Recensie

Recensie Boeken

Wachtend op de oorlog vertellen officieren elkaar absurde verhalen over de dood

Alexander Lernet-Holenia Van deze herontdekte Oostenrijkse schrijver is een nieuwe roman vertaald, die je in de extase van een oorlog brengt.

Schrijver Alexander Lernet-Holenia (1897-1976) op de Wolfgangsee in 1934 Foto Alfred Eisenstaedt/ullstein bild via Getty Images
Schrijver Alexander Lernet-Holenia (1897-1976) op de Wolfgangsee in 1934 Foto Alfred Eisenstaedt/ullstein bild via Getty Images

In het schemergebied tussen leven en dood is in de literatuur alles mogelijk. Zo mengen de doden zich als geestverschijningen onder de levenden, die op hun beurt weer menen in het dodenrijk te zijn beland. In die mystieke wereld speelt ook de roman Het blauwe uur (Mars im Widder, 1947) van de Oostenrijkse schrijver Alexander Lernet-Holenia (1897-1976) zich af.

Het is 15 augustus 1939 als reserve-officier graaf Wallmoden zich meldt bij zijn regiment voor een verplichte militaire oefening, die het begin zal blijken te zijn van de Duits-Oostenrijkse inval in Polen. Meteen proef je een ondergangssfeer, want veel van Wallmodens mede-officieren vertellen elkaar absurde verhalen over de dood. Alsof iedereen aanvoelt dat er iets dramatisch staat te gebeuren. Ook Wallmoden is zich daarvan bewust. Waarom had hij anders het gevoel dat hij die dag bij zijn regiment werd verwacht, ook al had niemand er op hem gerekend?

Het leven in het regiment is dat van verveling, van afwachten tot het signaal voor vertrek wordt gegeven. Lernet-Holenia doet in zijn beschrijving van die lethargie niet onder voor Joseph Roth, Stefan Zweig en Sándor Márai. Misschien is dat ook de reden waarom zijn oeuvre, waarin de vergane glorie van het Habsburgse Rijk centraal staat, wordt herontdekt en in vertaling uitgegeven. Zo verschenen vorig jaar de novellen Baron Bagge en Mona Lisa.

Als aristocraat vocht Lernet-Holenia zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog als officier aan het front. In Het blauwe uur zijn die oorlogservaringen sterk aanwezig. Het zorgde ervoor dat het boek kort na zijn verschijning in 1941 (in een oplage van 15.000 exemplaren) door het Duitse ministerie van propaganda werd verboden. De oorlogsscènes lieten te veel de verschrikkingen en de onzinnigheid van het krijgsgeweld zien. Bovendien maakte Lernet-Holenia in zijn roman ook gewag van dappere Poolse officieren. En dat was natuurlijk niet de bedoeling aan de vooravond van de invasie in de Sovjet-Unie, waarin alles om de heldenmoed van de nazi’s moest draaien.

Geheimzinnige barones

In Het blauwe uur is ook een ander typisch Lernet-Holenia-thema te vinden: dat van de tragische liefde voor een vrouw, die onbereikbaar is geworden omdat ze niet meer leeft. En dan is er nog de traagheid van het dagelijkse leven, die je het gevoel geeft dat de tijd stilstaat. Daardoor heb je in Het blauwe uur niet het gevoel in het Oostenrijk van het interbellum te zijn beland, maar in dat van keizer Frans-Jozef, waarin – zie Robert Musils roman Der Mann ohne Eigenschaften – inderdaad niets in beweging kwam.

Tijdens een van die in de tijdloze avondjes ontmoet Wallmoden de geheimzinnige barones Pistohlkors, op wie hij verliefd wordt. Ze ontmoeten elkaar nog een paar keer, maar hun laatste rendez vous gaat niet door als Wallmoden ineens ten strijde moet trekken. Wanhopig probeert hij met haar in contact te komen en op een gegeven moment is het te laat. Via een mede-officier, die als koerier tussen beiden is opgetreden, krijgt hij te horen dat ze elkaar weer in het blauwe uur zullen ontmoeten, waarmee geduid wordt op het mystieke schemergebied waarin alles mogelijk is.

Neiging tot het absurde

Het liefdesverhaal maakt nu plaats voor de oorlog. En die wordt door Ler-net-Holenia op een even trage, Habsburgse manier neergezet. Maar net zoals in het liefdesverhaal krijgt ook dat ‘bevroren’ krijgsgewoel een bijna spookachtig karakter. Zo wordt Wallmoden ineens geconfronteerd met een enorme kreeftentrek, die ‘rammelemend en kletterend als een bewapend eskader’ over de weg van zijn marsroute trekt, komt hij zijn commandant tegen, die al eerder gesneuveld blijkt te zijn en raakt hij tijdens een zware Poolse luchtaanval weliswaar bewusteloos, maar niet gewond. Je krijgt daardoor de indruk dat ook die oorlog niet echt plaatsvindt, of sterker nog, dat Wallmoden alleen nog in een droom bestaat. Precies dat element van Het blauwe uur laat de grote literaire kracht van Ler-net-Holenia zien, die in zijn neiging tot het absurde regelmatig aan die van de Italiaanse schrijver Curzio Malaparte doet denken.

In het laatste deel van de roman brengt Lernet-Holenia je in een gevoel van extase, waarin droom en verbeelding het van de werkelijkheid overnemen. In die toestand snelt Wallmoden steeds sneller voort en neemt het oorlogsgeweld in hevigheid toe, terwijl de tijd nog altijd bevroren lijkt te zijn. Als Wallmoden aan het einde van de roman in een paradijselijke omgeving belandt, wordt hem onthuld wie de vrouw is aan wie hij zijn hart heeft verpacht. Dat die ontknoping even fascinerend en verrassend is als de rest van het verhaal, zal niemand verbazen.

Lees ook: Zijn gecompliceerde seksleven projecteerde Stefan Zweig op z’n personages