Reportage

‘Geef ons nog meer wapens en wij klaren de klus’, klinkt het vanuit de loopgraven in Oekraïne

Zuid-Oekraïne Oekraïne maakt zich op voor een tegenoffensief in het zuiden van het land. Sporters, muzikanten, leraren, ingenieurs: iedereen wil vechten, ziet de correspondent ter plekke.

Soldaat Oleksandr staat bij een uitkijkpunt aan de frontlinie ten zuiden van de stad Mylolajiv.
Soldaat Oleksandr staat bij een uitkijkpunt aan de frontlinie ten zuiden van de stad Mylolajiv. Foto Kostyantyn Chernichkin

Met een noodvaart scheurt legerkapelaan Oleksandr (40) van Mykolajiv naar het zuiden, langs open velden, loopgraven, reusachtige hopen zand, zonnepanelen met kogelgaten erin. Een opgeschrikte fazant kan zich nog net in veiligheid brengen, twee legerhelikopters scheren laag over. Verderop aan de Zuid-Oekraïense horizon stijgen links en rechts van de auto zwarte rookwolken op: daar wordt gevochten tussen het Oekraïense en het Russische leger.

Oleksandr – baard, petje, zonnebril, legerkleding en kogelwerend vest – is met een auto vol voedsel en medicijnen op weg naar de front-linie, op nog geen zeshonderd meter van de Russische linies. Russische artillerie neemt deze weg vaak onder vuur, en in dit open laagland wordt een auto makkelijk gespot door de Russische drones in de lucht. Dodelijke vogels, noemt Oleksandr ze. „Ze zien alles”, zegt hij berustend, terwijl hij onverminderd gas blijft geven.

In de eerste oorlogsmaand kon Oleksandr – uit veiligheidsredenen houdt hij zijn achternaam geheim – hier niet rijden. Dit gebied was toen nog in handen van het Russische leger. De Russen lagen in een halve cirkel rond Mykolajiv, klaar om de stad te veroveren.

Maar nu is dat anders. Waar het Russische leger in de Donbas nog altijd langzaam maar zeker terrein wint, zijn het aan het zuidelijke front de Oekraïners die Russen tientallen kilometers achteruit hebben geduwd. Inmiddels staan de Oekraïners op minder dan twintig kilometer van de zuidelijke stad Cherson. Al weken wordt er gesproken over een groot Oekraïens offensief.

Kapotgeschoten ramen

Als we een controlepost zijn gepasseerd, vraagt Oleksandr om de mobiele telefoon op vliegtuigmodus te zetten – het mobiele signaal trekt vuur. Om veiligheidsredenen verzoekt hij bovendien de naam van het dorp dat we binnenrijden niet te vermelden. Hij parkeert zijn auto bij een halfverwoeste school, die wordt gebruikt als commandopunt.

Drie militairen steken ineens hun hoofd uit een kelder. „Daarbeneden zijn we veilig”, zegt soldaat Oleksandr Golykov (50), die zelf buiten op een stoel zit. Hij oogt ontspannen, maar houdt voor de zekerheid zijn helm op. Zijn automatische geweer rust op zijn bovenbenen.

Voor de oorlog gaf Golykov kinderen zwemles, een dag na de Russische invasie op 24 februari sloot hij zich aan bij het leger. „Sporters, muzikanten, leraren, ingenieurs: heel Oekraïne vecht.”

Op zijn eerste dag aan het front ontplofte een mortiergranaat zeven meter van hem vandaan. De angst kreeg hem even in zijn greep. Inmiddels is hij gewend geraakt aan het oorlogsgeweld. „Het is de mens ingebakken om aan alles te wennen.”

Vogelgekwetter vult de stilte, maar die duurt nooit lang, want vrijwel voortdurend zijn explosies te horen. Centimeter voor centimeter, meter voor meter, zegt Golykov, wist Oekraïne de afgelopen maanden de dorpen ten zuiden van Mykolajiv te heroveren. Het nauwkeurige Oekraïense artillerievuur gaf volgens hem de doorslag. „Daarna waren er tegenaanvallen van de Russen. Die hebben we afgeslagen. Inmiddels hebben beide partijen vaste posities ingenomen.”

In de volgende fase wil Oekraïne opstomen richting Cherson, de door de Russen veroverde havenstad. Al weken gonst het van de geruchten dat Oekraïne zich klaarmaakt voor een offensief in het zuiden. Minister Oleksii Reznikov van Defensie zei in de Britse krant The Times deze maand dat president Volodymyr Zelensky het Oekraïense leger heeft bevolen om de bezette kustgebieden te bevrijden.

Het zuiden is een zwakke plek

De Oekraïense strategie komt niet uit de lucht vallen. Terwijl Rusland zich concentreert op de strijd in Oost-Oekraïne, is het zuiden een zwakke plek geworden. Het front verschilt hier van dat in de Donbas, legt Golykov uit. „De frontlinie in het zuiden is uitgestrekt. Die kunnen ze niet overal goed bemannen.” Met de in 2014 afgescheiden ‘Volksrepublieken’ Donetsk en Loehansk had Moskou in het oosten bovendien een voet aan de grond: „Daar stonden al alle voertuigen en wapens. In het zuiden is niets. Hier hebben ze zich moeten invechten.”

Als opmaat naar het offensief richting Cherson zette Oekraïne de afgelopen weken westerse wapens in. Sinds de komst van de geavanceerde Amerikaanse Himars-raketsystemen valt Oekraïne ook in het zuiden Russische wapendepots aan, zoals bij Nova Kachovka. Ook bestookte Oekraïne de afgelopen week opnieuw de Antonivsky-brug bij Cherson. De havenstad ligt geïsoleerd, op de noordelijke oever van de brede Dnjepr. Als de bruggen worden vernietigd is het Russische garnizoen praktisch afgesneden van het achterland en kan Cherson alleen nog via een omweg worden bevoorraad, waardoor de transporten kwetsbaarder zijn voor Oekraïense aanvallen. De Antonivsky-brug staat nog, maar is zwaargehavend. Ook twee andere bruggen zijn beschadigd. Als voorzorgsmaatregel leggen de Russen pontonbruggen over de Dnjepr.

Voor Britse inlichtingendiensten is dat een teken dat de Oekraïense operatie is begonnen. Het tegenoffensief wint aan kracht, zo meldde het Britse ministerie van Defensie deze week. Maar ten zuiden van Mykolajiv valt daar nog niets van te merken. Nergens staan lange rijen colonnes met tanks en voertuigen of verzamelen soldaten zich. Het Oekraïense offensief ontrolt zich langzaam. Behóédzaam, zegt soldaat Golykov. „We zijn geen Russen die alles en iedereen kapot schieten. Voor hen is het niet belangrijk hoeveel mensen er sterven. Onze officieren geven wél om onze levens.” Hij snuift. „En als we meer Himars hadden gehad, hadden we sneller kunnen optreden.”

Oekraïne beschikt over twaalf Himars-systemen. Ze jagen de Russen schrik aan. „Geef Oekraïne er honderd”, verzoekt Golykov. „Ik snap dat het iets anders is dan een lucifer afstrijken, maar leer het ons, en we klaren de klus.”

Slaagt Oekraïne erin Cherson te bevrijden, dan betekent dat een pijnlijke nederlaag voor Rusland. De havenstad is de enige grote plaats die de Russen ten noorden en ten westen van de Dnjepr in handen hebben. Bij inname lonkt voor Oekraïne een opmars richting de Krim, het door Rusland in 2014 geannexeerde schiereiland.

Westerse experts benadrukken vooral de economische factor van het tegenoffensief. Als Cherson wordt ingenomen zou de hele Zwarte Zeekust ten westen van de Krim in Oekraïense handen zijn. Oekraïne heeft daarmee een ruimere toegang tot de Zwarte Zee, waar het economisch zo van afhankelijk is. De haven van Cherson kan bovendien worden gebruikt voor de export van graan, die na het akkoord met Rusland weer op gang moet komen.

Maar over deze argumenten gaat het in gesprekken met Oekraïners helemaal niet. „Dit is onze grond en die gaan we terugpakken”, verwoordt kapelaan Oleksandr het gevoel onder de Oekraïense bevolking.

Kantoor stukgeschoten

Twee dagen eerder verwijst ook Vitali Kim, hoofd van de regionale militaire administratie van Mykolajiv, naar het lot van de Oekraïense burgers in de bezette gebieden. „Het zijn onze mensen die daar zitten. Hen moeten we bevrijden. Dat staat voorop”, zegt Kim (41) tijdens een gesprek op straat in het regeringsdeel van Mykolajiv, dat is afgesloten met betonblokken en prikkeldraad.

Kim werd beroemd met opgeruimde video’s die hij in zijn kantoor opnam, met voeten op tafel. Maar nu is het kantoor stukgeschoten, haast in tweeën gespleten door een Russisch bombardement in maart, waarbij 37 doden vielen.

Mykolajiv ligt nog altijd onder Russisch vuur. De stad bevindt zich binnen het bereik van Russische artillerie. De nacht ervoor heeft een Russische raket een tankstation geraakt. Ook twee universiteitsgebouwen en hotels liggen in puin.

In de eerste dagen van de oorlog rukte het Russische leger op naar Mykolajiv, maar het kreeg de stad niet in handen. De inwoners stonden op tegen de Russische soldaten, legt Kim uit. „Iedereen heeft zich hier verenigd. Niemand wil hier de Russen. Burgers, het leger, jagers, vissers – iedereen pakte een wapen en ging vechten. De Russen hadden zulk verzet niet verwacht.”

Zo ging het ook bij de bevrijding van de dorpen ten zuiden van Mykolajiv, vertelt Kim. Oekraïne joeg het Russische leger op. „Ze kregen geen rust. Ze sliepen niet. Overdag vochten ze met het Oekraïense leger, ‘s nachts joegen partizanen op ze op plekken waar ze verbleven, zoals in de bossen. Iedereen vocht.”

Nu wacht voor de Oekraïners het volgende deel van de oorlog in het zuiden: het tegenoffensief. Veel wil Kim er niet over kwijt – geheim, zegt hij. Maar het bombarderen van de Antonivsky-brug behoort tot het aanvalsplan, geeft hij toe. „Rusland gebruikt de brug massaal voor militair verkeer.”

Kim ziet mogelijkheden in het zuiden. „Het Russische leger is niet zo sterk als wordt beweerd. Ze kunnen niet op twee, drie plekken aanvallen. Ze zitten nu geconcentreerd in de Donbas.” Het Russische leger stuurt volgens Oekraïne inmiddels versterkingen naar het zuidelijke front.

Kalasjnikov binnen handbereik

„Als ik zeg liggen, ga je liggen.” Kapelaan Oleksandr loopt voorop, op weg naar een waarnemingspost op zeshonderd meter van Russische soldaten. De wandeling vanaf het schoolgebouw gaat door het getroffen dorp: zwartgeblakerde muren en kapotgeschoten daken. Een goudgeschilderd Sovjetmonument voor omgekomen soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog schittert ongehavend in de zon.

In het dorp wonen hooguit nog twintig mensen van de oorspronkelijke duizend, vertelt de kapelaan. Hij gaat wel eens bij hen langs met water en voedsel. „Zij zijn pro-Russisch en wachten op het Russische leger.”

Op het uitkijkpunt tuurt een soldaat vanachter een anderhalve meter hoge muur van zandzakken over het open veld. Zijn kalasjnikov ligt binnen handbereik. Achter hem ligt een loopgraaf. De soldaat heet ook Oleksandr en hij zit hier in zijn eentje. Met zijn walkietalkie houdt hij contact met andere militairen.

Schuilen kan hij in een bunker van zandzakken, aarde en boomstammen. Binnen is het donker. Op een tafel liggen lege waterflessen, een landkaart en pakjes sigaretten.

Oleksandrs beste bescherming zijn zijn oren. Hij probeert te luisteren naar inkomend Russisch vuur. „Stil, stil”, zegt hij soms en kijkt dan uit over de vlakte. „Niks, niks”, laat hij erop volgen. En dan alsnog: boem. „Oooooh”, roept Oleksandr. Direct daarna volgt een nieuwe dreun, en nog een. Aan de horizon stijgen zwarte rookwolken op.

Als het even stil is, vertelt hij luchtig over wat er gebeurde toen het Oekraïense leger optrok richting de dorpen onder Mykolajiv. „Wij kwamen, en zij gingen weg.” Oleksandr vertelt het alsof de Oekraïners geen schot hoefden te lossen. „En toen begon de oorlog hier, zoals je nu hoort.” De strijd is een loopgravenoorlog geworden als in de Eerste Wereldoorlog, maar wel een met 21e-eeuwse overvliegende drones.

Westerse wapenleveranties

In de auto op weg naar het front deed kapelaan Oleksandr schamper over de westerse wapenleveranties. Het Westen houdt mooie praatjes, zegt hij, maar de hoeveelheid wapens die Oekraïne krijgt is volgens hem te gering om de Russen terug te dringen. Minister Reznikov zei in The Times dat Oekraïne een miljoen soldaten beschikbaar heeft om de zuidelijke gebieden te heroveren, maar niet voldoende wapens. De Verenigde Staten zegden toe nog eens vier Himars te leveren, Polen stuurt tanks.

Van soldaat Oleksandr op het uitkijkpunt – ook hij houdt zijn achternaam om veiligheidsredenen geheim – mag het Westen sneller handelen. Nadat hij had gevochten in Oost-Oekraïne in 2016 reisde hij door Europa om tentoonstellingen op te bouwen. „Alles gaat bij jullie langzaam.”

Aan strijdbaarheid onder de Oekraïners geen gebrek. Uit onderzoek door het Internationale Instituut voor Sociologie in Kiev onder tweeduizend Oekraïners blijkt dat 84 procent territoriale concessies doen onacceptabel vindt. Tegelijkertijd dringt het gevoel zich op dat zonder enorme westerse wapenleveranties het grote offensief in het zuiden nog wel een tijdje op zich kan laten wachten.

„Stil, stil”, zegt Oleksandr nog een keer. Hij luistert aandachtig, maar niets. „Oorlog voeren is niet zo moeilijk”, gaat hij verder. „Het hangt af van wie de meeste wapens heeft.”