Opinie

Vechten met de pen in de Donbas

Michel Krielaars

‘Oekraïense schrijvers hebben het tegenwoordig meer over de oorlog dan over de liefde”, zegt Andrej Koerkov, de beroemdste schrijver van Oekraïne. „Vierhonderd zijn er zelfs naar het front getrokken om erover te schrijven. Zoiets zal uiteindelijk grote invloed hebben op de Oekraïense literatuur.”

Het is maandagavond in Wassenaar. Koerkov (Leningrad, 1961) is een paar dagen in Nederland, waar hij op de residentie van de Canadese ambassadeur voor een kleine groep genodigden een lezing houdt over de staat van de literatuur in zijn land.

Ondanks de ramp die zich in Oekraïne voltrekt, sprankelt zijn praatje van de humor. „Ik ben opgegroeid in de Sovjet-Unie en om er niet depressief te worden, moest je leuke dingen om je heen zien te ontdekken”, zegt hij, als hem gevraagd wordt naar de kern van zijn werk, dat in 42 talen is vertaald.

Zijn leven in de Sovjet-Unie is een roman op zichzelf. Zo werd hij in zijn militaire diensttijd als tolk door de KGB ingeschakeld, omdat hij Japans kende. Daarna had hij baantjes als cameraman en gevangenbewaarder. Twee weken voor de val van de Sovjet-Unie publiceerde hij zijn eerste roman, met geleend geld en in eigen beheer. Zolang niemand hem wilde uitgeven verspreidde hij zijn werk zelf, zoals in stalletjes op straat. „Ik heb de grootste collectie afwijzingen van Oekraïne, zeshonderd”, bekent hij zijn gehoor met twinkelende ogen.

Inmiddels heeft Koerkov, die Russischtalig is, negentien romans gepubliceerd, waarvan Picknick op het ijs (1996) in zijn eigen land met 200.000 verkochte exemplaren een bestseller is. En ook in het Westen heeft hij over succes niet te klagen. Zo zijn twaalf van zijn romans inmiddels in het Engels vertaald. „In Engeland kreeg ik voor het eerst erkenning als schrijver.”

Picknick op het ijs beleefde onlangs een herdruk in het Nederlands. En in september verschijnen zijn Dagboek van een invasie en zijn nieuwste roman Grijze bijen in vertaling. Het werd tijd, want veel Oekraïense schrijvers is dat lot niet beschoren, terwijl zij vaak interessanter zijn dan hun Russische collega’s.

Sinds Oekraïne in oorlog is met Rusland, beschouwt Koer-kov zich vooral als boodschapper van wat er in zijn land aan de hand is. Die rol is des te belangrijker geworden nu in het buitenland de interesse voor het lot van Oekraïne afneemt en het eigenbelang, als gevolg van de door Poetin veroorzaakte gascrisis, voorop komt te staan. „Ik ben een van de miljoenen ontheemden die probeert te begrijpen en te beïnvloeden wat er in mijn land aan de hand is”, zegt hij. „Inmiddels heb ik al zo’n vijftig à zestig artikelen over de oorlog in verschillende internationale kranten en tijdschriften gepubliceerd. Ook heb ik acht podcasts voor de BBC World Service gemaakt.”

Fictie schrijven doet Koerkov voorlopig dan ook niet. „Zolang de oorlog duurt wil ik zelfs niet dat mijn boeken in Rusland worden uitgegeven.”

Op mijn vraag of ook westerse schrijvers voldoende over de oorlog schrijven, antwoordt hij bevestigend. „Vooral in Engeland en Frankrijk is dat zo. In Duitsland woedt echter een fel debat tussen schrijvers over de levering van zware wapens aan Oekraïne. Vooral linkse schrijvers willen dat niet, uit schuldgevoel over de Tweede Wereldoorlog.” Op dat moment schaam ik me er bijna voor dat de meeste Nederlandse schrijvers over Oekraïne zwijgen.