Recensie

Recensie Beeldende kunst

Met alle kleuren van de regenboog het raadsel van de schepping doorgronden

Tentoonstelling In het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn drie solo’s te zien van alternatieve, ‘vergeten’ kunstenaars. Alle drie verhouden zij zich tot de westerse traditie van het modernisme, los van waar hun wieg of die van hun voorouders stond.

Werk van Sedje Hémon, Imran Mir en Abdias Nascimento op de tentoonstelling ‘Abstracting Parables’ in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Werk van Sedje Hémon, Imran Mir en Abdias Nascimento op de tentoonstelling ‘Abstracting Parables’ in het Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Peter Tijhuis

Hoe klinkt de kleur rood? Hard, schel, of juist sluipend zacht? Welk geluid produceert een zwarte arabesk? Een toonladder vol huppeltjes? En hoe neurie je een uit feestelijke slierten opgebouwd schilderij na? Wie voor het abstracte werk staat van de joodse, oorspronkelijk tot violist opgeleide Sedje Hémon, kan niet anders dan probéren haar schilderijen na te zingen die nu zijn te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam op de tentoonstelling Abstracting Parables.

Hémon (1923-2011) wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog als verzetsvrouw gearresteerd en overleeft wonder boven wonder de nazi-kampen. Haar gezondheid is echter zo slecht dat ze in de jaren vijftig moet stoppen met vioolspelen. Ze pakt haar tweede grote liefde op: schilderen. Dat werk, zo blijkt in het Stedelijk, is een ode aan de kunst zelf (daarom ook een titel als Het feest van de schilderkunst), aan de levenskracht, en het compromisloze karakter van de abstracte kunst. Die abstracte fundamenten vertalen naar iets anders, bijvoorbeeld muziek of naar het platte vlak, zie je Hémon haar leven lang doen.

Hémon is één van drie kunstenaars die op deze grote tentoonstelling naast elkaar zijn te zien in drie afzonderlijke solo’s. De titel van de expositie, Abstracting Parables, betekent dat het werk van de Pakistaanse kunstenaar en ontwerper Imran Mir (1950-2014), de Afro-Braziliaanse activist, toneelspeler en kunstenaar Abdias Nascimento (1914-2011) en van Hémon abstract is, maar soms ook verhalend. Alle drie verhouden zij zich tot de westerse traditie van het modernisme, zonder hun eigen cultuur, de plek waar hun wieg stond of die van hun voorouders te veronachtzamen. Het duidelijkst zichtbaar is dat bij het werk van Nascimento en Mir.

Vergeten stemmen

De tentoonstelling is gemaakt door het curatorenteam van de laatste editie van Sonsbeek, die in de zomer vorig jaar opende in Arnhem. Die kunstmanifestatie strekt zich uit tot wel 2024. In die tijd manifesteert Sonsbeek zich op een paar plekken. Het Stedelijk Museum is de eerste grote halte.

De drie kunstenaars worden gepresenteerd als alternatieve, vergeten stemmen in het dominante westerse kunstdiscours. Dat klinkt goed, klopt echter maar gedeeltelijk, want Sedje Hémon is in haar lange leven zeker niet vergeten. Ze had in de jaren vijftig al tentoonstellingen in Parijs en werd in de jaren zestig door de Nederlandse kunsthistoricus Hans Jaffé aangekocht voor het Stedelijk Museum. Het Holland Festival liet in 1968 haar schilderwerk ‘vertalen’ in muziek, en ook is Hémon als avant-gardecomponiste en voorvechtster van de panfluit beroemd geworden. Daarnaast is haar werk op de vorige Documenta in 2017, zowel in Kassel als Athene, getoond.

Anders ligt dat met Imran Mir en Abdias Nascimento, die nog nooit in Europa te zien zijn geweest. Hun werk komt als een grote verrassing. En die verrassing schuilt vooral in het feit dat het zowel het één als het ander is. Zowel een verhaal als de abstractie, zowel de ratio als de spiritualiteit. Het interessante is dat, als je door de zalen loopt, kijkt, terugloopt en opnieuw kijkt, juist de schilderijen die het minst figuratief zijn, het meest vertellen.

Abdias Nascimento, Creation n. 2: Obatala and Eshu, 1973, (acrylverf op doek, 156 x 105,7 cm).
Foto Miguel Pacheco e Chaves, RCS Arte Digital
Imran Mir, Sixth Paper on Modern Art, 1984, (acrylverf op doek, 185 x 150 cm).
Foto Imran Mir Art Foundation
Imran Mir, Eighth Paper on Modern Art, 1996, (acrylverf op doek, 183 x 154 cm).
Foto Imran Mir Art Foundation
Abdias Nascimento, Afro Standard, 1993, (acrylverf op doek, 84 x 54 cm).
Foto Miguel Pacheco e Chaves, RCS Arte Digital

Alziend oog

Mir is het duidelijkst in zijn referenties aan de westerse canon, eenvoudig omdat de titels van zijn doeken en sommige beelden (Sixth Paper on Modern Art, Eight Paper on Modern Art, etcetera) daaraan refereren. Mir heeft een wisselvallige uitdrukkingskracht. Zijn sculpturen worden al snel te letterlijk. Maar veel van zijn acrylschilderijen zijn ongelooflijk goed. Hoogtepunt is het bovengenoemde Sixth Paper on Modern Art, waarin hij met driehoeken, rechthoeken, vierkanten en cirkels, met nachtblauw, wit en alle kleuren van de regenboog zoiets onmogelijks als het raadsel van de schepping probeert te doorgronden.

Van de drie solisten is Nascimento de meest activistische. Zijn soms knalkleurige schilderijen zitten vol referenties aan zwarte strijd om rechtvaardigheid, aan de gedwongen overtocht van Afrika naar de ‘Nieuwe Wereld’, aan de kosmologie van goden en mythes. Dat geeft zijn werk een sprookjesachtige allure, die zich uit in veel figuratieve elementen. Toch refereert ook Nascimento duidelijk aan de abstractie – en in zijn beste werken zorgt dat voor rust, balans én een grote mysterieuze aantrekkingskracht.

Eén van zijn mooiste doeken heet Creation n. 2: Obatala and Eshu. De god van de hemelen en de goedwillende geest die Eshu is, worden niet met lijf en leden weergegeven. In plaats daarvan zie je als het ware een roeiboot van boven, die ook gelezen kan worden als een alziend oog. Zwart smeedwerk op de voorgrond maakt de voorstelling nog platter dan ze al is. Alles is een symbool, maar alles is ook autonome kunst. Alles is kleur, vorm en de mogelijkheid om een nieuw perspectief te bouwen.

Lees ook: Sonsbeek neemt afscheid van spierballenkunst en machocultuur