Stikstofgrens wordt betwist maar is ‘wel degelijk robuust’

Stikstofreductie Boeren vinden reductie van stikstof te makkelijk. Wetenschappers vinden stikstofgrens wél belangrijk voor natuurbescherming.

Jeroen van Maanen (FDF, links) en Bart Kemp (Agractie) staan de pers te woord na het gesprek tussen voorzitter Johan Remkes, het kabinet en de boerenorganisatie over de stikstofproblematiek.
Jeroen van Maanen (FDF, links) en Bart Kemp (Agractie) staan de pers te woord na het gesprek tussen voorzitter Johan Remkes, het kabinet en de boerenorganisatie over de stikstofproblematiek. Jeroen Jumelet/ANP

Raad eens wie ruim twee jaar geleden schreef dat om de natuur te herstellen de stikstofemissies binnen tien jaar met 50 procent moeten zijn gedaald?

Het was Johan Remkes, voorzitter van het adviescollege stikstofproblematiek in het rapport ‘Niet alles kan overal’. Remkes is de man onder wiens leiding het kabinet en een delegatie van boze boeren in Utrecht vrijdag hebben gesproken over mogelijke versoepelingen van de maatregelen. Remkes is volgens de boeren niet de meest voor de hand liggende onafhankelijke voorzitter van de gesprekken die tot een verzoening moeten leiden, en daar hebben ze een punt; het was Remkes die met zijn adviescollege de latere kabinetsmaatregelen legitimeerde. De reductie van 50 procent is nodig, schreef Remkes, om te bereiken dat uiterlijk 2040 de ‘kritische depositiewaarde’ voor stikstof niet langer wordt overschreven. Die waarde is „de hoeveelheid depositie die een ecosysteem nog kan verdragen zonder schade te ondervinden”, citeert Remkes wetenschappelijk onderzoekers uit Wageningen.

Schade aan natuur

Het zijn deze doelstellingen én de berekening van deze kritische depositiewaarde van het huidige kabinet die veel boerenorganisaties nu ter discussie stellen, van vakorganisatie LTO Nederland tot de meer radicale Farmers Defence Force. Niet alleen zijn volgens de boeren de doelen en het tempo van de reductie onhaalbaar, ook deugt er volgens hen weinig van de rigide stelling dat áls er een bepaalde hoeveelheid stikstof in kwetsbare natuur terecht komt, dit leidt tot onherstelbare schade. De vraag is niet alleen of Nederland altijd maar dezelfde kwetsbare plant- en diersoorten natuur moeten blijven beschermen, want natuur verandert voortdurend en ook andere natuur is de moeite waard, redeneren ze. Ook is het volgens hen heus niet alleen het veronderstelde surplus aan stikstof dat kwetsbare natuur de das omdoet. Ze krijgen daarbij steun van Tweede-Kamerlid Derk Boswijk (CDA). Die schreef vrijdag in De Telegraaf dat er ook gebieden zijn waar die vermaledijde kritische depositiewaarde wordt overschreden, „maar de natuur er veel beter voor staat dan je op basis van de modellen zou denken”. Boswijk: „De kwaliteit van de natuur hangt in de praktijk namelijk af van meer factoren dan alleen stikstof. De waterhuishouding en het natuurbeheer zijn ook van groot belang.”

Koren op de molen van de boeren, die aan deze redenering meestal nog toevoegen dat áls er in kwetsbare natuur te veel stikstof terechtkomt, er andere methoden zijn voor natuurherstel dan alleen van boeren te eisen dat ze minder stikstof uitstoten.

Wetenschappelijk onderzoek

Toch snijdt de kritiek geen hout, zeggen wetenschappelijk onderzoekers. Steeds opnieuw blijkt uit onderzoek dat wel degelijk goed is vast te stellen dat kwetsbare natuur ernstige schade wordt toegebracht boven een bepaalde stikstofgrens. En die conclusie is des te robuuster, stelt stikstofexpert Jan Willem Erisman, aangezien de onderzoeken zijn verricht in gebieden waar andere factoren, zoals droogte, juist op orde waren. Er zullen zeker verschillen zijn in natuurkwaliteit tussen bijvoorbeeld de blauwgraslanden in Friesland en die in Zuid-Holland, erkent Erisman, maar de kritische depositiegrens is hetzelfde. Wel zou volgens Erisman deze „zwart-wit juridische maat” beter vergezeld kunnen worden door andere kritische grenzen, zoals voor gebrek aan water of voor het natuurbeheer – maar zulke criteria zijn er eigenlijk nauwelijks.