‘De term secretaresse wordt te veel gebruikt’

Verdienen & Uitgeven Menno Spiekerman (43) uit Cuijk zet zich onder meer in om het ‘secretariële vakgebied’ aantrekkelijker te maken voor mannen. „Vacatures zijn nog steeds heel erg op vrouwen gericht.”

Foto Bob van der Vlist

In

‘Ben jij de perfecte powervrouw? Die tekst zag ik een keer in een vacature staan voor mijn vakgebied. Het was geen uitzondering. De vacatures zijn vaak in de zij-vorm geschreven en op het beeldmateriaal staan bijna altijd vrouwen. Veel te vaak wordt nog de term ‘secretaresse’ gebruikt, terwijl er prima alternatieven zijn: directieassistent bijvoorbeeld.

„Ik werk als directieassistent bij Phion, het orkest van Gelderland en Overijssel. Ik doe aan agendabeheer, organiseer medewerkersbijeenkomsten, regel externe zalen, stuur bloemen als iemand ziek is, zorg voor relatiegeschenken, ben binnenkort stagebegeleider en doe nog veel meer. Kortom: mijn werk is veelzijdig. Ik ben assistent voor het hele managementteam, dat uit vijf mensen bestaat. Eerder heb ik jaren voor de overheid gewerkt.

„In 2022-2023 mag ik de titel ‘ambassadeur van het secretariële vakgebied’ dragen. In die functie heb ik mezelf twee doelen gesteld: het vak aantrekkelijker maken voor mannen, en mensen met een vmbo-opleiding laten weten dat je er ook komt. Je moet misschien harder werken om je droombaan te kunnen realiseren, maar dan is het alleen maar geweldig als je het met minder diploma’s of certificaten redt. Er wordt te negatief gesproken over vmbo-leerlingen. Ik vind dat onterecht. Ik had destijds ook niet het niveau om een opleiding bij Schoevers [een bekende secretaresseschool] te doen, maar ben toch gekomen waar ik nu ben. Die boodschap probeer ik jongeren mee te geven: gebruik je netwerk en zorg dat je verder komt.”

Uit

‘Ik kan goed rondkomen van mijn salaris. Het is fijn om je vaste lasten te kunnen betalen, zeker in deze tijd. Vanochtend moest ik in de supermarkt 110 euro afrekenen. Nou, dat zag ik niet liggen in mijn mandje. Ik probeer er op te letten: ik maak mijn boodschappenlijstje vanuit het reclameblaadje en ga naar verschillende supermarkten. Gelukkig heb ik geen dure smaak: als ik in dure kleren of schoenen loop, ben ik alleen maar bang dat het kapot gaat of vies wordt.

„Ik weet ook hoe het is om met minder rond te moeten komen. Ik heb in het verleden negen maanden in de WW gezeten, dat was verschrikkelijk. Ik heb toen flink moeten bezuinigen: niet meer naar het theater, niet uit eten, niet met de trein. Mijn sociale leven werd er minder van, de muren kwamen op me af. Gelukkig had mijn partner toen wel een baan.

„Toen mijn partner en ik vorig jaar de zoektocht begonnen naar een nieuwe woning, besloten we niet te overbieden. Bij de derde poging was het raak; we kregen het huis onder de vraagprijs. Ik probeer nu wat geld te sparen voor opknapwerk of als er iets aan het huis kapotgaat. Dat gaat niet elke maand even goed. Dan komen er bijvoorbeeld mensen bij ons barbecuen en pak ik groot uit, of geven we iets te veel uit aan de bioscoop of het theater. Ik word vooral gelukkig van geld uitgeven aan sociale dingen.”