Zoetwatervis heeft minder last van warmte

Biologie De opwarming is gevaarlijk voor vissen omdat warm water minder zuurstof kan bevatten dan kouder water. Zoutwatervissen blijken daar veel gevoeliger voor dan zoetwatervissen.

School van jackfish, voor de kust van Borneo. Zeevissen zijn gevoeliger voor klimaatopwarming dan zoetwatervissen.
School van jackfish, voor de kust van Borneo. Zeevissen zijn gevoeliger voor klimaatopwarming dan zoetwatervissen. Foto Khai Chuin Sim

Grote vissen raken sneller in ademnood dan kleinere vissen in zuurstofarm, warm water. Ook soorten met grotere lichaamscellen zijn extra kwetsbaar in opwarmend water. Dat schrijven biologen van de Radboud Universiteit in Nijmegen samen met Chileense, Britse en Franse collega’s deze week in Global Change Biology.

Op basis van deze conclusie is beter te voorspellen welke vissoorten als eerste last zullen krijgen van klimaatverandering. Warm water bevat minder zuurstof, terwijl vissen juist in warm water extra zuurstof nodig hebben, omdat hun stofwisselingsprocessen daar sneller verlopen. Vermoedelijk is de opwarming vooral een probleem voor de zoutwatervissen: die passen zich minder makkelijk aan dan de zoetwatersoorten.

In zuurstofarm water wordt je leven als vis wel heel eentonig

Wilco Verberk bioloog

Net als andere dieren hebben vissen zuurstof nodig voor hun zogeheten aerobe stofwisseling, waarbij voedingsstoffen worden omgezet in energie. Hoe lager het zuurstofgehalte in hun leefomgeving is, des te minder energie ze hebben om te jagen, te vluchten of zich voort te planten. „Dan bereik je een niveau waarop ze nog wel kunnen ademen en stil op hun plek blijven hangen, maar meer ook niet”, zegt hoofdauteur Wilco Verberk van de Radboud Universiteit Nijmegen aan de telefoon. „Daardoor wordt je leven als vis wel heel eentonig. En voor het behoud van vispopulaties is dat stilhangen op één plek ook niet bevorderlijk. Groeien en voortplanten is essentieel.”

Minder menging

Maar vooral in zoetwater is het percentage opgelost zuurstof – nog los van opwarming door klimaatverandering – vaak verre van optimaal. Dat kan verschillende oorzaken hebben. In meren treedt ’s zomers stratificatie op. Daarbij warmt het oppervlaktewater in de zomer snel op, onder invloed van hoge temperaturen, en blijft het diepere water kouder. Er vindt weinig tot geen menging van die lagen plaats, en daardoor wordt in dit geval juist het diepe, koude water zuurstofarm. „Slootjes en kleine meren zitten bovendien vaak vol algen, die extra hard groeien bij hoge stikstofconcentraties”, zegt Verberk. „Overdag leveren die algen zuurstof, maar ’s nachts verbruiken ze zelf ook zuurstof en ontstaat er voor vissen vaak een tekort.”

Samen met collega’s analyseerde Verberk onderzoeksgegevens over zuurstoftolerantie van 195 vissoorten. Zodoende ontdekten ze dat vooral de grotere vissen en de vissen met grotere cellen last hebben van opwarmend water. Bovendien blijken zoutwatervissen sneller in ademnood te komen dan zoetwatervissen.

Dat laatste is opvallend. Juist omdat zoetwatervissen vaker zijn blootgesteld aan zuurstofgebrek – door stratificatie, algengroei, snelle opwarming – heeft er bij hen in de loop van de evolutie een selectie plaatsgevonden op een grotere tolerantie ten opzichte van zuurstofgebrek. Bij zoutwatervissen heeft deze selectie minder plaatsgevonden, zegt Verberk. „Bovendien leven zoutwatervissen vaak in grotere waterlichamen waar ze makkelijk kunnen wegzwemmen naar een locatie waar wél voldoende zuurstof is, een optie die zoetwatervissen vaak niet hebben.”

Lokaal niveau

Hoewel klimaatverandering een mondiaal probleem is waardoor opwarming van water niet zomaar valt te voorkomen, zijn er volgens Verberk op lokaal niveau toch diverse ingrepen te doen om het water voor vissen leefbaarder te maken. „Het begint er al mee dat je de algengroei vermindert, en zorgt voor voldoende schoon en stromend water met een rijk onderwaterleven zodat vissen minder energie hoeven te spenderen aan het zoeken naar voedsel.”

In zoetwatergebieden zou daarnaast de waterhuishouding kunnen worden verbeterd. „Stromend water en toestroom van koel grondwater kan lokaal effecten van opwarming tegengaan. We zijn in Nederland heel goed in het afvoeren van water, maar niet in het vasthouden ervan. En als de sloten opdrogen, dan heb je pas écht een probleem. Zonder water overleeft tenslotte geen vis, ongeacht de hoeveelheid zuurstof in de lucht.”

Lees ook: Warm, zuur en zuurstofloos water: het leven in de oceaan krijgt het moeilijk