Herken je een terrorist aan z’n bankrekening? Dat proberen banken te doen

Terrorismefinanciering Het net van de financiële terrorismebestrijding wordt steeds breder uitgegooid, merken islamitische organisaties. Rekeningen worden maandenlang geblokkeerd, al zijn er geen aanwijzingen voor betrokkenheid bij terrorisme. Zelfs de banken zetten vraagtekens bij de manier waarop ze naar terreurgeld zoeken.

Illustratie Gijs Kast

In de Ulu-moskee in Heemskerk was de koffie niet te drinken. De automaat, vonden bezoekers van de kantineruimte, had dringend nieuwe filters nodig. Dus logde de moskeevoorzitter begin vorig jaar in op de online betaalrekening. Om te kijken of er nog genoeg geld op stond.

Maar na het intikken van de pincode, kreeg hij geen saldo te zien. Hij zag een ander scherm: „Uw rekening is geblokkeerd.”

„We dachten eerst aan een misverstand”, zegt voorzitter Birol. „Misschien had ik de verkeerde pincode ingetoetst?”

Als de ABN Amro-bank wordt gebeld, zegt de klantenservicemedewerker dat de moskee maar even moet afwachten. Een paar maanden later valt er een brief door de bus. Er staat in dat er een „klantonderzoek” loopt naar de moskee. „Om u, de maatschappij en onszelf te beschermen” tegen het „financieren van terrorisme”.

Birol houdt de brief omhoog. „Dit is hem.” Zijn stem slaat over. „Wij, terroristen?! Ik wist niet wat ik las.”

Levensverzekering

Banken zijn de afgelopen jaren veranderd in particuliere terreurbestrijders. De financiële instellingen zijn door de overheid verantwoordelijk gemaakt voor het opsporen van transacties die bestemd zijn voor terroristische doeleinden. Het idee erachter is simpel: als terroristen niet aan geld kunnen komen, wordt het plegen van een aanslag een stuk lastiger.

Het vinden van dat ‘terreurgeld’ is minder eenvoudig. Banken moeten daarvoor hun klanten en geldstromen doorlichten. Maar een bank verwerkt jaarlijks miljarden transacties – hoe vind je die ene terroristische betaling?

Daar heeft toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) beleid voor ontwikkeld. Dat heeft een naam: „risicogebaseerd werken”. Banken moeten de achtergronden van hun klanten in beeld brengen, en daar een risicoprofiel aan hangen: een inschatting van hoe waarschijnlijk het is dat de klant terrorisme financiert. Klanten waarbij dat risico klein is – het overgrote deel – worden met rust gelaten. Wie het stempel „hoog risico” krijgt, wordt extra onderzocht en bevraagd. Als de bank vermoedt dat er iets mis is, volgen sancties. De naam van zo’n klant kan worden doorgegeven aan de politie, hij kan op een zwarte lijst komen of zijn bankrekening kwijtraken.

De Ulu-moskee in Heemskerk krijgt er begin 2021 mee te maken. Na ontvangst van de brief over een „klantonderzoek” wordt duidelijk dat het de bank niet specifiek te doen is om deze moskee. Dezelfde brieven worden gestuurd aan tientallen andere organisaties en bestuurders van de koepel waar de moskee bij hoort: Milli Görüs. Deze Turkse organisatie heeft zo’n 30.000 volgers in Nederland.

De brieven, ingezien door NRC, staan vol gedetailleerde vragen over ogenschijnlijk reguliere overboekingen. De ene bestuurder wordt gevraagd waarom hij regelmatig 2,50 euro aan zijn moskee doneert. De andere waarom hij geld overmaakt aan zijn levensverzekering. De voorzitter van de lokale vrouwenvereniging krijgt de vraag waarom zij onlangs 500 euro aan haar echtgenoot heeft overgemaakt.

Sommigen schenken geen geld aan de moskee uit angst voor problemen met de bank

„De impact hiervan is gigantisch”, zegt Milli Görüs-penningmeester Aslan Kurt. „Onze leden worden ondervraagd als vermeende terroristen, alleen maar omdat zij actief zijn voor onze moskeeën.”

Door het ingrijpende onderzoek trekken donateurs en bestuurders zich terug. Het voortbestaan van de hele koepel is in gevaar, zegt de penningmeester. „Mensen durven geen geld meer te schenken uit angst dat zij óók problemen krijgen met de bank.”

Ook voor de Ulu-moskee zijn de gevolgen groot. Vaste lasten zoals de elektriciteit kon de moskee nog voldoen. Maar nieuwe lesboeken konden niet worden betaald. De verbouwing die nodig was vanwege een lekkage kon niet doorgaan. Voorzitter Birol: „Zonder rekening kun je wel opdoeken.”

Algoritmes

De Turkse moskeekoepel staat hier niet alleen in. NRC sprak diverse moskeeën die de afgelopen jaren te maken hebben gekregen met ingrijpende bankonderzoeken. Een peiling van het Centraal Bureau Fondsenwerving laat zien dat zij geen uitzondering zijn: een derde van de charitatieve organisaties die in de problemen komen met hun bank zijn van religieuze aard. Hoe komt dat?

In het opsporen van terrorismefinanciering laten banken zich leiden door zogeheten indicatoren: kenmerken van een verdachte klant of betaling. Op soortgelijke wijze proberen banken ook witwassen op te sporen. Denk aan een autoverhuurder die veel meer inkomsten heeft dan vergelijkbare bedrijven. Of een coffeeshophouder die opvallend veel cash op de rekening stort. Dat zijn redenen voor een bank om een klant door te lichten.

Voor je het weet, wordt onderscheid gemaakt op grond van religie

Marieke de Goede politicoloog

Maar hoe herken je een terrorist aan zijn betaalrekening? „Niet”, zegt Marieke de Goede, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij evalueerde in 2018 de aanpak van terrorismefinanciering voor onderzoeksinstituut WODC. De conclusie: het beleid werkt niet goed. Het uitgavenpatroon van een terrorist is nauwelijks te onderscheiden van dat van andere mensen.

Dat gold bijvoorbeeld voor de IS-aanhangers die in de voorbije jaren aanslagen pleegden in Europa. „De financiële bedragen die daarmee gepaard gingen, waren klein en onopvallend”, zegt De Goede.

Ook slaagden banken er niet in uitreizigers te detecteren die naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij IS. De Goede: „Zo gingen banken aankopen in survivalwinkels monitoren, omdat Syriëgangers daar vaak spullen kochten voor hun vertrek. Maar miljoenen Nederlanders doen daar aankopen, dus dat werkte niet. Ook werd gekeken naar pintransacties van Nederlanders aan de Turkse grens. Ook dat leverde te veel valse meldingen op. Er zijn simpelweg geen betrouwbare indicatoren te vinden voor terrorismefinanciering.”

Terwijl het in de praktijk dus een onmogelijke opgave is, leggen de overheid en toezichthouder DNB veel druk op banken om terrorismefinanciering te rapporteren. Het gevolg, zegt De Goede, is dat banken op vergaande manieren proberen om toch iets te vinden. Ze laten computers via algoritmes zoeken naar klanten die voldoen aan bepaalde patronen die zouden wijzen op terrorismefinanciering. Een dubieuze aanpak, vindt De Goede. „Voor je het weet, ben je onderscheid aan het maken op grond van geloofsovertuiging.”

Recent promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam laat zien dat banken hier nu al tegenaan schuren. Promovendus Esmé Bosma interviewde tientallen bankmedewerkers over hoe zij terrorismefinanciering opsporen. Zij constateerde tijdens haar veldwerk tussen 2017 en 2019 dat banken vrijwel uitsluitend op zoek waren naar islamitisch geïnspireerd terrorisme. Bij het voeden van de algoritmes kwamen al snel indicatoren op tafel die raken aan etnisch profileren. Bankmedewerkers noemden „Arabisch klinkende achternamen”, „islamitische organisaties” en „wijken waarin veel extremisten wonen” als potentieel bruikbare risico-indicatoren om jihadisten te detecteren.

Een bankanalist vertelt in de studie dat het weliswaar verboden is om de religie van klanten te registreren, maar dat dit toch is vast te stellen door bijvoorbeeld te kijken of een klant geld doneert aan een moskee. Deze gegevens kunnen volgens de analist worden gebruikt voor „intern onderzoek” naar klanten.

Een andere manier waarop banken terrorismefinanciering proberen te ontdekken, is door mediaberichten in de gaten te houden. Zodra over een klant iets belastends in de openbaarheid verschijnt, moeten banken van toezichthouder DNB direct een onderzoek instellen.

De keerzijde van die werkwijze laat de zaak tegen moskeekoepel Milli Görüs zien. De koepel is volgens wetenschappelijk onderzoek conservatief, maar houdt zich keurig aan de wet. In 2018 berichtte NRC dat een clubje Milli Görüs-jongeren een radicale imam in Turkije had bezocht. Dat nieuws werd vervolgens aangedikt op weblogs, die de hele moskeekoepel betichtten van terrorisme. ABN Amro las mee. In de brieven aan Milli Görüs verwees de bank naar de „negatieve publicaties” op onder meer complotblog Stopdebankiers.nl en het rechts-nationalistische Sceptr.net.

Lees ook: Milli Görüs nam jongeren mee op ‘kamp’ naar radicale imam (2018)

Klopte er iets van die berichten? Uit de brieven blijkt niet dat de bank daar onderzoek naar gedaan heeft, maar vooral wil weten welke „maatregelen” Milli Görüs neemt om „dergelijke negatieve berichtgeving in de toekomst te voorkomen”.

Ook de islamitische hulporganisatie Israa werd vorig jaar door de bank geconfronteerd met negatieve berichtgeving op blogs. Publicist Carel Brendel beschuldigde de Rotterdamse stichting van connecties met de Palestijnse organisatie Hamas. Rabobank zegde de rekening op, waarna de stichting een rechtszaak aanspande om het besluit terug te draaien. In de rechtszaak verwijst Rabobank naar de negatieve blogs. Tegelijkertijd moet de bank toegeven dat er geen link kan worden aangetoond tussen Israa en terrorisme. Maar de bank „moest” iets doen na de negatieve publiciteit. Volgens de rechter is de Rabobank ten onrechte uitgegaan van de juistheid van de blogs: de stichting krijgt haar rekening terug.

Kijken naar wat wordt uitgedragen

Ook achter de schermen worden banken gevoed met informatie. Zo volgde terrorismecoördinator NCTV islamitische groepen online, en stuurde informatie daarover door naar de Financial Intelligence Unit (FIU). Dit meldpunt, waar banken verdachte transacties melden en waar de risico-indicatoren worden bedacht om naar terrorismefinanciering te zoeken, onderzocht de informatie zelf, of deelde die met banken. De coördinator is hier mee gestopt, omdat het de informatie helemaal niet mócht verzamelen en delen.

De NCTV wees de FIU ook op een lijst met namen van 23 moskeeën die in een studie van onderzoeksinstituut WODC in verband worden gebracht met het salafisme, een uiterst orthodoxe stroming binnen de islam. De FIU deelde deze lijst met de banken. „Door die lijst konden de banken zeggen: deze stichtingen vormen kennelijk de salafistische kerngroep, omdat de NCTV dat aangeeft. Dus díé geldstromen zijn we gaan onderzoeken”, zegt een woordvoerder van de FIU.

De aangeleverde informatie klopte lang niet altijd. Zo werd actiegroep ‘Muslim Rights Watch’ door de NCTV een salafistische organisatie genoemd die ‘onverdraagzaam, anti-integratief en antidemocratisch gedachtengoed’ zou verspreiden. Onterecht, bepaalde de rechter onlangs. De NCTV moest rectificeren. Maar toen was de schade al geleden: na het onjuiste bericht kon de actiegroep bij geen enkele bank meer terecht. De Rabobank blokkeerde de aanvraag voor een rekening. ABN Amro schreef: „Helaas moeten wij uw aanvraag om moverende redenen afwijzen.” De Regiobank liet weten dat een ‘religieuze organisatie’ zoals de islamitische actiegroep „niet past binnen de doelgroep”. Muslim Rights Watch is een meldpunt gestart voor moslims die hetzelfde overkomt.

Islamitische organisaties krijgen steeds vaker te horen dat banken niet met hen in zee willen. Bunq Bank wees in april 2019 een aanvraag af van een ondernemer die islamitisch onderwijs wilde aanbieden. Reden: klanten met religieuze doelstellingen zouden een verhoogd risico op terrorismefinanciering met zich meebrengen. Daarom wilde Bunq dit soort klanten niet meer. De ondernemer spande een zaak aan bij het College voor de Rechten van de Mens, dat bepaalde dat er sprake was van discriminatie op grond van godsdienst.

Het is precies waar hoogleraar De Goede voor vreest: dat banken in hun zoektocht naar terrorismefinanciering hun net zó breed uitgooien, dat sommige groepen en stichtingen op voorhand verdacht zijn. „Terrorisme ging vroeger om het voorbereiden van een aanslag, maar de terrorismefinancieringwetgeving maakt veel breder ingrijpen mogelijk. Steeds vaker kiezen banken ervoor om klanten aan de kant te zetten – enkel omdat zij als een ‘risico’ worden beschouwd, niet omdat zij regels hebben overtreden.”

„Het is een ontzettend lastige discussie”, zegt Hennie Verbeek-Kusters, hoofd van de FIU. Verbeek-Kusters bestrijdt dat die indicatoren, die volgens haar geheim moeten blijven om kwaadwillenden niet wijzer te maken, discriminerend zijn. Wel erkent zij dat het antiterrorismebeleid steeds verder wordt opgerekt. Banken kijken vaker naar „wat er wordt uitgedragen” door een klant, en of die boodschap wel „in lijn is met ons Nederlandse rechtssysteem”.

Maar heeft dat nog wel iets te maken met het voorkomen van de financiering van terrorisme, waar de wet voor bedoeld was? Verbeek-Kusters heeft daar „geen antwoord op”, zegt ze. Ze noemt het vraagstuk „lastig” en „complex”. „Is de bank een gedachtenpolitie? Dat is een discussie die nu wordt gevoerd. Ik heb de oplossing ook niet.”

En hoe kijken de banken hier zelf naar? ABN Amro laat weten wettelijk verplicht te zijn om klantonderzoeken uit te voeren. Dat gebeurt „zonder aanziens des persoons”, maar de bank is zich „bewust van risico’s op discriminatie”, zegt een woordvoerder. „Als je met algoritmes werkt, is er altijd een risico op discriminatie. Mensen hebben onbewust vooroordelen. Het zou naïef zijn om te zeggen dat die niet in onze systemen zitten.”

Van etnisch profileren willen banken niets weten, „dat doen ze niet”, aldus de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Maar ze ziet ook dat de jacht op terrorismefinanciering nevenschade met zich meebrengt. Misschien wel te veel, zegt hoofd veiligheidszaken Yvonne Willemsen van de NVB. „We hebben met zijn allen een enorm systeem opgetuigd, maar wat is het resultaat? Is Nederland nu een stukje veiliger geworden? Ik vrees van niet.”