Roken tijdens zwangerschap geeft tien jaar later kleinere hersenen bij kind

Wetenschap Onderzoek van het Erasmus MC toont aan dat roken tijdens de zwangerschap tot lang na de geboorte negatieve gevolgen heeft voor de hersenontwikkeling van het kind.

In 2021 rookte acht procent van de zwangere vrouwen in Nederland op enig moment tijdens de zwangerschap.

In 2021 rookte acht procent van de zwangere vrouwen in Nederland op enig moment tijdens de zwangerschap.

Foto Getty Images

Kinderen van moeders die blijven roken tijdens de zwangerschap hebben op 10-jarige leeftijd meetbaar kleinere hersenen. Dat concluderen wetenschappers van het Erasmus MC in een onderzoek dat afgelopen week verscheen. De studie onderstreept dat roken tijdens de zwangerschap tot lang na de geboorte negatieve gevolgen kan hebben voor het kind.

„Dit levert nieuwe inzichten op”, zegt Corine Verhoeven, hoogleraar verloskundige wetenschap aan de University of Nottingham. „Het is bekend dat roken in de zwangerschap risico geeft voor verminderde gezondheid van kinderen op lange termijn, maar bij mijn weten is dit voor het eerst dat gevolgen voor hersenontwikkeling op deze leeftijd zo is aangetoond.”

In 2021 rookte acht procent van de zwangere vrouwen in Nederland op enig moment tijdens de zwangerschap, blijkt uit cijfers die het Trimbos-instituut verzamelde. 4,8 procent rookte gedurende de gehele zwangerschap. Dat percentage schommelt al vijf jaar rond dezelfde waarde. Vrouwen met een laag inkomen en lage opleiding roken vaker door tijdens de zwangerschap dan vrouwen met een hogere sociaal-economische status.

Lastig te onderzoeken

De risico’s van roken voor ongeboren en pasgeboren kinderen zijn vaak onderzocht en breed bekend. Zo hebben rokende zwangeren een hogere kans op een miskraam of vroeggeboorte. Pasgeborenen van rokende moeders hebben bij geboorte een kleinere hoofdomtrek en een lager geboortegewicht.

Maar de gevolgen van roken tijdens de zwangerschap later in het leven van het kind zijn lastiger te onderzoeken. Het Rotterdamse onderzoek naar hersengrootte maakt deel uit van de Generation R-studie. Daarin worden de ontwikkeling en gezondheid van opgroeiende kinderen in Rotterdam over meerdere jaren gevolgd.

Onderzoekers analyseerden de gegevens van 2.704 vrouwen en hun kinderen. Deelnemende vrouwen die tussen 2002 en 2006 zwanger waren, werden nog tijdens hun zwangerschap gevraagd of ze rookten. 364 vrouwen uit deze groep (13,5 procent) bleven roken tijdens de zwangerschap. 238 vrouwen (8,8 procent) stopten zodra ze erachter kwamen dat ze zwanger waren. Met een MRI-scan bepaalden de onderzoekers hersenomvang en -structuur van kinderen toen ze tussen de 9 en 11 jaar oud waren.

De kinderen van doorrokende moeders hadden niet alleen een kleiner totaal hersenvolume, maar ook minder witte stof (voor signaaloverdracht tussen hersencellen) en grijze stof (waar de meeste hersencellen huizen) en minder diepe hersenwindingen (gyri) dan moeders die nooit hebben gerookt of na het eerste trimester waren gestopt. De Rotterdammers hebben in deze studie niet onderzocht of de kinderen van doorrokende moeders ook cognitieve nadelen ondervonden. „Maar over het algemeen kun je stellen dat kinderen met kleinere hersenen een lager IQ en meer gedragsproblemen hebben”, zeg Runyu Zou, epidemioloog en eerste auteur van het artikel.

Lees ook: baby’s bij geboorte lichter door nabijheid chemische industrie

Ontwikkeling van hersenen

De onderzoekers benadrukken dat er geen verschillen waren tussen kinderen van moeders die nooit rookten en moeders die vroeg in de zwangerschap waren gestopt. Pas later in de zwangerschap komt groei en ontwikkeling van hersenen echt op gang. „Zelfs al heeft een vrouw de eerste 10 weken van de zwangerschap gerookt, heeft stoppen nog steeds zin”, zegt Zou.

„Liever stoppen jonge mannen en vrouwen dus nog voor ze zwanger proberen te raken”, zegt Corine Verhoeven. „Juist in het begin van de zwangerschap worden alle belangrijke organen aangelegd. Kortom, bij kinderwens: eerst stoppen met roken, daarna pas met anticonceptie.”

Blijven de verschillen in hersenomvang het hele leven bestaan? „Dat kunnen we op basis van dit onderzoek niet stellen”, zegt Zou. „Misschien trekken verschillen later in het leven bij. Het brein is een plastisch orgaan.” Zou en zijn collega’s zijn van plan het onderzoek te herhalen als de Generation R-deelnemers pubers en jong-volwassenen zijn.