Milieu Centraal: ook met minder subsidie zijn zonnepanelen nog steeds rendabel

Salderingsregeling De subsidie wordt versoberd, maar toch zijn zonnepanelen na zeven jaar terugverdiend, berekende Milieu Centraal.

Zonnepanelen worden geïnstalleerd in Nieuwegein. De subsidieregeling wordt vanaf 2025 versoberd.
Zonnepanelen worden geïnstalleerd in Nieuwegein. De subsidieregeling wordt vanaf 2025 versoberd. Foto Michiel Wijnbergh/ANP

De subsidieregeling voor zonnepanelen wordt vanaf 2025 versoberd, maar het blijft voor huizenbezitters nog altijd aantrekkelijk om panelen op het dak te leggen. Binnen zeven jaar zijn de investeringen namelijk terugverdiend. Bij de huidige zogeheten salderingsregeling, die al langer ter discussie staat, is dat zes jaar.

Volgens een woensdag gepubliceerde berekening van het onafhankelijke voorlichtingsbureau Milieu Centraal leveren zonnepanelen in 25 jaar een winst op die te vergelijken is met een spaarrente van ruim 4 procent.

De conclusie van Milieu Centraal komt grotendeels overeen met een eerder onderzoek van onderzoeksinstituut TNO. Het rendement is wel sterk afhankelijk van de stroomprijs, de aanschafprijs van de panelen en het jaar waarin ze geplaatst worden. Ook de al of niet gunstige ligging van de panelen speelt een rol.

Bezitters van zonnepanelen leveren hun opgewekte stroom die zij op dat moment zelf niet gebruiken aan het energiebedrijf. Die stroom wordt weggestreept tegen de elektriciteit die zij op een later moment gebruiken. Over die stroom wordt geen belasting betaald en daarom is er sprake van subsidie. Als meer wordt opgewekt dan verbruikt, krijgt de eigenaar een vergoeding van het energiebedrijf.

Bij de berekening gaat Milieu Centraal uit van tien zonnepanelen die volgend jaar voor 4.500 euro worden aangeschaft. Die panelen gaan 25 jaar mee en leveren, gelegen op het zuiden, gemiddeld 510 euro per jaar op. In de eerste jaren is de opbrengst het hoogst. Als de huidige regeling niet zou veranderen, is de jaarlijkse opbrengst 770 euro.

Onzeker is hoe de stroomprijs zich ontwikkelt: in het voorbeeld wordt uitgegaan van 22 cent per kilowattuur, terwijl die prijs al in heel 2022 boven de 50 cent ligt. Een jaar geleden kostte een kilowattuur nog 0,24 euro. Met een hogere stroomprijs wordt de terugverdientijd korter.

Oversubsidie

De afbouw van de subsidieregeling staat al jaren op de politieke agenda. Het vorige kabinet kondigde in 2017 aan dat er in 2020 een nieuwe, minder aantrekkelijke regeling zou komen. Volgens toenmalig minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) zorgde de saldering in de praktijk voor oversubsidie. Als te veel geld naar zonne-energie gaat, redeneerde de bewindsman, blijft minder geld over voor andere duurzame vormen van energie, waardoor subsidie niet zo effectief mogelijk wordt gebruikt. Inmiddels hebben 1,6 miljoen huishoudens zonnepanelen.

Lees ook: De verkoopprijzen van huizen met een laag energielabel blijven achter

Door dreigende problemen bij de uitvoering van de nieuwe regeling kwam Wiebes pas in 2020 met een wetsvoorstel waarbij de subsidie vanaf 2023 jaarlijks zou afnemen.

Door het vallen van het kabinet belandde het voorstel in de ijskast, maar de politieke wens om de regeling te versoberen bleef bestaan. Huidig minister Jetten (Klimaat en Energie, D66) kwam onlangs met een nieuw wetsvoorstel, dat de regeling vanaf 2025 minder aantrekkelijk maakt. In dat jaar mag nog maar 64 procent van de eigen productie in mindering worden gebracht op het eigen gebruik. Voor de resterende 36 procent betaalt de energieleverancier een vergoeding. Hierdoor neemt het belastingvoordeel af.

De afbouw van de regeling gaat na 2025 verder en in 2030 kan nog maar 28 procent van de zonnestroom worden gesaldeerd. In 2031 komt de saldering volledig ten einde en krijgt de bezitter van de panelen alleen nog „een redelijke vergoeding” voor de zonnestroom.

Die vergoeding moet volgens het wetsvoorstel vanaf 2025 minimaal 80 procent van het stroomtarief zijn. Daarbij gaat het om het kale leveringstarief, dus zonder belastingen. Tegelijkertijd komt er ook een maximum voor dat tarief en dat wordt nog bepaald. De hoogte wordt niet in een percentage van het stroomtarief uitgedrukt maar in centen. Als energiebedrijven te veel moeten betalen, zo is de gedachte, zouden mensen zonder zonnepanelen ongewild gaan bijdragen aan de subsidie voor bezitters van zonnepanelen.

TNO concludeerde eerder dit jaar dat voor utiliteitsgebouwen – zoals kantoren, scholen en sportaccommodaties – de terugverdientijd slechts vier jaar kan zijn, ondanks de afbouw van de regeling.

Correctie (4 augustus 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat een kilowattuur een jaar geleden 0,24 cent kostte. Dit moet zijn 0,24 euro en is hierboven aangepast.