Reportage

Salamanders sterven aan een schimmelziekte. Hoe hebben ze die opgelopen?

Water is onmisbaar. Soms is er te veel van, soms te weinig. Op zoek naar de wetenschap in en om het water. Aflevering 3: salamanders.

Rowen Post, Annemarieke Spitzen en haar zoon Teunzijn bezig met een inventarisatie van salamanders: wegen, opmeten, huidmonsters nemen en fotograferen.
Rowen Post, Annemarieke Spitzen en haar zoon Teunzijn bezig met een inventarisatie van salamanders: wegen, opmeten, huidmonsters nemen en fotograferen. Foto’s Dieuwertje Bravenboer

‘Au! Dwars door mijn handschoen heen!” Rowen Post, student toegepaste biologie aan het Aeres MBO in Almere, trekt zijn bloedende vinger terug uit de fuik. Aangevallen door de larve van een geelgerande watertor. „Die kunnen gemeen bijten.”

De larve is slechts bijvangst vandaag. Het dier waar het écht om gaat is vanuit de fuik al in een emmer water beland: een jongvolwassen exemplaar van de kamsalamander. Nog niet volgroeid, en van kop tot staart toch al tien centimeter lang. Zijn rug is zwart, en als hij echt volwassen is zal er een imposante kam op verschijnen. „Dan is het net een mini-draak”, zegt Annemarieke Spitzen, ecoloog bij Ravon – de Nederlandse organisatie voor onderzoek naar reptielen, amfibieën en vissen.

Sinds 2020 doet Spitzen samen met collega Jesper Berndsen en Post onderzoek naar salamanders in poelen rond Zutphen. In het voorjaar en de zomer volgen ze de dieren elke twee weken. Vandaag is Berndsen ziek, en helpt Spitzens 12-jarige zoon Teun een dagje mee om de fuiken leeg te halen. „We wegen ze, meten ze op, nemen huidmonsters met een wattenstaafje, zetten ze op de foto en dan mogen ze terug in het water”, zegt hij. Zijn moeder wijst op de buik van de kamsalamander die ze aan het wegen is: geel met grote zwarte stippen. „Aan de hand van het stippenpatroon kunnen we individuele dieren herkennen.” De salamanders laten zich vrij gewillig onderzoeken. Af en toe opent er één zijn bekje, om een rij minuscule tanden te ontbloten. Spitzen: „Het meten en wegen duurt hooguit een paar minuten.”

De monitoring is belangrijk omdat salamanders in Nederland en elders in Europa al zo’n tien jaar worden bedreigd door een dodelijke schimmelziekte. Batrachochytrium salamandrivorans, kortweg Bsal, tast door zweren zodanig de huid aan dat ze het loodje leggen. Salamanders ademen onder andere via de huid; die is dus van levensbelang. Bsal is in 2013 ontdekt in Nederland, zegt Spitzen, bij de zeldzame vuursalamander. „Die is echt de dupe geworden van Bsal”, zegt Post. In Nederland kwamen drie populaties van die soort in Limburg voor. „Van een van die drie is nu nog maar 0,1 procent van over.” Een andere is helemaal weg, van de derde kleine populatie zijn te weinig gegevens.

Nu willen de onderzoekers achterhalen hoe het staat met de Bsal-gevoeligheid van twee andere soorten: de kleine watersalamander en de kamsalamander.

Nederland, Zutphen. 6 juli 2022. Salamanders. Rowen Post en Annemarieke Spitzen noteren de gegevens van de salamandervangst. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Zutphen. 6 juli 2022. Salamanders. Een fuik om de salamanders in te vangen. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Zutphen. 6 juli 2022. Salamanders. Hier in beeld: de Kleine watersalamander op de weegschaal. Foto: Dieuwertje Bravenboer

Rode buik en zwarte stippen

„De kamsalamander is zeldzaam in Nederland”, zegt Spitzen. „We hebben ontdekt dat in de poel waar we nu staan 80 procent van de kamsalamanders besmet is met de schimmel.” In vergelijking: van de kleine watersalamander – een veelvoorkomende soort van zo’n tien centimeter lang, met rode buik en zwarte stippen – blijkt maar in 6 procent besmet.

Toch is er een lichtpuntje: gek genoeg líjkt een deel op eigen kracht te genezen. Spitzen: „Sommige individuen die eerst ziek waren, lijken bij latere metingen de schimmel opeens niet meer bij zich te dragen. Heel vreemd, want in het lab zijn besmette dieren altijd ten dode opgeschreven.” Of er écht sprake is van genezing, of dat de schimmel zich binnen het salamanderlijf alleen tijdelijk gedeisd houdt, moet nog blijken. „Daarvoor is meer onderzoek nodig. Dus swabben, swabben, swabben.”

En desinfecteren, blijkt als we doorgaan naar de volgende poel. De weegschaal, de liniaal: alles wordt na de metingen ontsmet met alcohol en het desinfectiemiddel VirkonS. Post: „Soms heb je bij één telplek wel tachtig salamanders. Dan groeit de berg met groene wergwerphandschoentjes in rap tempo.”

Rubberlaarzen reinigen

Spitzen sproeit met een hogedrukspuit reinigingsmiddel over onze rubberlaarzen. „Anders breng je de schimmel zo mee naar de volgende locatie.” Dat is het rare, vertelt ze als we over een graspad naar de poel lopen. „Al onze bemonsteringsplekken liggen vrij geïsoleerd, op particulier terrein. Er komen dus niet veel voorbijgangers. Hoe komt de schimmel dan in zo’n poeltje terecht?”

Vrijwilliger Rowen Post aan het werk Dieuwertje Bravenboer

Ze hebben met E-dna de omgeving onderzocht. „Middels die techniek kan je het dna van de schimmel in het water detecteren door een watermonster te nemen. Zo hebben we ontdekt dat de schimmel op meer plaatsen in de omgeving voorkomt, maar dat de verspreiding vooralsnog willekeurig lijkt. We willen nu graag uitzoeken of we kunnen uitvogelen of er een patroon is én wat dat patroon verklaart.” Ze wijst op de hoge rietpluimen en de waterlelies voor ons. „In theorie zouden zwemmers het bijvoorbeeld met zich mee kunnen dragen, maar het ziet er niet naar uit dat hier vaak mensen in zwemmen. Dus misschien vindt de verspreiding op een andere manier plaats, bijvoorbeeld via watervogels. Maar het meest waarschijnlijk is toch de mens. Via modder aan de laarzen, via het verplaatsen van dieren en waterplanten.” De schimmel kan ook op planten overleven, voegt ze toe. „Het is dus absoluut geen goed idee om waterplanten uit je eigen vijver aan de buren te geven, of ze wat van je eigen salamanders cadeau te doen. Daarmee doe je vooral Bsal een plezier.”

Lees een interview met bioloog Anneke ter Schure: ‘E-dna vertelt welke organismen er in een bepaald gebied geleefd hebben, ook als ze daar allang weer weg zijn’

Teun ontdekt in een van de fuiken intussen een rare gelatineuze blob. „Een soort drilpuddinkje.” Het blijkt om de larve van de knoflookpad te gaan: een uiterst zeldzame soort die in deze omgeving leeft. Zou het kunnen dat amfibieënliefhebbers van heinde en verre naar hier komen, alle watertjes afstruinen en zo de schimmel verspreiden? „Wie weet”, zegt Spitzen. „Maar dat zijn allemaal speculaties: de echte oorzaak blijft voor nu onduidelijk.”

De blob wordt weer teruggezet, net als de kamsalamanderlarven. Post heeft ze voor hun vrijlating uitvoerig op de foto gezet. „Wat leven er toch veel prachtige dieren onder water”, verzucht hij tevreden. De beet in zijn vinger is alweer vergeten en vergeven.