Wachtwoord

Schrijfwedstrijd Een blind date in een zinderend hete stad. Wordt Marcel in de maling genomen, of bestaat ze echt? Het tweede winnende verhaal van NRC’s Zomerschrijfwedstrijd door .
Illustratie Myrthe van Heerwaarden

‘Hot town, summer in the city”, drensde het door zijn hoofd. „Back of my neck getting dirty and gritty.” Marcel vertraagde. Het was veel te heet voor dit wandeltempo. Bovendien wilde hij ze kunnen ontwijken, alle opdringerig wasemende zwetende lijven om hem heen. Blote broekjes, topjes, gatenshirts en dom geklets, bah.

Zijn tasje gaf geen koelte meer. Het water was lauw. De fruitsalade rook al. Hij had terecht voorzien dat de terrassen vol zouden zijn. Iets kopen op het station leek een goed idee, maar nu was er nergens plaats om te zitten. Alle bankjes waren bezet. Zelfs de kades langs de grachten zaten vol mensen met flesjes, bekers en blikjes. De bomen langs de gracht leverden nog een klein streepje schaduw onder de immense zon die recht boven hem stond.

Terwijl hij in de koelte van de dichtstbijzijnde boom zijn flesje opendraaide rook hij de bruine damp al. Bijbehorende vliegen kwamen onderzoekend op zijn zweet af. Ze zweefden ook naar de fruitsalade in zijn tas.

Hij nam snel een slok en liep door. Onder een balkonnetje zag hij wat schaduw. Daar, tegen de muur leunend nam hij nog een slok. Hij pakte zijn telefoon en herlas het bericht.

Ik stuur nog geen foto.

Zoek een donkerblonde vrouw van 1,70 m. met rode jurk, zwarte zonnebril, gele tas.

Ik ga als ik je zie dit wachtwoord zeggen:

„Heb jij gisteren iets gevangen?”

Dan zeg jij: „Ja, paling en kabeljauw.”

Leuk hè?

We zien elkaar zaterdag om half twee aan de Koopmansgracht tegenover het gouden welpje.

Misprijzend staarde hij naar het schermpje. Geen hoofdletters voor de locatie. Ineens vroeg hij zich af of hij niet voor de gek gehouden werd. Frank en Ciska waren niet zo, maar toch. Misschien stonden ze hem wel ergens om een hoek uit te lachen. Ze was de zus van een vriendin van Ciska. „Leuke vrouw, staat weer open voor een relatie”, had Ciska veelbetekenend tegen hem gezegd.

De afspraak was uiteindelijk onder psychologische druk gemaakt en daar stond hij nu, veel te warm gekleed in een snikhete stad. Rode jurk klonk nogal netjes, dus hij had geantwoord dat hij een blauwe lange broek aan zou doen, met een gestreept overhemd. Daar moest natuurlijk ook nog een T-shirt onder.

De Koopmansgracht was om de hoek. Het was één uur. Een stap naar voren en hij stond weer in het volle zonlicht. De nog steeds warmte uitstotende lijven ontwijkend liep hij de hoek om, de gracht op.

Ineens was het stil. Hij kon de lucht boven de kade zien trillen, het water strekte zich zilverblinkend voor hem uit.

Nergens een terras. Hij googelde ‘Het Gouden Welpje’, niets.

Snel keek hij om zich heen, niemand.

In de verte zag hij plotseling een gouden schittering voor een van de huizen. Hij liep erheen. De schittering werd sterker. Iets had waarschijnlijk net het zonlicht gevangen. Eindelijk kwam er wat schaduw van de huizen. Hij koelde in zijn kletsnatte overhemd af en kon weer wat normaler denken. Nieuwsgierig naar het gouden licht versnelde hij tot hij tegenover de bron stond.

Inderdaad, een gouden welpje, de deurklopper van een grachtenpand.

Daarom dus geen hoofdletters.

„Heb jij gisteren nog iets gevangen?”

Snel draaide hij zich om.

Daar zat ze, in een sloep, rood zomerjurkje, zwarte zonnebril en gele koeltas.

Zonder nadenken riep hij:

„Paling en…”

„Kabeljauw”, lachte ze.

Alles droogt toch op, dacht hij nog toen hij zwaaiend een aanloop nam en de gracht in sprong.

Despite the heat, it’ll be all right…