De springruiters zijn soms iets te veel ‘kermisklantjes’

WK paardensport Met de nieuwe bondscoach Jos Lansink start de springploeg woensdag op het WK. Met een vijfde plek is ook Parijs 2024 gehaald, maar de prestaties zijn al lange tijd ondermaats.

In het Deense Herning wordt het WK gehouden. Eerst waren de dressuurrijders in het stadion aan de beurt, de springruiters komen vanaf woensdag in actie.
In het Deense Herning wordt het WK gehouden. Eerst waren de dressuurrijders in het stadion aan de beurt, de springruiters komen vanaf woensdag in actie. Foto ANP/Imago Sportfotodienst GmbH

De springsport is onvoorspelbaar, dat bleek drie weken geleden maar weer eens. Op 20 juli maakte bondscoach Jos Lansink zijn definitieve team voor het WK in het Deense Herning bekend. En precies een dag later kwam Willem Greve, één van de geselecteerde ruiters, ongelukkig ten val kwam tijdens een concours. Gevolg: een gebroken enkel en bovenarm. En een afmelding voor Herning.

Pech voor Greve en voor Lansink, voor wie het WK zijn eerste grote toernooi als bondscoach is. Greve en zijn paard waren „een van de sterkere combinaties”, zegt Lansink. „Een steunpilaar valt weg.” Kort daarvoor was al bekend geworden dat Marc Houtzager, onderdeel van het Olympisch team van Tokio in 2021, ook moest afhaken voor het WK vanwege een hoefblessure van zijn toppaard Dante.

Deze woensdag komt de vierkoppige springploeg voor het eerst in actie in Herning. Twee andere Olympische ruiters van Tokio komen wel in actie: Harrie Smolders en Maikel van der Vleuten. Die laatste behaalde individueel brons bij de Spelen. De eveneens ervaren reserve Jur Vrieling schoof door om de plek van de uitgevallen Greve op te vullen.

Talent Sanne Thijssen werd voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands team. Met haar 23 jaar is ze nog jong, zegt Lansink. „Maar ik denk persoonlijk dat ze wel met de druk om kan gaan.”

Het doel van dit WK is duidelijk: minstens vijfde worden en zo een startbewijs binnenhalen voor de Spelen van Parijs, 2024. Hoe haalbaar is dat? Lansink: „Als ik heel eerlijk ben kan dat alle kanten uitgaan. Er zijn zes of zeven sterke landen. De vorm van de week zal doorslaggevend zijn. Als je in het begin teveel fouten maakt, dat blijft je dat de rest van de dagen achtervolgen.” De landenteams rijden drie dagen achtereen in verschillende rondes tegen elkaar voor een plek op het podium. Op zondag wordt ook nog individueel gereden.

‘Rust en duidelijkheid’

Bondscoach Jos Lansink volgde in januari Rob Ehrens op, wiens contract na zestien jaar niet verlengd werd door paardensportbond KNHS. Redenen daartoe waren de magere prestaties van de springploeg de afgelopen jaren. Ook zou Ehrens te weinig zichtbaar zijn geweest.

Wat is het stempel dat Lansink, zelf zevenvoudig Olympisch deelnemer, drukt? „Jos laat niets aan het toeval over”, zegt Iris Boelhouwer, technisch directeur van de KNHS. „Hij gaat heel planmatig te werk: dit is het doel, hier gaan we pieken. Rust en duidelijkheid, dat is de hand van Jos.”

Lansink zelf zegt dat hij veel nadruk heeft gelegd op de jaarplanning van zijn team, op het kiezen welke wedstrijd wel gereden wordt en welke niet. „Ik heb gezegd: probeer niet te veel te doen.”

Want dat ligt op de loer in de springsport. Het programma van topspringruiters en -amazones is de laatste jaren veel drukker geworden, door commerciële concoursen Rolex Grand Slam en de Global Champions Tour. Die zijn lucratief, maar kosten ook veel tijd en energie van zowel berijders als paarden. Dat kan ten koste gaan van de prestaties op een WK, zegt Lansink. „Je zult keuzes moeten maken. Je kunt niet op elke kermis dansen. Minder kan af en toe ook meer zijn, dat heb ik als ruiter zelf ook altijd gemerkt.”

Lees ook: een profiel van amazone Sanne Thijssen, lid van de springploeg die meedoet aan het WK. Ze houdt van extreme paarden.

„Ik noem de springruiters en -amazones wel eens liefkozend mijn kermisklantjes”, zegt Boelhouwer van de KNHS. „Ze zijn zoveel van huis. Van woensdag tot en met zondag. Tegenwoordig kun je elk weekend wel kiezen voor meerdere wedstrijden op het hoogste niveau.” Wie relatief weinig rijdt zakt weg op de wereldranglijst, en is op minder concoursen welkom.

De springsport moet uitkijken om niet „richting golf of tennis te gaan”, vindt Boelhouwer. „Dat je alleen nog maar commerciële circuits hebt, zoals Wimbledon. Dan gaan de prijzen boven de lands-eer.”

Paarden verkocht

Het gaat al jaren niet geweldig met het Nederlandse springen. De laatste Olympische teammedaille was tien jaar geleden: zilver tijdens de Spelen van 2012 in Londen. Vrieling en Van der Vleuten reden toen ook. De opdracht aan Lansink van de KNHS is dan ook om over twee jaar in Parijs als team weer op het podium te staan.

Eén van de problemen is dat beloftevolle paarden geregeld naar het buitenland verdwijnen omdat ze verkocht worden. Lansink: „Nederland is en blijft een handelsland.” Het is als eigenaar van een goed presterend paard ook lastig hoe je de keuze maakt tussen geld en sportprestatie, zegt hij. Neem Team Nijhof, de hengstenhouderij die eigenaar is van Grandorado, waarmee Willem Greve rijdt. Besloten werd om een tijdlang niet met de hengst te dekken, om zo goed mogelijk sportief te kunnen presteren. Maar toen viel Greve dus net voor het WK uit met een arm- en enkelbreuk. Lansink: „Zij zijn veel geld misgelopen.”

Er wordt wel al jaren geprobeerd om goede paarden te behouden voor de Nederlandse sport. Deels met succes: vorige week werd bekend dat het de stichting Nederlands Olympiade Paard (NOP) – gefinancierd door sportkoepel NOC-NSF en de KNHS – is gelukt om twee topspringpaarden voor langere tijd vast te leggen. De eigenaren krijgen een financiële vergoeding, zodat ze in Nederland kunnen blijven. Het gaat om Beauville Z en Monaco, waarop respectievelijk Van der Vleuten en Smolders rijden.

In Herning is dit meteen zichtbaar: de paarden verschijnen woensdag aan de start met hun ‘nieuwe’ namen Beauville Z N.O.P. en Monaco N.O.P.