Recensie

Recensie Boeken

Een egel op een nachtelijke sluiptocht door slachterijen

Kinderboek In de verhaalwereld van de Franse, internationaal bekroonde Jean-Claude Mourlevat draait het niet alleen om dieren die net als mensen zijn, maar ook om mensen als ‘de intelligentste van alle dieren’.

Beeld uit besproken boek

Jean-Claude Mourlevat (1952) is één van Frankrijks grootste kinder- en jeugdboekenschrijvers. Daarenboven won hij in 2021 de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA), de grootste internationale oeuvreprijs voor jeugdliteratuur. Toch is deze ‘briljante vernieuwer van de sprookjestraditie’, zoals de ALMA-jury de kinderboekenschrijver typeert, nauwelijks bekend in Nederland. Althans, nog niet: het zou zomaar kunnen dat Jefferson hierin verandering gaat brengen.

Niet dat deze moderne fabel nou zo’n literair hoogstandje is: daarvoor mist het klassieke whodunit-verhaal over de jonge egel Jefferson ten Bosch van Berckebeek, die wordt beschuldigd van moord op zijn kapper, raffinement. Nee, dit is zo’n kinderboekenavontuur dat je koestert omdat het eenvoudigweg spannend en humorvol is en het schrijfplezier ervan afspat. Bovendien heeft het voor een fabel een verrassend uitgangspunt: in Mourlevats verhaalwereld draait het niet alleen om dieren die net als mensen zijn, maar spelen ook mensen als ‘de intelligentste van alle dieren’ een cruciale rol. En zij komen er niet best van af bij Mourlevat, die naast schrijver ook maatschappijcriticus blijkt.

Roeptoeterende geit

Natuurlijk, er zijn uitzonderingen. Zoals er andersom ook uitzonderingen zijn. In het aangrenzende land der dieren waar Jefferson woont is lang niet iedereen heilig. Veelzeggend bijvoorbeeld is de manier waarop Jefferson publiekelijk wordt veroordeeld, op basis van een valse getuigenis van een roeptoeterende geit (een van de kappersklanten) nadat hij het met een schaar doorboorde dassenlijk van meneer Edgar vindt. Niet minder veelzeggend is de misplaatste vergelijking van het dierenvolk tussen Jefferson en de ‘monsterlijke egel’ Alex Vrahil, een bekende seriemoordenaar. Jeffersons boezemvriend Gijsbert waarschuwt zijn maat – ‘ze zullen zeggen dat het jullie in het bloed zit’ – en maant hem te vluchten.

Deze Gijsbert is zelf overigens geen egel, maar ‘een gelukkig varken’, onverschrokken en ongecompliceerd. Hij is degene die Jefferson ervan overtuigt dat diens onschuld alleen bewezen kan worden als ze zélf de moordenaar opsporen. Samen blijken ze een perfect speurderskoppel. Al snel brengt een ansichtkaart van meneer Edgar aan zijn nichtje Karolien ze op een spoor, waarna ze vermomd als toerist in een toerbus afreizen naar mensenstad Stedeburg. Daar ontdekken ze dat de kapper een landelijk netwerk tegen de vleesindustrie leidde.

Detective-pastiche

Door Mourlevats lichte ironie en terloopse literaire grapjes leest Jefferson als een pastiche op het detectivegenre. Geestig bijvoorbeeld is Jeffersons reactie op Gijsbert wanneer deze oppert om naar de hotelbar te gaan om iets te drinken tegen de slapeloosheid. Die gedachte, schrijft Mourlevat, ‘gaf Jefferson het gevoel dat hij tegen wil en dank in een detectiveroman was verzeild. Moest hij nu whisky bestellen, dat walgelijke spul dat naar medicijnen smaakte?’ Ook leuk is Gijsberts ‘goed werk, Sherlock’ tegen Jefferson, waarmee Mourlevat speels naar Arthur Conan Doyle’s illustere meesterdetective verwijst.

Net als zijn geestelijk vader is Jefferson overigens ook een boekenliefhebber. Vooral de avonturenroman Alleen op de rivier over een in nood verkerende held met leeuwenmoed, kan Jefferson bekoren. Gaandeweg het verhaal blijkt dit boek zelfs zijn voornaamste houvast: iedere keer als hij radeloos is, verplaatst hij zich in de hoofdpersoon, waarna hij moedig voorwaarts gaat. Ongemerkt laat Mourlevat zo treffend zien wat fictie vermag.

Helaas is Mourlevat niet overal even subtiel. Door de rangorde in Stedeburg letterlijk uiteen te zetten, met bovenaan de mensen, daaronder de pratende, bewust handelende dieren, nog een trapje lager de huisdieren en helemaal onderaan het slachtvee, zet hij zijn dierenactivistische boodschap wel erg dik aan. Maar kinderen zal dat niet uitmaken. Zij zullen zich laten meeslepen door het op te lossen mysterie, de nachtelijke sluiptochten van Jefferson en Gijsbert door de slachterijen van de vleesindustrie, de ontroerende solidariteitsverklaring van de andere dieren met Jefferson en de slapstickachtige apotheose die bewijst dat ‘soms het onmogelijke toch mogelijk is’. Jefferson is een onweerstaanbaar boek. Eigenlijk precies zo’n boek als waar de egel zelf zo van houdt.