Opinie

Trobrianders

Nicolien Mizee

Ik heb nooit veel bewondering gehad voor de uitvinding van het wiel. Als dat wiel niet bestaan had, zou ik het meteen hebben uitgevonden. Maar er zijn genoeg dingen waarvan ik denk: daar zou ik nou nooit opgekomen zijn.

Het stijfslaan van eiwitten. Breien. Luxaflex. En nooit ofte nimmer zou ik het verband hebben gezien tussen geslachtsdaad en zwangerschap. Hordes apen en zebra’s zouden voor mijn ogen kunnen paren zonder dat ik een link zou leggen met de geboorte van kleine aapjes en zebra’s.

Als ik op een onbewoond eiland zat en er spoelde een man aan die even onwetend was als ik, zouden we dan ooit tot geslachtsgemeenschap komen? Zo heel erg voor de hand ligt het eigenlijk niet, zeker niet als je kleren aan hebt.

In volkenkundige musea zie je vaak beelden van mannetjes met hele grote piemels. Volgens het bordje zijn dat ‘vruchtbaarheidssymbolen’. Maar hoe weten we dat eigenlijk? Misschien vonden de mensen grote piemels gewoon grappig.

Nog in de jaren zestig klaagde een man zijn nood in de rubriek ‘Wij Willen Weten’ van het tijdschrift Sextant. Zijn vrouw was na een half jaar huwelijk nog niet zwanger hoewel hij elke avond zijn sperma in haar navel stortte.

In de autobiografische boeken van Elizabeth Jane Howard lees je over jonge vrouwen van stand die halverwege de twintigste eeuw geen idee hadden van wat hun in de huwelijksnacht te wachten stond. Een bruid sluit zich gillend op in de badkamer, terwijl buiten de koets al klaarstaat.

Ik legde mijn gedachtegang aan Thijs voor. Zou hij, zonder seksuele voorlichting, ooit begrepen hebben hoe baby’s gemaakt worden?

„Het volk van de Trobrianders ziet geen verband tussen seks en nageslacht”, zei hij. „Ze denken dat de geest van een gestorvene bezit neemt van een jonge vrouw om opnieuw geboren te worden.”

„En is er nooit iemand gekomen die heeft uitgelegd hoe het echt zit?”

„In de jaren twintig hebben de Engelse overheersers dat geprobeerd. Maar de Trobrianders geloofden het niet. Ze waren wel enthousiast over het cricketspel. Dat wilden ze meteen leren.”

„Wat interessant dat ze die ingewikkelde spelregels van cricket dan wel weer snapten”, zei ik.

„Nou, ze hebben de regels sterk aangepast. Ze beschilderen hun lichaam, dansen op het veld en rennen met hele groepen achter de bal aan. In onze ogen heeft het nog maar weinig met cricket te maken. Op de Mainzer Beobachter heb ik er een erg leuk filmpje van gezien.”

Ik dacht na over die Trobrianders. Stel nou dat ik jarenlang vergeefs in een tent zat te wachten tot ik zwanger werd. Op een dag zou een witte man met een kaki kniebroek mij adviseren seks te hebben met een man. Waarschijnlijk zou ik zijn raad opvolgen, zoals ik ooit een amethist aan een koordje om mijn nek heb gehangen tegen hoofdpijn. Ik geloofde er niet in maar het hielp direct.

Misschien denken die Trobrianders: goed, goed, die geslachtsdaad is een begin, maar zonder geest komt er natuurlijk niets van terecht. Zo zou ik denken als ik een Trobriander was.

Nicolien Mizee is schrijver en vervangt Frits Abrahams tijdens zijn vakantie.