We stoppen elkaar graag in hokjes. Dit boek helpt daarbij

Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Het boek van deze week leest als een potje mens-erger-je-niet.

Een pittige boektitel stimuleert de verkoop. Omringd door idioten is zo’n vondst. Wie een geschenk zoekt voor vriend of collega valt al snel voor deze vette knipoog. Bonnetje wel goed bewaren, want dit boek staat al tijdenlang in de hitlijst van kassuccessen. ‘Hè, jammer, dit heb ik al.’

De titel is een variatie op de grap die alle kinderen leuk vinden: ‘Wie dit leest, is gek.’ De idioten in het boek van Thomas Erikson zijn vier menstypen, die worstelen met elkaars verschillen in karakter en gedrag.

Het boek leest als een potje Mens-erger-je-niet, met z’n pionnen in vier kleuren. De rode ‘poppetjes’ zijn dominant, snelle beslissers, stresskonijnen. De gele zijn creatief en altijd lekker bezig – vooral met zichzelf. De groene zijn zorgzaam: brave maar passieve types. De blauwe zijn starre mensen van de klok, en regels zijn regels.

Hele volksstammen zijn inmiddels door de wasstraat van een kleurentest gehaald om hun ‘kerncompetenties’ en/of ‘werkstijlen’ te typeren.

Eén probleem is er wel. De wetenschappelijke basis van deze kleurentheorieën is wankel. Mensen zijn sociale wezens, kuddedieren. Ze schikken en plooien zich. Een zogenaamd knalrode baas kan tegelijkertijd, thuis naast een staalblauwe partner, een mosgroene pantoffelheld zijn. Is de mens als een dier, dan toch vooral een kameleon – en minder vaak een leeuw, lam, uil of paradijsvogel.

Thomas Erikson doet dan ook opvallend niet zijn best om zijn bestseller wetenschappelijk te onderbouwen. Iets van zijn bronnen geeft hij wel prijs. Hij blijkt zich te verlaten op Hippocrates, de Azteken en Amerikaanse publicaties uit de jaren twintig en veertig van de vorige eeuw. Begrijpelijk dus dat het ‘Idioten’-boek in professionele kring de nodige weerstand heeft opgeroepen. Dan Katz, een Amerikaanse psychotherapeut, verbonden aan de universiteit in Harvard, diskwalificeerde het werk van Erikson als „een van de grootste schandalen in de pseudowetenschappen uit de recente geschiedenis”.

De meeste mensen gedragen zich als groene, lieve schatten

Het zal de schrijver en zijn uitgevers, in tientallen landen, vast onberoerd laten. ‘Wereldwijd 1,5 miljoen exemplaren verkocht’, staat op de omslag van de Nederlandse vertaling (twaalfde druk). Mensen stoppen elkaar nu eenmaal graag in hokjes. Dit boek helpt daarbij.

Erikson is slim genoeg om zijn betoog hier en daar ook zelf te relativeren. Hij vermeldt dat slechts 5 procent van alle geteste mensen monomaan gedrag vertoont, dat met één kleur te typeren valt. Zo’n 80 procent zou tweekleurig zijn en 15 procent driekleurig. De kleur groen rolt het vaakst uit de tests, meestal in combinatie met één andere kleur. Rode mensen, puur of gemengd, vormen de kleinste groep.

Juist dit leert wat we eigenlijk al wisten. De meeste mensen gedragen zich als groene, lieve schatten. Wie zich anderskleurig voordoet, mag zichzelf aankijken in de spiegel. Komt dat door zelfoverschatting, controledwang en/of onzekerheid?

Reacties: boeken@nrc.nl