Reportage

Chinese cyberslaven in Cambodjaanse torenflats: de maffia van Sihanoukville

Online dwangarbeid Opgesloten in Cambodjaanse torenflats verdienen duizenden mensen via online oplichting geld voor de Chinese maffia. Wie weigert, riskeert marteling.

Een van de duizenden Chinese bouwprojecten in havenstad Sihanoukville, Cambodja in 2020.
Een van de duizenden Chinese bouwprojecten in havenstad Sihanoukville, Cambodja in 2020. Foto Paula Bronstein/ Getty Images

Lu Xiangri (32) wilde een beter leven. In mei 2020 reisde hij van zijn woonplaats in Zuid-China naar Cambodja en begon samen met een vriend een restaurant in de hoofdstad Phnom Penh – om in de coronacrisis al snel kopje onder te gaan. Hij kreeg de tip dat hij voor een mooi salaris aan de slag kon als restaurantmanager in de Cambodjaanse kuststad Sihanoukville. Maar daar aangekomen werd hij in een auto geduwd en in een torenflat achter een computer gezet. „Ik kreeg meerdere telefoons en moest valse identiteiten opzetten. Ik zei: dit is niet de baan waarop ik heb gesolliciteerd. Je werkt nu voor ons, zeiden ze.”

Lu, in een kraakhelder wit T-shirt met de opdruk Bonjour Madam, vertelt zijn verhaal in een koffiehuis dicht bij het vliegveld van Phnom Penh. Als de deur opengaat kijkt hij schichtig achterom. Het binnengekomen stel lijkt ongevaarlijk; hij vervolgt zijn verhaal.

Hij was in handen gevallen van de Chinese maffia. In de flat in Sihanoukville kreeg hij een lijst van bedrijven die door corona in de problemen waren gekomen. Die moest hij leningen aanbieden, gebaseerd op een piramide-constructie. „Ik zei: ik weet helemaal niet hoe ik dit moet doen. Maar daar hadden ze geen boodschap aan. Ze hadden 5.000 dollar voor mij betaald en dat bedrag moest ik terugverdienen.”

Volgens mensenrechtenactivisten zitten tienduizenden Chinese en Zuidoost-Aziatische burgers opgesloten in zwaarbewaakte flats in Sihanoukville, Phnom Penh, elders in Cambodja en vermoedelijk ook in Laos en Myanmar. Ze worden gedwongen via geavanceerde online methodes mensen te beroven – Chinezen maar ook Amerikanen, Europeanen en andere Aziatische burgers. „Ik denk dat ze veel geld verdienen”, zegt Lu. „Alleen al op mijn afdeling waren zo’n tweeduizend mensen aan het werk.” Er zijn werknemers die er zelf voor kiezen. Maar uit getuigenissen van arbeiders die na interventie van hun ambassade zijn vrijgelaten, en beeldmateriaal van martelingen die mensen hebben ondergaan, blijkt dat een groot deel van hen tot de cybercriminaliteit wordt gedwongen.

Zo ook Lu. „Er waren bewakers”, vertelt hij. „We konden niet weg, tenzij we speciale toestemming hadden van de eigenaar van het oplichtingsbedrijf. Bij weigering of slechte prestaties werden we gefolterd. Iedereen kon zien hoe werkers in de martelkamer werden geslagen of stroomstoten kregen met een taser. Mensen gilden het uit van de pijn. Geloof me, niemand wil dit werk doen. We moesten wel.”

Na drie dagen had Lu genoeg moed verzameld om de Chinese ambassade te bellen. „Die heeft de Cambodjaanse politie ingelicht. En die kwam. Niet om mij te bevrijden. Maar om de eigenaar te informeren!” Lu verstijft bij de herinnering. „Ik was doodsbenauwd. De bewakers waren woedend. Ze zeiden dat ik zou worden doorverkocht voor 16.700 dollar. Ik was te veel gedoe geworden.”

Betonnen gokstad

Met een informant die anoniem wil blijven, reist NRC van Phnom Penh naar havenstad Sihanoukville aan de Golf van Thailand, ooit populair als tussenstop bij backpackers. In 2013 bestempelde China de stad tot belangrijke handelspost op de Nieuwe Zijderoute, een omvangrijk netwerk dat China via wegen, spoorlijnen en transport over water met het westen verbindt. Drie jaar later arriveerden de eerste Chinese investeerders. Binnen twee jaar was Sihanoukville veranderd van een slaperige, bosrijke badplaats in een betonnen Chinese gokstad.

RL

We dwalen over brede wegen langs talloze hoogbouwcomplexen – sommige half afgebouwd, andere bewoond. Ruim honderd casino’s aan brede lanen vormen het centrum. Chinese teksten op de puien van casino’s en levensmiddelenwinkels domineren het straatbeeld. Op de centrale rotonde glimmen twee klatergouden leeuwen. Veel Cambodjaanse inwoners werden verdreven. Achterblijvers verkopen etenswaren in mobiele straatstalletjes.

Ook Chinese maffiakartels vonden de weg naar de stad. Lokale kranten maken sindsdien dagelijks melding van wapengeweld, prostitutie, moord, ontvoeringen en afpersing. Onder Chinese druk vaardigde de Cambodjaanse premier Hun Sen, die al 37 jaar aan de macht is, op 1 januari 2020 een gokverbod uit. Maar sinds de coronacrisis is een groot deel van de maffia-activiteiten online gegaan. In 2021 verschenen in de lokale pers de eerste getuigenissen van slachtoffers van ‘cyberslavernij’.

De informant leidt NRC langs tientallen grauwe flats. Een dystopische aanblik – volgens de getuigenissen zouden in deze gebouwen de gedwongen oplichting en martelingen plaatsvinden. Sommige slachtoffers vertellen over honger en slaapgebrek. De verdachte gebouwen, door lokale media in kaart gebracht, zijn acht tot tien verdiepingen hoog en staan in clusters verspreid door de stad. Ze zijn omheind door hoge muren, voorzien van camera’s en overspannen met prikkeldraad. Ramen hebben tralies, de entree is bewaakt. En, opvallend: veel gebouwen worden geflankeerd door een Cambodjaanse militaire of politiepost.

Ontsnapte Chinese werkers

Al het bos in en rondom de wijk van het Cambodjaanse dorpshoofd Chea Woeung (57) was binnen twee jaar gekapt; er kwamen tachtig flats voor in de plaats. Hoewel hij het groen mist, is Woeung niet ontevreden. In het nieuwe familiepand runt zijn dochter op de begane grond een kapsalon. De woonvertrekken bevinden zich op de eerste verdieping. Met het Chinese deel van de stad bemoeit de familie zich niet. „We hoorden in het begin verhalen over mensen die uit de gebouwen sprongen. Toen er nog geen tralies voor de ramen zaten. Wie weet wat er zich afspeelt.” Woeung haalt zijn schouders op. „We merken nooit iets. Nou ja, vervolgt hij aarzelend, „laatst vielen Cambodjaanse agenten onze huizen binnen. Ze waren op zoek naar Chinese werkers die waren ontsnapt uit de flatgebouwen in Chinatown.” Vroeg hij zich niet af waarom de werkers waren gevlucht? „Hoe kunnen wij dat nou weten? Ik spreek geen Chinees.”

Lokale media als het Cambodjaanse platform Voice of Democracy brachten afgelopen maanden video’s naar buiten van de marteling waarmee cyberwerkers zouden worden gestraft omdat ze werk weigeren of een te lage dagopbrengst halen. Soms worden de beelden gebruikt om familieleden in China af te persen. Een Chinese man die anoniem wil blijven, vertelt dat hij werd gefolterd met stroomstoten omdat hij mensen te weinig geld afhandig wist te maken. Hij had bij binnenkomst in het kantoorgebouw waarin hij werd opgesloten een training over crypto-investeringen gekregen. „Ik wilde dat werk niet doen”, vertelt hij op een geheime locatie in Phnom Penh. „Het was ook ingewikkeld, ik vond het moeilijk.” Een medeslachtoffer, stelt hij, werd in zijn nabijheid doodgeslagen.

Traliehek voor de entree

Aan de rand van Sihanoukville runt de Italiaanse Micky Drudi (42) in een nederzetting aan de kust een van de laatst overgebleven strandtenten. Westerse toeristen zijn er niet meer maar Drudi, een sympathieke, stoer uitziende veertiger, is gebleven wegens zijn tachtigjarige vader, die zijn leven deelt met een Cambodjaanse. „We hebben hier samen succesvolle restaurants opgezet”, zegt Drudi. „Hij wil niet weg en ik laat hem natuurlijk niet achter.”

Ook Drudi is de komst van de bewaakte flatgebouwen niet ontgaan. „Natuurlijk vond ik dat raar. Ik reed er weleens langs of ik iets kon zien. Je kunt nu alleen het terrein betreden als je een pas hebt. We hoorden verhalen over slavernij. Zelfmoorden. Maar ja, dat komt tot je via sociale media. Wat kan je geloven?”

Drudi’s Cambodjaanse stiefzus Anay (29) is in de nederzetting geboren en woont iets verderop, tussen enkele palmbomen in een van de hippie-achtige houten huizen, een overblijfsel uit het backpackerstijdperk. Ze vertelt dat er weinig contact is tussen de Cambodjaanse en de Chinese gemeenschap. „Cambodjanen met land hebben van de komst van de Chinezen geprofiteerd. Maar de armen zijn verjaagd. Prijzen zijn gestegen en de meeste Chinese bedrijven nemen geen Cambodjanen aan. Er is meer geweld, dat klopt. Maar alleen tussen Chinezen onderling. Niet tegen ons.”

We hoorden verhalen over mensen die uit de gebouwen sprongen

In de avond rijden we naar een berucht hoogbouwcomplex van vier à vijf flats in de wijk Chinatown, niet ver van de nederzetting. We passeren een politiepost en enkele Chinese winkeltjes in laagbouw tussen de flats. Voor elk winkeltje zit een bewaker. Cambodjaanse afvalrapers lopen met hun houten kar langs de van prikkeldraad en camera’s voorziene muren rond de flats en verzamelen weggegooide voedselverpakkingen. De entree van elke flat is afgesloten met een groot traliehek.

Volgens journalisten van Al Jazeera behoort het complex toe aan crimineel Dong Lecheng, in China veroordeeld voor fraude en omkoping. Hij heeft sinds 2018 de Cambodjaanse nationaliteit en doet zaken met onder anderen senator Kok An, die zelf ook enkele gebouwen bezit waarin cyberslavernij zou plaatsvinden. In een uitzending op 14 juli doen Al Jazeera-journalisten de banden tussen Chinese maffiabazen en Cambodjaanse politici nauwgezet uit de doeken. De meeste complexen waar zich cyberslavernij zou afspelen zijn in bezit van Cambodjaanse politici, stellen zij, allen nauw gelieerd aan premier Hun Sen. Ook de beruchte Chinese casinobaas Xu Aimin, in 2013 in China veroordeeld voor miljardenfraude middels illegaal gokken, zou eigenaar zijn van een van de gebouwen. Hij kan in Sihanoukville over een weg rijden die naar hem is vernoemd, de Xu Aimin Avenue.

Gebouw_waar_mensen_vermoedelijk_tot_cyberoplichting_worden_gedwongen. FOTO Saskia Konniger
Sihanoukville. Boven: flatcomplex waar volgens lokale berichtgeving cyberslavernij plaats heeft.
Foto’s Saskia Konniger
Gebouw_waar_mensen_vermoedelijk_tot_cyberoplichting_worden_gedwongen2. FOTO Saskia Konniger
Flatwijk in Sihanoukville. FOTO Saskia Konnige
Sihanoukville. Boven: Flatcomplex waar volgens lokale berichtgeving cyberslavernij plaats heeft.
Foto’s Saskia Konniger

Rijke vrouwen benaderen via datingsites

„Ik heb nooit de hoop verloren dat ik eruit kon komen”, zegt Lu in het koffiehuis in Phnom Penh. Nadat hij de politie had gebeld, werd hij doorverkocht aan een ander oplichtingsbedrijf. Ditmaal moest hij geld aftroggelen van rijke vrouwen die hij moest benaderen via datingsites. Aan het einde van zijn eerste werkdag zag Lu het niet meer zitten. „Ik zei tegen de bewakers: ik heb al eerder de politie gebeld. Als je me nu niet vrijlaat, ga ik dat weer doen.” Lu werd opgesloten in de slaapvertrekken en na enkele dagen opnieuw doorverkocht. „Voor 18.000 dollar. Dat werd er doodleuk bij gezegd”, zegt Lu verbijsterd, nog steeds nauwelijks in staat te geloven dat mensen tot dergelijke daden in staat zijn. „Zo werd dus toch nog een beetje winst met mij gemaakt.”

Bij het derde bedrijf werd Lu gedwongen mensen ertoe over te halen te investeren in cryptogeldsystemen. Hij moest zich richten op Amerikaanse en Europese burgers. Ook ditmaal gebruikte Lu de telefoons waarmee hij mensen moest oplichten om contact te zoeken met de buitenwereld. Via sociale media plaatste hij oproepen bij hulporganisaties en zond hij berichten naar politici. „Ik dacht: ik moet de leiders van Cambodja laten weten wat er aan de hand is.” Lu stuurde ook een DM naar het Twitteraccount van de gouverneur van Sihanoukville, Kuoch Chamroeun. Die reageerde, vermoedelijk om reputatieschade te voorkomen. Enkele dagen later, op 12 oktober 2021, werd Lu door de Cambodjaanse politie bevrijd. „Alleen ik”, zegt hij. „Dat is natuurlijk raar. Waarom bevrijdde de politie niet het hele gebouw?”

Lu deed zijn verhaal op Chinese sociale media en is sindsdien benaderd door honderden medeslachtoffers. In de overtuiging dat hij met zijn aanpak ook anderen kan redden, startte Lu samen met een Chinese zakenman, Chen Baorong, een hulplijn. Door druk uit te oefenen op Cambodjaanse politici, door hen rechtstreeks en via sociale media te benaderen, hebben Lu en Chen de afgelopen maanden enkele tientallen mensen kunnen bevrijden. Intussen ontkennen Cambodjaanse politici dat cyberslavernij een groot probleem is. Ondergouverneur Long Dimanche van Sihanoukville zei in de eerder genoemde Al Jazeera-uitzending: „We krijgen klachten, maar in de meeste gevallen is er niets aan de hand. Mensen wisselen weleens van baan.”

Lu’s collega Chen is in maart gearresteerd wegens verspreiding van desinformatie. Hem wacht mogelijk drie jaar cel. Sindsdien adviseren hulporganisaties Lu dringend Cambodja te verlaten.

Witwas-machine

De meeste cyberslaven zijn Chinees, maar een deel is afkomstig uit Thailand, Maleisië, de Filippijnen, Vietnam en Indonesië. Volgens getuigenissen zijn ze meestal naar Cambodja gelokt met de belofte van een mooie baan. Veel Zuidoost-Aziatische landen waarschuwen hun burgers nu niet te reageren op aantrekkelijke banen in Cambodja. Verschillende ambassades zijn in actie gekomen om hun burgers te bevrijden.

Mediabedrijf Vice deed afgelopen maand een poging inzicht te krijgen in de winsten van de oplichtingsmaffia. De organisatie Chainanalysis schat dat er in 2021 wereldwijd 7,7 miljard euro is gestolen via crypto-oplichting. Onduidelijk blijft hoeveel hiervan door Chinese syndicaten is weggesluisd. De anti-oplichtingsorganisatie GASO stelt dat de Chinese cybermaffia in Cambodja in ieder geval 285 miljoen dollar heeft verdiend aan de 1.652 mensen die zich bij hen hebben gemeld. De organisatie is opgericht door een Singaporese vrouw die anoniem wil blijven, slachtoffer van oplichting via een datingapp. Ze werd verleid te investeren in bitcoin en opgelicht voor 16.000 Amerikaanse dollar. Het IP-adres leidde naar Cambodja. „Ik ben niet iemand die het erbij laat zitten”, vertelt ze via de beveiligde app Signal. „Ik ga achter de criminelen aan. De cybermaffia leeft in weelde. Dit systeem moet aangepakt worden. Ook premier Hun Sen en zijn familie. Ze verdienen er allemaal aan. Cambodja doet alsof ze meehelpt in de strijd tegen mensenhandel, maar in de praktijk beschermen ze dit hele uitbuitingssysteem.”

Sinds kort waarschuwt ook China burgers voor nep-banen van oplichtingsbedrijven in Cambodja. Wat de rol is van de Chinese overheid en of er banden zijn met de Chinese misdaadsyndicaten blijft in nevelen gehuld. Zeker is dat Sihanoukville voor China van belang is. Niet alleen als handelspost in het Zijderoute-project, ook als militaire post. Afgelopen juni meldden de Verenigde Staten dat de Chinezen in Sihanoukville in het geheim hun marinebasis uitbouwden.

Al in 2020 duidde de Cambodjaanse expert Sophal Ear, docent aan de Arizona State University, de relatie tussen Cambodja en China als „een duivels huwelijk tussen autocratische regimes. Een win-winsituatie voor de elite van China en die van Cambodja. Achter de bouwprojecten in Sihanoukville wordt een witwas-machine opgezet die zijn weerga niet kent”, zo stelde hij. De expert heeft de ontwikkelingen over cyberslavernij gevolgd en laat per e-mail weten: „Je zou kunnen zeggen dat uit het autocratische huwelijk een kind is geboren: de maffiastaat. Waar zoveel corruptie is, wordt mensenhandel de norm.”

‘We moeten hem redden’

In Phnom Penh kijkt Lu Xiangri gespannen op zijn telefoon. Hij heeft ons (informant, tolk en correspondent) meegenomen naar een flatgebouw in een verlaten straat in het centrum. Achter de gele muur, opgehoogd met golfplaten, zou een jonge Chinees als cyberslaaf gevangen zitten. Al dagen vraagt hij Lu om hulp. „Hij appt nu”, zegt Lu geëmotioneerd. „Ze willen hem doorverkopen voor 30.000 dollar. We moeten hem nu redden, voordat hij is verplaatst of vermoord. Jij bent van de internationale pers”, zegt Lu. „Kun je er niet naartoe lopen en vragen of ze hem vrijlaten?”

Lu stapt uit de tuktuk en wil dat we met zijn allen bij het hek van het gebouw de vrijlating van de man eisen. Pas na veel moeite laat Lu zich overtuigen dat een wilde aanbel-actie niet alleen onszelf maar ook de vastgehouden werker in gevaar zou brengen. Maar het is niet makkelijk om niets te doen. Bij het wegrijden worden we gekweld door onmacht en twijfel.

Voor Lu werd de situatie te gevaarlijk. Hij heeft Cambodja verlaten en is in veiligheid. Van de Chinese cyberslaaf die Lu in Phnom Penh om hulp vroeg is niets meer vernomen.

Correctie (6 augustus 2022): in een eerdere versie van dit artikel stond Stophal Ears werkplek verkeerd vermeld. Dat is hierboven aangepast.