is geplukt. Nu worden Oekraïners vooral opgevangen in voor de hand liggende locaties als hotels, omgebouwde kantoren en op cruiseschepen. Het wordt steeds lastiger geschikte woonruimtes te vinden.

Bovendien neemt de solidariteit tussen gemeenten en regio’s onderling af. „Niet iedereen levert”, klinkt het uit de mond van de geïnterviewde bestuurders. Gemeenten „duiken” en komen met het excuus dat de gemeenteraad, het college of de bevolking geen opvang wil. Of ze zéggen structurele opvang te organiseren, maar blijken bijna niets te regelen. Ook zijn er gemeenten die helemaal niets doen – „die vooral stil blijven zitten en nooit de vinger opsteken”.

Asielopvang is ongelijk verdeeld over het land

Ook vrezen de bestuurders dat het draagvlak in de samenleving afneemt voor de opvang van Oekraïners. Steeds vaker horen zij geluiden als „mijn kind kan geen plek vinden in die studentenstad” of „ik wacht met mijn gezin zelf al jaren op een geschikte of betaalbare woning”.

En dat is nog niet alles. 20.000 Oekraïners vonden maandenlang onderdak buiten de gemeentelijke opvang, veelal bij particulieren. Dat aantal nam de laatste weken af. In de maand juli waren dat zo’n 2.000 Oekraïners minder dan een maand eerder. „Het vermoeden is dat een groot deel van hen van de particuliere opvang naar de gemeentelijke opvang verplaatst is”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

De gemeenten en veiligheidsregio’s verwachten dat veel Oekraïners niet meer teruggaan. Sterker nog, ze houden rekening met gezinshereniging, waardoor er nog meer Oekraïners naar Nederland zullen komen.

Nieuwe golf vluchtelingen kunnen we nauwelijks aan

Bestuurders tegen kennisinstituut

Het ministerie van Justitie en Veiligheid ziet ook dat er een gebrek aan geschikte locaties is en te weinig personeel bij gemeenten. Maar de woordvoerder benadrukt dat ze erop inzetten om „iedere ontheemde uit Oekraïne die zich meldt onder alle omstandigheden onderdak te bieden”.

Drie crises

Om de druk op de opvang te verlichten, nam staatssecretaris Van der Burg eind juli het besluit om mensen met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning – veelal studenten uit het Midden-Oosten of Afrika – te weren bij de Oekraïne-opvang. Het was vaak niet te controleren of deze zogenoemde ‘derdelanders’ daadwerkelijk over de juiste papieren beschikten en die controle werd vaak gedaan door gemeenteambtenaren die daar niet voor zijn opgeleid.

Tot nu toe zouden zo’n 5.500 derdelanders in de gemeentelijke opvang zitten, zij mogen daar blijven. Maar vanaf nu mogen alleen mensen met een Oekraïens paspoort nog worden opgevangen door gemeenten, nieuwe derdelanders moeten zich melden bij het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel.

Deze crisis zag het COA al jaren aankomen

En daarmee neemt de druk op de andere noodsituatie in Nederland toe: de asielcrisis. Oekraïners hebben dankzij Europese regelgeving een aparte status, waardoor zij geen asiel hoeven aan te vragen. Bovendien mogen ze werken, vrij reizen en wonen waar ze willen. Dat geldt voor asielzoekers uit andere landen niet.

Ook voor deze asielzoekers moeten gemeenten opvangplekken regelen. Dat lukt niet altijd, wekenlang overnachtten er mensen buiten de poort van het aanmeldcentrum in Ter Apel op de grond. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat de opvang voor asielzoekers regelt, komt duizenden plekken tekort. Bovendien worden de asielzoekerscentra voor een derde bewoond door statushouders – mensen die eigenlijk al een eigen huis zouden moeten hebben.

Deze 15.000 mensen wachten op de gemeentes. Die hebben de afgelopen jaren te weinig plekken geregeld. Onlangs vroeg het kabinet om een versnelling in de huisvesting van statushouders: 7.500 mensen in zes weken. Dat lijkt onhaalbaar, aangezien veel gemeenten een achterstand hebben en de druk op de woningmarkt maar niet lijkt af te nemen.

Voor deze drie crises – de Oekraïneopvang, de asielopvang en het huisvesten van statushouders – lijkt de komende maanden geen oplossing te komen. Sterker nog, de gemeenten en veiligheidsregio’s houden rekening met nieuwe „forse aantallen vluchtelingen”. Daarbij denken ze aan de 1,5 miljoen Afghanen die nu nog in Turkije verblijven en Oekraïners die in de winter alsnog naar Europa vluchten.