Alessandra’s jachthond duwt de deur open

Feuilleton Paul had na zijn pensioen nog een heel leven voor de boeg. Met zijn vrouw Ria, hun dochter Anne, en kleindochter Billie. En dan is er ook nog de buurvrouw, Alessandra. onderzoekt wat er misging. Deel 5. De minnares
Illustratie Anne van Wieren

Hadden ze me niet kunnen waarschuwen? Ik ga hyperventileren. Zo lelijk als ik ben, zo mooi is Alessandra. Abnormaal mooi, schandalig mooi. Het eerste label dat iedereen, woke of niet, bi of straight, haar zal geven: bloedmooi.

Alessandra’s jachthond springt naar de klink van de woonkamer en duwt de deur voor ons open. Een nog beter afgerichte hond is een robot.

„Goed zo, Paul!”, roept ze en ze ziet me opkijken. „Paul is zijn naam, van mijn lieve Vizslahond, het is een grapje dat ik samen met Ria verzonnen heb.”

Ze klopt naast zich op de sofa, alsof ze zichzelf en hem bij de les roept.

„Nog geen vierentwintig uur geleden was alles normaal”, zegt ze, en ze schudt haar hoofd.

„Dat hij is vermoord. Een moord in deze buurt, ongelofelijk.”

Ze gebruikt louter superlatieven voor de familie. Al jaren hebben ze het extreem goed samen.

„U was de minnares?”

Ze stuift op, de hond Paul gromt.

„Wat een vastgeroest en antifeministisch idee, dat iedere minnares zou willen trouwen. Nooit. Ik was zwanger, hij heeft me toen proberen te dwingen tot een abortus maar ik kreeg een miskraam. De douche mocht ik nog zelf reinigen nadien ook.”

„U stond niet in zijn testament.”

„Ik had zijn geld niet nodig. Paul werd gierig. Of misschien eerder controlerend. Ria en ik konden zo lachen om hem, hij dacht dat hij de patriarch was die alles besliste maar hij was wel vaker de dupe. Hij werd de laatste tijd een soort geest. Hij verstopte zich achter zijn laptop, in een hoekje aan het klussen of op zijn koersfiets in de velden. We begrepen hem steeds minder.”

„We?”

„Maar we helpen elkaar allemaal.”

Zijn de twee vrouwen een koppel dat hem vermoord heeft? Of is het een gedachte die ik te gemakkelijk toelaat? Alessandra praat en praat, als om haar eerste confessies te bedelven onder andere verhalen. Ze ziet hoe ik kijk naar het litteken op haar arm.

„Mag ik vragen hoe…?”

„Billie”, legt ze uit, „is altijd een bijzonder kind geweest. Kort lontje. Ik kan haar aan, qua temperament. Dit litteken is een aandenken aan een barbecuefeestje toen ze acht was. Ze was zo razend omdat ze een ‘valse worst’ kreeg, dat ze de gloeiende worst naar mij heeft gegooid. Nu is ze zelf ook veganiste.” Alessandra glimlacht.

„Wat is er zaterdagavond precies gebeurd?”, vraag ik.

„Ik ging het spijkerpistool terugbrengen na hun ruzie en…”

„Het spijkerpistool? Ria zei dat het al in de keuken lag om de camera de volgende dag op te hangen”, zeg ik.

„Zei ik pistool? Mijn fout, sorry, ik heb me vergist”, zegt ze meteen. „Ik bedoelde de schroevendraaier. We delen al ons gereedschap.”

Plots zwijgt ze en zakt ze terug in de sofa. De rillingen lopen me over de rug als de magere jachthond opspringt, naar de deurklink loopt en met zijn snuit de deur voor me openduwt. Een duidelijke aansporing om te verdwijnen.

Als ik wegrijd, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel hoe Ria via de achterdeur bij Alessandra binnengaat.

Volgende week: De egel.