Opinie

Bijna alles weten we. Zeker. Geloof? Dat is persoonlijk

Rosanne Hertzberger

Wetenschap is het enige nieuws in de krant. De rest is roddel. Achterklap. Sentiment. Het is een herhaling van zetten. Weerberichten. Weer heet niet voor niets weer. Weer een regenbui. Weer een energiecrisis. Weer een milieuramp. Telkens opnieuw een maniak die een oorlog begint, een vluchtelingengolf, ophef daarover. En dan weer een energiecrisis, een milieuramp en de o zo voorspelbare uit de hand lopende demonstratie van boze mannen midden in een hete zomer. Allemaal alweer.

Blader door naar de wetenschapspagina’s en daar vind je het echte nieuws. Althans, zo nu en dan. Ook daar kom je weerberichten tegen. Wetenschap is vaak hooguit een invuloefening, bovendien uiterst gevoelig voor mode. Hetzelfde idee toegepast op net een ander onderwerp. Een zelfde hypothese getoetst in een andere populatie. En toch vind je er soms nieuws. Dan prikt iemand een gat in alles wat zeker werd geacht.

Er is behoorlijk veel dat mensen om mij heen zeker lijken weten. Althans die indruk heb ik van u, lezers. Een groot deel van Noordwest-Europa lijkt ervan overtuigd dat de aard van de werkelijkheid min of meer te beschrijven en te verklaren valt met de huidige theorieën. Dat alles om ons heen valt af te leiden uit de wetten van Newton, het standaardmodel van de deeltjes, de relativiteitstheorieën. Er is alleen nog een idee nodig hoe je al die dingen aan elkaar kan verbinden, dan is het wel klaar. Er hoeven geen grenzen meer verlegd te worden, er zijn geen verrassingen meer. Hooguit wat donkere vlekken om in te kleuren.

Ik maakte weleens een grap in het lab als ik iets nieuws had gevonden dat we na de koffiepauze wel zo’n beetje konden gaan opruimen en iedereen naar huis kon, omdat alle problemen waren opgelost en alle vragen waren beantwoord.

Het is die ‘we zijn er bijna’-mentaliteit die domineert in ons hoekje van de aarde. Mensen verklaren vol zelfvertrouwen in de wetenschap te geloven en leunen daarbij zwaar op wetenschappelijke zekerheden die er helemaal niet zijn.

Zo hebben we geen begin van een beschrijving van de aard van ons bewustzijn. Maar elke arts die iets alternatiefs durft uit te proberen op hopeloze patiënten belandt onverbiddelijk op een zwarte lijst van academische tribunalen. Het is wetenschappelijk bewezen dat fysieke eigenschappen van dingen een gevolg zijn van ons observeren, en niet onlosmakelijk verbonden zijn met die dingen zelf. We weten nota bene dat deeltjes op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn. Maar elke spirituele neiging, paranormale ervaring of – wee je gebeente – vorm van ‘geloof’ is hooguit iets om elkaar na een paar drankjes rondom het haardvuur in het oor te fluisteren.

En beter zorg je ervoor dat je zulke ontboezemingen omkleedt met afdoende voorbehouden en excuses en ‘ik weet dat het vreemd klinkt, maar’ omdat je anders te veel risico loopt om definitief in het kamp van de gekkies, of erger: van de gelovigen, te belanden.

Een tijd lang wist ik niet wat ik aan moest met uitnodigingen van al die programma’s waar men met gasten over godsdienst praat. U kent ze wel. Programma’s van Jacobine Geel of Tijs van den Brink, of de Ongelooflijke podcast. Alles met goede bedoelingen, maar waarin geloof net als in het dagelijks leven vaak wordt gereduceerd tot iets persoonlijks. Iets dat met opvoeding, achtergrond, levenservaring te maken heeft. Human interest kortom, weerberichten. In die vraag alleen al – geloof je? – wordt het mystieke gereduceerd tot een eigenschap van jou in plaats van een eigenschap van de realiteit waarin je leeft. Wat maakt het in vredesnaam uit wat mijn wispelturige apenbreintje gelooft, hoopt of vreest? Ik heb nog steeds geen zin om antwoord te geven.

Maar heel misschien zit er toch iets in die persoonlijke benadering. Bestaat God? Het antwoord is volmondig ja. Hij bestaat. Het is zelfs wetenschappelijk bewezen. En hij bestaat niet. Hij is een man. Een vrouw. Vol liefde, vol wraak, vol compassie, vol rechtvaardigheid in duizend verschijningsvormen. Zijn eigenschappen zijn maar van één ding afhankelijk: van wie er kijkt.

Rosanne Hertzberger is microbioloog. Maxim Februari is deze week afwezig.