Necrologie

Filmmaker Bob Rafelson begreep de stem van de rebel

Bob Rafelson (1933-2022) producent en filmregisseur

Na films als ‘Easy Rider’ en het door hemzelf geregisseerde ‘Five Easy Pieces’ was Bob Rafelson een van de sleutelfiguren van het zogenaamde ‘Nieuwe Hollywood’ van jaren zeventig.

De Amerikaanse filmmaker Bob Rafelson, hier in 1981, bedacht The Monkees en ontdekte Jack Nicholson.
De Amerikaanse filmmaker Bob Rafelson, hier in 1981, bedacht The Monkees en ontdekte Jack Nicholson. Foto AP

Mickey, Davy, Mike, Peter. Hoeveel namen zijn er in de popgeschiedenis al niet op een hoop gegooid om een bandje te formeren? Maar The Monkees was waarschijnlijk de eerste popgroep voor wie er eerst een sitcom was bedacht en die toen in allerijl nog bij elkaar gezocht moest worden.

Het was de eerste successtunt van de op 21 februari 1933 in New York geboren Bob Rafelson. Deze week overleed hij op 89-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Ondanks het feit dat de band zelf van oenerigheid aan elkaar hing (de houterige performance van hun door Neil Diamond geschreven hitsong ‘I’m A Believer’ is zo aanstekelijk dat je het nummer niet meer uit je hoofd krijgt) was de tv-show een en al hip, met geïmproviseerde scènes, hotserige montage en allerlei anders wat de Amerikaanse televisie nog nooit gezien had. Rafelson memoreerde later de show (1966-1968) al bedacht te hebben voordat The Beatles doorbraken, en hoe het ook zij, The Monkees in hun lipstickrode Pontiac GTO Monkeemobile werden zijn ‘ticket to ride’ naar het serieuzere werk. Zonder The Monkees geen Easy Rider (1969), de door Dennis Hopper geregisseerde en door Rafelson geproduceerde Amerika-kritische nihilistische bikersroadmovie die Hopper, Peter Fonda en Jack Nicholson naar sterrendom katapulteerde.

Jack Nicholson

Met name met Nicholson zou Rafelson een vruchtbare samenwerking aangaan. Het tweetal kende elkaar al toen Nicholson nog een schnabbelende B-acteur was, en naar verluidt stevig aan de LSD, het scenario schreef voor de geflopte Monkees-film Head (1968). Rafelson zou de acteur zes keer regisseren, onder andere in de voor vier Oscars genomineerde klassieker Five Easy Pieces (1970). Met een koppige Nicholson in de rol van klassiek geschoold pianist die zijn gezapige leventje achter zich heeft gelaten om te verdwijnen in het leven van een arbeider op een olieveld.

Onvergetelijk is de scène waarin hij in een diner kibbelt met de serveerster over een extra portie toast bij zijn omelet waarin hij de perfecte mix te zien geeft van zijn nieuwgevonden dwarsigheid en zijn overgeërfde blasé consumentisme. Het is een van die scènes die het Amerikaanse levensgevoel waar Rafelson en zijn tijdgenoten tegen revolteerden in een enkele minuut weet te vangen.

Rafelson blijft bekend als een van de sleutelfiguren van het zogenaamde ‘Nieuwe Hollywood’, een auteursgerichte filmstroming die regisseurs als Peter Bogdanovich (wiens The Last Picture Show Rafelson in 1971 produceerde), Francis Ford Coppola, Steven Spielberg en Martin Scorsese voortbracht.

Hij was een compromisloze controlfreak, bestudeerde Europese en Japanse art-films (Yasujiro Ozu was favoriet) om de Amerikaanse film een shot kunstzinnigheid te geven, had het regelmatig aan de stok met studiobazen om zijn wil door te drijven en was perfect ingetuned op te tijdgeest. Hij begreep de stem van de rebel. „Als mijn films één ding gemeen hebben’’, zou hij in de jaren tachtig in een interview verklaren, „dan is het dat ze gaan over personages die worstelen om de last van traditie achter zich te laten.”