Opinie

Ongestoord kunnen boeren de rechtsorde ondermijnen

Hubert Smeets

De stoottroepen van het agro-industrieel complex zijn deze week weer een Rubicon overgestoken. Vorige maand intimideerden ze met hun trekkers een provinciebestuur, minister en parlementariër. Woensdag dumpten ze boomstronken, mest en hooibalen langs snelwegen rond de Veluwe en staken die soms in de fik. De activisten poetsten snel de plaat.

Die heimelijke aftocht bleek onnodig. De politie kwam niet. Het is nu eenmaal „lastig” om de aanstichters te vinden, liet het korps Midden-Nederland woensdagmorgen weten.

De politie koestert ook elders de modus van platte pet en crowd control, merkte ik afgelopen zaterdag in Amsterdam. Trekkers zonder nummerborden – sinds 1 juli verboden – stonden pontificaal onder de raadszaal aan de Amstel. Agenten keuvelden met de bestuurders, onderwijl mij, boze burger, gelastend door te lopen ter wille van de oh zo goede sfeer. Die stemming werd verderop vertolkt door een stoet boeren, antivaxers, baudetisten en andere staatshaters. Meegedragen omgekeerde vlaggen illustreerden een politiek programma dat een verslaggever van Het Parool samenvatte met „één woord: tegen”.

Net als de boerenblokkades van afgelopen tijd had ook deze demonstratie kwantitatief weinig om het lijf: een paar duizend mensen. De betogingen tegen de Sovjetinvasie in Tsjechoslowakije (1968) of de militaire staatsgreep in Chili (1973) waren massaler. Maar dat zegt anno 2022 niet veel. De informele falanxen van Agractie en Farmers Defence Force – informeel, omdat de voorlieden Bart Kemp en vooral Mark van den Oever listig stommetje spelen als acties de grenzen van burgerlijke ongehoorzaamheid overschrijden – beschikken over wapens. Tegen stenen kan de ME zich beschermen met schilden en helmen; tegen trekkers van drieduizend kilo of meer helpen alleen Spaanse ruiters of kraaienpoten.

Het boerenkamp ontplooit meer macht dan het volgens het principe one man, one vote zou kunnen hebben. Operationele kwaliteit kan daarom omslaan in maatschappelijke kwantiteit.

Zo’n kanteling is niet ondenkbaar. Het radicale kamp opereert immers niet in het luchtledige, maar in de bedding van een bredere beweging die zegt geweldloos te zijn, maar overloopt van begrip voor ontsporingen. Het boerenprotest wordt bovendien gefinancierd door het grootkapitaal, om een ouderwetse term van stal te halen. En wordt nu ook gesteund door ex-president Donald Trump uit Amerika en Marine Le Pen uit Frankrijk.

Het radicale boerenkamp opereert niet in het luchtledige

Geen misverstand. De regering treft blaam. Jarenlang heeft ze het boerenvraagstuk vooruit geschoven of technocratisch verpakt. Depolitiseren is, zoals bekend, een kerncompetentie van premier Rutte.

Anno 2022 heeft de vermaledijde ‘repressieve tolerantie’ zodoende een diametraal andere betekenis gekregen dan de stiekeme staatsonderdrukking, waarover nieuw links in de jaren zestig jammerde. De krakersleuze ‘jullie rechtsorde is onze rechtsorde niet’ is werkelijkheid geworden. Talrijke burgemeesters durven het bijvoorbeeld niet aan om de publieke ruimte te vrijwaren van omgekeerde driekleuren.

Eén burgemeester had die moed wel: Tanja Haseloop van Oldebroek. Ze besloot het blauw-wit-rood langs de openbare weg op te ruimen. Intimidatie was haar deel. Op Twitter dreigde iemand de burgemeester met een omgekeerde vlag aan een lantarenpaal op te knopen. Bij haar thuis doken twee mannen op die er zo’n vlag voor de deur plantten. „Dat gaat best heel ver”, aldus Haseloop. Wat heet. Haseloop handhaaft slechts de officiële vlaginstructie voor het koninkrijk. Meer deed ze niet. Toch was ze lang een witte raaf in het openbaar bestuur. Het illustreert hoe defaitistisch de overheid is geworden als de rechtsorde willens en wetens wordt ondermijnd.

Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.