Opinie

Sommigen leken met Pride te denken: ‘Is het nou nóóit genoeg, stelletje zeikerds?’

Frank Huiskamp

Voor het eerst in drie jaar kon ik in mijn eigen stad weer eens lekker ‘homo’s gaan kijken’, zoals Jan Roos zijn Twittervolgers o zo vriendelijk toewenste. Ik wurmde me als vanouds door een benauwende grachtenmenigte, bleef af en toe staan om de extase van mijn gemeenschap zwaaiend mee te vieren of om met mijn vriend te lachen om de taalcreativiteit van al die bedrijven die je verder nooit zo uitgesproken ziet. Ik sta in een rok en draag plateauzolen, achter me staat een groepje mannen voetbaltransfers te bespreken. Ik genoot een hoop, ergerde me een beetje. Kortom: het was een Canal Parade volgens het boekje.

Vergeef mijn cynisme, maar ik merk dat we langzaam stil zijn blijven staan. Ik denk nog vaak aan die keer dat een kennis van me wilde weten – nou ja, eigenlijk zat het antwoord al in de vraag verstopt – of Pride nog wel nodig was. Of aan die keer dat ik als sportredacteur een tophockeyer vroeg wat hij dacht van het initiatief om regenboogbanden te dragen en hij zei dat hij het wat overdreven vond: „Ze hebben toch al een hele dag?”

Maar dat is dan nog buiten de lgbtqia+-gemeenschap. Ik zie dat een soortgelijk sentiment ook ín de gemeenschap is binnengedrongen. ‘Is het nou nóóit genoeg, stelletje zeikerds?’ In NRC werd directeur Lucien Spee geïnterviewd over het plan van de gemeente Amsterdam om Pride inclusiever te maken, mee te laten groeien met de tijdgeest. Die liet zich wel heel erg kennen. Mensen reageren „te veel vanuit emotie” en de gemeente is die emoties „te serieus” gaan nemen. En op de vraag waarom sommige groepen zich niet vertegenwoordigd voelen in de huidige opzet: „Sommige mensen haten witte mannen.”

Het lijkt soms of we onze acceptatie overschatten en daardoor onterecht koesteren. Zelfs de status quo is niet iets om kritiekloos trots op te zijn. Niet zolang ik zoals laatst nog appjes krijg van vrienden die onderweg naar huis zijn achtervolgd, verbaal zijn lastiggevallen of in elkaar getrapt zijn.

Los daarvan: waarom zouden wij in Nederland, het eerste land dat het huwelijk openstelde voor partners van hetzelfde geslacht, niet weer een voortrekkersrol willen nastreven? Onze zelfgenoegzaamheid staat vooruitgang in de weg.

De afgelopen tien jaar zijn we voorbijgehold, zo blijkt bijvoorbeeld uit de Spartacus Gay Travel Index van de queer-vriendelijkste landen. We scoorden in 2012 acht punten op de verschillende onderdelen, in 2021 nog steeds. Toen was dat genoeg voor plek drie wereldwijd, nu voor plek veertien. En waar ligt dat aan? Dat de gemeenschap en haar issues zijn veranderd, maar wij niet mee zijn veranderd.

Zaterdagnacht stond ik ver van de dagjestoeristen met kattenoortjes, plakdiamantjes en vervaagde regenboogschmink op een feestje waar iedereen eraan werd herinnerd dat Pride bovenal een protest is. We vierden dat we gevierd mogen worden, we koesterden dat we gekoesterd worden en stonden stil bij dat we nog verder moeten.

Frank Huiskamp vervangt de komende weken Marcel van Roosmalen.