De problemen van de Oranjevrouwen gaan dieper dan de bondscoach

EK voetbal De Nederlandse voetbalvrouwen beleefden een ongelukkig EK. Is bondscoach Mark Parsons de juiste man voor de job? En hoe staat het Nederlandse voetbal voor vrouwen er verder voor?

Bondscoach Mark Parsons na de uitschakeling in de kwartfinale tegen Frankrijk
Bondscoach Mark Parsons na de uitschakeling in de kwartfinale tegen Frankrijk Foto Peter Powell/EPA

Het was een pijnlijke uitspraak. Op de vraag van een journalist aan voetbalster Daniëlle van de Donk wat zij geleerd heeft van bondscoach Mark Parsons, bleef het stil. „Daar ga ik eens over nadenken”, zei ze uiteindelijk.

Het was vlak na de verloren EK-kwartfinale tegen Frankrijk, afgelopen zondag. De middenvelder was zichtbaar teleurgesteld. Nederland had volgens haar te verdedigend gespeeld. „Je moet uitgaan van eigen kracht en je niet zo snel aanpassen aan de tegenstander”, aldus Van de Donk. „Misschien hebben Mark en ik net een andere betiteling van ‘aanvallend voetbal’.”

Eerder in het toernooi had Jill Roord zich kritisch uitgelaten over Parsons. „Hij gaat graag de diepte in en dan haakt bij ons 50 procent wel af”, zei de middenvelder in de Volkskrant. En, over de lange besprekingen van de bondscoach: „De eerste keer dat hij er was hebben we dat meteen aangegeven: dit duurt te lang. Nu zijn ze korter, maar soms denk ik: was hier een bespreking voor nodig en zo lang? Maar hij is aan het leren, het wordt beter.”

Dat soort „tussen-de-regels-door-kritiek” zegt iets over de verhouding tussen speelsters en bondscoach, zegt Andries Jonker, die begin deze eeuw korte tijd bondscoach was van het Nederlandse vrouwenelftal. „En dan is het belangrijk dat je dat niet laat sudderen, maar de koe bij de horens vat. Waar komt die kritiek vandaan? Is er voldoende grond om verder te gaan?”

Na de teleurstellende uitschakeling op het EK – Nederland werd in 2017 nog Europees kampioen – wordt de vraag vaak opgeworpen: kan Parsons aanblijven? En, misschien nog wel belangrijker: zijn er dieper liggende oorzaken voor het verval bij de nationale ploeg?

Het wordt voor Parsons niet eenvoudig een doorstart te maken, denkt Ed Engelkes, acht jaar lang assistent-bondscoach van de Nederlandse voetbalsters. „Parsons vindt openlijke kritiek kennelijk oké, ik zou er niet blij van worden. Als dat gebeurt voor een beslissend duel kun je je afvragen of hij niet de handdoek in de ring moet werpen. Zeker als meer bepalende speelsters hem niet zien zitten.”

Begin september speelt Nederland een kwalificatiewedstrijd tegen IJsland – het beslissende duel waarover Engelkes het heeft. De winnaar plaatst zich rechtstreeks voor het WK van 2023. „Er is geen tijd te verliezen”, zegt Jonker. „Als ik Parsons was zou ik meteen met de speelsters in gesprek gaan, vakantie of niet. Daarna kan hij dan met de KNVB rond de tafel om de balans op te maken.”

Opvallend vond Engelkes dat Parsons in de media vertelde dat hij geen sportieve doelstelling voor het EK met de KNVB had afgesproken. „Dat is toch vreemd voor de coach van de Europees- en vice-wereldkampioen? Eigenlijk zeg je: hoe het uitpakt maakt niet uit.”

Op de vraag of hij zelf graag bondscoach was geworden lacht Engelkes wat ongemakkelijk. „Toen de KNVB niemand kon vinden heb ik eind 2020 laten weten dat ik beschikbaar was. Ik heb tien jaar ervaring in het vrouwenvoetbal, internationaal en op clubniveau. Zo gek was die gedachte dus niet. Maar het duurde tot maart 2021 voor ik antwoord kreeg. De directeur amateurvoetbal belde dat hij ‘nog even wilde reageren’. Het was een kort gesprek. Ik paste niet in het profiel.”

Lees ook: een sportieve analyse over het EK van Oranje. Waarom kreeg Mark Parsons zijn ploeg niet aan de praat?

Er zijn ook kenners, ex-speelsters vooral, die vinden dat de bondscoach meer tijd moet krijgen. De top bereiken is makkelijker dan je daarin nestelen, zeggen ze. „Ik denk dat we Parsons niet zo maar moeten afschrijven”, zegt oud-international Manon Melis, nu coördinator vrouwenvoetbal van Feyenoord. „Hij zit er nog geen jaar hè.”

De bondscoach kreeg de ondankbare taak om door te selecteren na het succes van voorgangster Sarina Wiegman, brengt Melis in herinnering. „En dat heeft hij goed gedaan.” Denk alleen al aan de meeslepende wijze waarop de achttienjarige Esmee Brugts haar EK-debuut maakte. En aan het puike keeperswerk van Daphne van Domselaar. „We kunnen kritisch zijn, maar ook denken: er staat een nieuwe generatie klaar.”

Loze belofte

Loes Geurts, jarenlang vaste keepster van Oranje: „Je kan als coach nooit met iedereen een goede band hebben. Onder Sarina ging ook niet alles van een leien dakje. Maar daar hoor je niemand over, omdat de resultaten goed waren. Nu de resultaten tegenvallen is het makkelijk om uitspraken als die van Roord en Van de Donk eruit te lichten.”

Wie de nationale vrouwenploeg coacht is één ding. Maar hoe staat het Nederlandse voetbal voor vrouwen er in zijn totaliteit voor? Hoe sterk is de Eredivisie? Hoe goed is de opleiding? Want één ding is zeker, zegt Hesterine de Reus, jarenlang actief als coach van nationale jeugdelftallen en sinds 2019 high performance specialist bij de FIFA. „Wat er met je nationale team gebeurt is altijd een reflectie van het bondsbeleid.”

Bij dat beleid kun je zo je vraagtekens plaatsen, vindt De Reus. „Stel dat bij het mannenelftal een coach zonder de benodigde papieren en ervaring werd aangesteld. Dan zou het land toch te klein zijn? Met zo’n ondermaatse aanstelling toont de KNVB geen commitment. Er wordt maar geroepen dat ‘we’ de beste willen zijn. Loze woorden.”

Wat er met je nationale team gebeurt is altijd een reflectie van het bondsbeleid

Hesterine de Reus oud-coach van nationale jeugdelftallen

Volgens De Reus is de in 2007 opgetuigde Eredivisie voor vrouwen nauwelijks doorontwikkeld. Met de komst van Fortuna Sittard en Telstar groeit die komend seizoen van negen naar elf teams, maar er is volgens haar te weinig talent om over die clubs te verdelen. „Met alle respect, maar je kan van vv Alkmaar niet verwachten dat ze een topsportomgeving creëren.”

Ook de afschaffing van talentencentra is De Reus een doorn in het oog. Speelsters als Lieke Martens, Daniëlle van de Donk en Desiree van Lunteren groeiden mede dankzij deze centra uit tot boegbeelden van hun sport, zegt zij. Voeding en medische ondersteuning werden gefinancierd en waren van topniveau. De Reus: „De talentencentra werden deels overgeheveld naar betaald voetbalorganisaties, maar die hebben vaak al moeite hun eerste elftal financieel op de been te houden.”

Lees ook: de EK-voorbereiding van Esmee Brugts, die op achttienjarige leeftijd mee mocht met Oranje

40,53 euro

Priscilla Janssens, mede-oprichter van de Eredivisie, was verbaasd toen zij onlangs de KNVB-richtlijn ‘licentie-eisen vrouweneredivisie’ voor het seizoen 2022-2023 onder ogen kreeg. Daarin staat dat een eredivisieclub speelsters „de mogelijkheid moet bieden tot het volgen van een duale carrière”. Lees: een maatschappelijke carrière naast het voetballen. Janssens: „Het doel is niet dat speelsters fullprof worden. Een doel dat topvoetballanden als Spanje, Engeland en Frankrijk juist hebben omarmd.”

Elders in de richtlijn staat dat clubs in de Eredivisie „ten minste twee contractspeelsters in dienst moeten hebben die minimaal 55,5 procent van het wettelijk minimumloon naar leeftijd verdienen”. Het wettelijk minimumloon per dag voor een achttienjarige als Esmee Brugts is 40,53 euro. „Dat helpt niet om de eredivisie aantrekkelijk te maken”, zegt Janssens. „In de Spaanse, Engelse, Duitse en Franse Eredivisie kan zo’n negentig procent van de speelsters leven van voetbal. In Nederland 48 procent.”

Nederland raakt steeds verder achterop het buitenland, zeggen De Reus en Janssens. Clubs die zich plaatsen bij de laatste zestien in de Champions League ontvangen 400.000 euro. De winnaar van het toernooi ontvangt 1,4 miljoen. Daarnaast zijn er zogenoemde ‘solidariteitsbetalingen’ ter waarde van 5,6 miljoen euro. Geld dat naar alle hoogste divisieclubs van landen gaat die teams in de Champions League hebben spelen, en geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van het voetbal voor vrouwen. Janssens: „Helaas hebben Nederlandse clubs zich de laatste jaren niet structureel voor de laatste zestien geplaatst. Dat ga je terugzien in de prestaties van Oranje, waarvoor eredivisieclubs een kweekvijver zijn.”

Kirsten van de Ven, die zondag na vijf jaar afscheid neemt als KNVB-manager vrouwenvoetbal, kan zich „behoorlijk opwinden” over de interpretatie van de licentie-eisen. „Het doel is wel degelijk dat speelsters fullprof worden en dat we ons structureel gaan plaatsen bij de laatste zestien in de Champions League. Sinds enkele jaren mogen we met twee clubs meedoen aan dat toernooi, voorheen was dat er maar één.”

Een duale carrière bevordert volgens haar de prestaties en het welzijn van speelsters, óók als ze fullprof zijn. „Het voorkomt dat ze later in een zwart gat vallen. In deze fase kan die duale ontwikkeling een oplossing zijn, een manier om toe te groeien naar het full profbestaan.” De ontwikkeling van voetbal voor vrouwen is een stapsgewijs proces, zegt Van de Ven: „Het is te makkelijk om te zeggen: het is niet goed genoeg.”