Reportage

Om fastfood aan te pakken moet je eerst weten wat het ís

Ongezond eten in de stad Op steeds meer plekken zijn er fastfoodrestaurants. In Almere kunnen jongeren rondom scholen overal vette happen kopen. Daar iets tegen doen is niet zo makkelijk, want wát is fastfood eigenlijk?

Foto's Getty/ANP, Bewerking NRC

Een zonnige maandag in Almere, eerder deze zomer. Het is pauze op het Echnaton, een vmbo-school in Almere-Stad. Plukjes leerlingen slenteren richting het winkelcentrum. Eerst komen ze langs een rijtje shoarma- en grillrestaurants die nog gesloten zijn. Dan snackbar Lekker & Co, de vegetarische Turkse keten Çigköftem en Schep Taart en Gebak.

Vijfhonderd meter van school zit de KFC. Daar gaan ze in conclaaf. Ernaast zit de Burger King. En ze kunnen ook naar hamburgerrestaurant Five Guys. Of McDonald’s, iets verderop. Of Frites Affairs, dat de weg wijst met ‘Pssst, geef jij toe aan je verlangens?’

Het groepje splitst zich op. Een paar jongens gaan naar Burger King, Jaïr kiest na lang twijfelen voor een snackbox van 2,75 euro bij KFC. Hij komt hier „niet vaak”, zegt hij. „Twee keer per week ofzo.”

Er is veel fastfood te krijgen in de buurt. Wat vinden ze daarvan? „Het is toch mijn eigen geld?”, zegt een scholier met een zwart petje. „Ik mag toch zelf beslissen wat ik daarmee doe?” Vandaag gaat hij trouwens niet naar de KFC. Ze gaan iets gezonds eten, zegt een vriend van hem: croissantjes bij de bakker.

Een woensdagavond, eerder in de maand. Tegenover de KFC zit een restaurantje, de Volkskantine. Zonder winstoogmerk, met als doel: goed, betaalbaar eten als basisvoorziening. Die plek is een experiment van kennisinstituut Flevo Campus, dat zich bezighoudt met voedselvraagstukken. Vanavond heeft de Flevo Campus hier een debat georganiseerd: moet de overheid ingrijpen tegen fastfood?


Maar wat is fastfood eigenlijk en zo erg is het toch niet om af en toe een frietje of een broodje kroket te eten, vraagt VVD-raadslid Koen Bokhorst. Een docent in het publiek vindt dat Bokhorst „rookgordijnen” optrekt. Een vijfde van de kinderen in Almere heeft overgewicht. Dan moet je niet doen alsof fastfood niet ongezond is en mensen zelf wel verstandig kunnen kiezen.

De eerste McDonald’s

Wat de meeste aanwezigen vinden: er wordt nu wel heel veel ongezond eten aangeboden in de stad. Dat is ook wat wethouders van andere grote steden vinden. Ze willen maatregelen van het kabinet om de verdere opmars van ongezond eten tegen te houden. Staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid, ChristenUnie) onderzoekt nu de mogelijkheden.

Hoe is het zover gekomen? Een snelle hap halen kon al ver voordat de eerste McDonald’s in 1971 opende in een nieuwbouwwijk in Zaandam. Directeur Lenno Munnikes van de Flevo Campus laat een foto zien uit de jaren vijftig: op straat in Amsterdam staan mensen te eten, overal ligt afval. Fastfood, zegt hij, is niet nieuw, al heette het vroeger anders. In de jaren zestig doken de eerste automatieken met kroketten op. „De snackbar nam in die tijd een enorme vlucht”, zegt Munnikes, „vooral in Amsterdam.”

Met McDonald’s kwam de Amerikaanse versie van fastfood naar Nederland. „Een Amerikaans eethuisje”, noemde NRC Handelsblad dat toen, „waar kant-en-klare spijzen zodanig verpakt waren dat ze ter plaatse genuttigd konden worden, doch ook meegenomen konden worden voor consumptie thuis.”

Vanaf de jaren tachtig kreeg fastfood echt voet aan de grond. Na de opmars van de burger werd pizza groot, in de jaren negentig. Inmiddels is er fastfood van keukens uit de hele wereld te krijgen, van Korea tot Mexico.

Steeds groeide het aanbod, op een dipje in de financiële crisis na. De afgelopen tien jaar nam het aantal fastfoodrestaurants – van grote ketens tot de snackbar op de hoek – toe met 12 procent, naar 6.781 vestigingen. Dat blijkt uit gegevens die marktonderzoeksbureau Locatus, dat al het winkel- en horecavastgoed in Nederland in kaart brengt, met NRC deelde.

Lees ookOngelijkheid op school zit ook in het lunchtrommeltje

Nog veel harder groeide het aantal plekken voor afhaal en bezorging: een verdubbeling in tien jaar tijd, van ruim 2.000 tot 4.122 dit jaar. Hetzelfde geldt voor lunchrooms, waar Subway onder valt: ook die branche verdubbelde bijna, tot een kleine 4.000 vestigingen. En dan zijn er nog de nieuwkomers: donut- en wafelwinkels, met als bekendste gezicht het Amerikaanse Dunkin’ Donuts (dat nu Dunkin’ heet). In 2012 telde Locatus er niet een, nu een kleine honderd. Ook koffiezaken, waar onder Starbucks, groeiden explosief (nu bijna 600). Of koffie, donuts en broodjes fastfood zijn, daar kun je over twisten. Duidelijk is wel dat een grote Cookie & Cream Frappuccino van Starbucks met 426 kilocalorieën een Big Mac (525 kilocalorieën) al aardig benadert.

De groei van het fastfoodaanbod is er nog niet uit. Amsterdam lijkt met het grootste aanbod per inwoner wel verzadigd, maar in steden als Den Haag en Ede is nog ruimte. Potentie is er op locaties met „veel scholieren, studenten en huishoudens met lagere inkomens”, concludeerde marktonderzoeker RetailSonar in juni. In de grote steden is al bij 77 procent van de scholen binnen vijf minuten lopen fastfood te krijgen, blijkt uit onderzoek van Locatus in opdracht van gemeenteproject Jongeren op Gezond Gewicht.

De Burger King in Almere-Stad. Ernaast zit de KFC. Vlakbij de hamburgerrestaurants Five Guys en McDonald’s. Foto Simon Lenskens

Geen kant-en-klare definitie

Als er nieuwe regelgeving komt, zal eerst de vraag beantwoord moeten worden wat fastfood is. Hoe bepaal je wat ongezond voedsel is? Gevoelsmatig zou je zeggen: de pizzaketens, de hamburgerrestaurants. Maar het wordt al snel glibberig: want als Burger King fastfood is, is Burgermeester, een duurder hamburgerrestaurant dat dan niet ook? En wat te doen met de sushi-, falafel- en wok-restaurants?

Kant-en-klare definities zijn er niet. Instanties als CBS en Kamer van Koophandel scharen onder fastfood voedsel dat snel bereid en geserveerd wordt en relatief goedkoop is. Maar over de voedingswaarde van het aanbod zegt dat niets. Locatus spreekt naast snelheid over „meestal gefrituurde producten”, maar laat bijvoorbeeld ook wok-restaurants onder fastfood vallen.

Zelfs het Voedingscentrum worstelt met de definitiekwestie. „Natuurlijk weet iedereen wel dat we meestal snackbars en grote hamburgerketens bedoelen”, zegt een woordvoerder. „Gezond eten, zoals van saladebar SLA, kan ook ‘fast’ zijn, maar die bedoelen we meestal niet als we het over fastfood hebben.”

De grote ketens zijn het daar weer niet mee eens. Zij zeggen: er is bij ons genoeg gezonde keuze, wat wij verkopen kun je eigenlijk geen fastfood noemen. „We doen er al ruim tien jaar alles aan om pizza’s zo gezond mogelijk te maken”, zegt Philippe Vorst, medeoprichter van New York Pizza, met ruim 250 vestigingen na Domino’s de grootste pizzaketen van Nederland. „Wij verkopen eigenlijk een boterham met kaas en tomatensaus. Wat je erop legt, bepaalt hoe gezond die boterham is.” En McDonald’s biedt „keuzevrijheid”, zegt woordvoerder Eunice Koekkoek: de gast kan bijvoorbeeld kiezen tussen burger met friet of salade, cola zonder of met suiker, een Happy Meal met worteltjes of een kleine friet. Fastfood biedt McDonald’s in haar ogen niet. „Hoe wij het zien: we zijn een familierestaurant. In mijn ogen is fastfood snel, met weinig keuze, waar je bijvoorbeeld niet even binnen kunt genieten.”

Verzet tegen cultuur hogeropgeleiden

Belangrijk is ook: hoe kijkt de burger daar tegenaan? De discussie – fastfood of niet? – is niet waardevrij. In de term ligt bewust of onbewust vaak al een oordeel besloten. Een bezoeker zal niet snel zeggen dat-ie fastfood gaat eten: die neemt een bucket of gaat naar de Mac. En waar de McDonald’s voor de één een plek is om voor niet al te veel geld lekker met vrienden of familie te eten, zou de ander er niet dood gevonden willen worden. Dan zijn er ook nog de bezorgde, hoogopgeleide gezondheidsexperts en politici die er het label ‘ongezond’ op plakken.

In al die negatieve opvattingen schuilt een risico. Onderscheid maken tussen fastfood en gezond eten kan contraproductief werken, zegt hoogleraar sociologie Jeroen van der Waal. Hij onderzoekt aan de Erasmus Universiteit waarom lageropgeleiden vaker ongezond eten. Minder geld en kennis over gezonde voeding is maar een deel van de verklaring, er zit ook een sociologische kant aan. „Lageropgeleiden ervaren dat er op hen wordt neergekeken, ook op hun leefstijl.” Dat levert verzet op tegen wat hij de ‘legitieme cultuur’ van hogeropgeleiden noemt. „Quinoa en avocado worden belachelijk gemaakt. Sla is konijnenvoer.”

Als je niet heel goed aansluit bij de belevingswereld van mensen, zal het moeilijk worden ze te motiveren om gezonder te eten, zegt Van der Waal. Dat voetballer Ronaldo op een persconferentie flesjes Coca-Cola uit beeld haalt en „drink water” zegt, is bij sommige doelgroepen veel effectiever dan honderd overheidscampagnes. „Fastfood eten is ook een manier om je af te zetten tegen de elite.”

Bij de Flevo Campus zijn ze zich daarvan bewust. In de Volkskantine kunnen minder bedeelde Almeerders voor weinig geld plantaardig eten. „Maar jongeren kiezen toch sneller iets dat past bij hun verwachting en gaan dan naar KFC.” Dat past bij hun „voedselidentiteit”, zoals Munnikes het noemt. Als hij gespierde jongens naar binnen wil krijgen, begint hij niet over het belang van gezonde voeding, maar over het vergroten van spierkracht met plantaardige eiwitten. En dan nóg is het lastig ze over de drempel te krijgen.

Lees ookWoon je in een vinex-wijk? Dan leef je acht jaar langer

Correctie (donderdag 28 juli 2022): In een eerdere versie van dit artikel werd de naam van het VVD-raadslid in Almere geschreven als Koen Brokhorst en Bronkhorst. Dit moet zijn Koen Bokhorst en is hierboven aangepast.