Opinie

De sharkmethode

Nicolien Mizee

Toen ik zeven jaar was, schreef ik mijn eerste boek, samen met mijn vriendin Fiep. We mochten de typmachine van mijn vader gebruiken. „Zoek jij de ‘d’”, zei ik tegen Fiep. „Dan doe ik de ‘e’.” Aan het eind van de dag was het boek af. Het was maar kort, een halve bladzijde. De titel was: De tweeling Fiep en Nicolien gaat diepzeeduiken.

Pas een halve eeuw later zou ik mijn zwemdiploma halen. Schoolslag, rugslag, watertrappelen – ik deed het allemaal. Alleen de borstcrawl lukte niet. Tot verbazing van de zwemleraar zwom ik langzaam maar gestaag achteruit. Slechts door me hard tegen de kant af te zetten, haalde ik de vereiste vijf meter.

Een paar weken na het afzwemmen las ik dat er in Portugal speciale borstcrawlcursussen werden gegeven volgens de gecertificeerde Shark-methode. In mijn verbeelding zag ik me al als een haai door het water schieten.

„Ik ga mee!”, riep Fiep. „De tweeling Fiep en Nicolien gaat borstcrawlen!”

Twee maanden later stonden we aan de rand van het zwembad. We waren bang geweest dat de andere cursisten allemaal jonger, slanker en sportiever zouden zijn dan wij, maar dat viel mee. Er was een mevrouw bij in een rolstoel en een man op krukken die slechts één been had. Ook waren er twee kogelronde vrouwen en een man met een blindenstok. Iedereen was ruim boven de zestig.

Het bleek niet de Shark-methode te heten, maar de Shaw-methode. Ene meneer Shaw had een zwemslag uitgevonden waarbij je op elke twee tellen rust slechts één tel kracht hoefde te zetten.

„Deze methode is gebaseerd op de Alexandertechniek”, zei de docent. „Dat is een bewegingsleer die zich richt op ontspanning.”

Ik werd er opgewonden van. Met een nauw merkbare beweging zou ik als een vis door het water glijden. Zoiets als vliegen!

Elke ochtend hadden we drie uur les in het zwembad en elke middag twee uur bewegingsles op het droge. Vreemd genoeg zorgde juist die ontspanning voor een hoop emoties. Er werd gehuild en gesnikt. Een man biechtte op dat hij, na een missie in Afghanistan, aan ptss leed. Mijn anders zo vrolijke vriendin Fiep had een verre uitdrukking in haar ogen. „Dit wordt het begin van een nieuw leven”, zei ze tegen mij. „Ik heb altijd alles op kracht gedaan. Dat was fout, dat zie ik nu in.”

De enige die geen enkele moeite met die ontspanning had, was ik. In het water zonk ik van pure ontspanning traag naar de bodem. De lammen en de blinden schoten me als palingen voorbij, ook de man met het ene been.

„Ontspannen is goed, maar je moet op de derde tel wel kracht zetten”, zei de leraar. „Ready, steady, go! Go! Go! Go! Harder! Kracht!”

Aan het eind van de week kon ik drie slagen crawlen. Er werd een filmpje van gemaakt. Ik stuurde het door aan Thijs.

„Heel mooi!”, schreef hij. „Is het in slow-motion?”

Maar toch: ik ging niet langer achterwaarts, maar voorwaarts. Dat was al heel wat, op mijn zevenenvijftigste.

Dit is de laatste column van Nicolien Mizee. Volgende week is Frits Abrahams terug.