Recensie

Recensie Beeldende kunst

Op de kunstroute in Aardenburg weet de verbeelding zelfs de dood tot leven te wekken

Kunstroute In Aardenburg voert een kunstroute de kijker mee langs schuren, kerken en weilanden. Op alle mogelijke manieren word je gevraagd de grenzen van je verbeelding op te rekken.

Net het snoephuisje uit Hans en Grietje: het kunstwerk First Dog van Maria Roosen.
Net het snoephuisje uit Hans en Grietje: het kunstwerk First Dog van Maria Roosen. Foto Wietse Jongsma

Glazen objecten bedekken een klein vervallen huis in het centrum van de Zeeuwse stad Aardenburg. Bierpullen dansen op het dak, wortels, braadworsten en borsten hangen aan de stenen gevel. Het geheel heeft iets weg van het snoephuisje uit Hans en Grietje, maar dan vele malen beter, onverwachts en humoristisch. Het werk First Dog van Maria Roosen is onderdeel van het Kunstenfestival Aardenburg, een kunstroute die elke twee jaar te bezoeken is in het Zeeuwse dorp.

Langs de kunstroute zijn twintig opvallende locaties met werken van drieëndertig uiteenlopende kunstenaars. Een video in een voormalige aardappelschuur, sculpturen in de kerk, werken in winkeletalages of op een afgelegen weiland: ze komen allemaal voorbij. Bij de meeste werken zit een vrijwilliger die je warm ontvangt, zoals vaker op kunstroutes als Watou of Chambre d’amis, waarbij bewoners in Gent al in 1986 hun woningen ter beschikking stelden om kunstenaars daar te laten exposeren.

De werken in Aardenburg voeren je niet langs woonkamers van bewoners, maar wel langs plekken waar je kunst niet direct verwacht. Zo bewegen er in een ruimte die ooit dienst deed als garage – al rinkelend en krakend – Christusfiguren van Folkert de Jong heen en weer. Hun hoofden hangen naar beneden, hun armen gespreid. Alsof ze aan het kruis hangen, alleen is het kruis in de verbeelding van De Jong afwezig. De titel Wormwood verwijst naar een passage in de Openbaring van Johannes waarin het einde van de wereld wordt voorspeld. De Christusfiguren hebben dan ook iets macabers. Het zijn kleine details in de ruimte die goed samenwerken met de installatie van De Jong. De oude jerrycans in de hoek, een ronde schijf op de muur, het zijn restanten uit de garage die weer terug lijken te komen in de sculpturen zelf.

Grenzen oprekken

Dat samensmelten van werk en ruimte gebeurt vaker op het Kunstenfestival, dat dit jaar draait om het thema ‘Over Grenzen’. Of het nu gaat om migratie, gender, spiritualiteit of religie – bij allemaal gaat het om de vraag in hoeverre de verbeelding de grenzen kan oprekken. Zo is er Het Gele Huis, een verlaten pand dat uiteindelijk gesloopt zal worden, dat nu een prachtige verrassing huisvest waar de verbeelding zelfs de dood tot leven weet te brengen.

Z.t., het werk van Maartje Korstanje, bestaat uit twee grote sculpturen van karton, lijm en jute, bungelend aan touwen in een smalle kamer waar het behang van de muren bladdert. De werken doen denken aan de karkassen van een dier. Alsof er zojuist twee varkens geslacht zijn en de beesten nu op hun kop wat rond bungelen. In de stukken jute zijn rode vlekken geborduurd. Het zijn verfijnde details die de logge sculpturen tot leven brengen. De zwart-wit geblokte tegels op de vloer doen denken aan een ouderwetse badkamer of keuken. In de hoek van de kamer staat een oude strijkbout te versloffen. De kamer is er een uit een vorig leven en precies dat past bij de onbestemde beelden van Korstanje.

In Citizenship (project your loved ones) verwijst Sven ’t Jolle, aan de hand van grote hekken met prikkeldraad naar het strenge asielbeleid. Zijn werk sluit duidelijk aan bij het thema ‘Over Grenzen’. Maar het klampt zich, net als het werk van sommige anderen, wat letterlijk vast aan die begrippen en is daarmee weinig verrassend. Op de locaties die het meest voor de hand liggen, zoals het archeologisch museum, blijven de werken wat timide. Gelukkig zijn er ook genoeg werken die juist krachtig zijn en weten te verbazen, en je over de grenzen van je eigen verbeeldingsvermogen laten kijken.