Het duurt 30 jaar, kost miljarden en start na de zomer: de herinrichting van Nederland

Toekomst Van vergroening van de steden tot hervorming van de landbouw, de komende 30 jaar gaat Nederland op de schop. „Niet alles kan en niet alles kan overal.”

Landbouw, verkeer, water, natuur: luchtfoto bij Ewijk.
Landbouw, verkeer, water, natuur: luchtfoto bij Ewijk. Foto Sem van de Wal/ANP

De „grote verbouwing van Nederland”, noemt minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, CDA) het. De ingrijpende herinrichting van stad en platteland die na de zomer begint en vele miljarden gaat kosten. Tot 2050 en verder zal een „ruimtelijke puzzel” moeten worden gelegd waarin diverse maatschappelijke vraagstukken aan bod komen. Denk aan: woningnood en asielopvang, klimaatverandering en energietransitie, landbouw en stikstof, milieu en natuur, verkeer en vervoer en de economische ontwikkeling van Nederland.

Lees ook: Hoe het Rijk de regie over de inrichting van Nederland losliet

Twaalf jaar geleden liet het kabinet-Rutte I de landelijke regie in verstedelijking en landschapsbeleid los, en droeg die over aan de provincies en gemeenten. Nu gaat het kabinet-Rutte IV juist weer sturen omdat de problemen acuut zijn. De grote verbouwing wordt een gevecht om ruimte, want Nederland is te klein voor alle wensen, plannen en ambities. „Niet alles kan en niet alles kan overal”, zegt De Jonge.

Hoe komt Nederland eruit te zien na 2050 – als de plannen slagen? In oktober moeten de twaalf provincies plannen gaan maken voor zowel landelijke als regionale doelen. Een jaar later maken het Rijk en provincies nieuwe afspraken over gebiedsontwikkeling. In 2024 moet de aangescherpte Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de langetermijnvisie van het Rijk op de ruimtelijke ordening. van kracht worden.

De contouren van de grote verbouwing tekenen zich nu al af. Bekend is de ambitie van het kabinet om tot 2030 900.000 woningen te bouwen, waarvan twee derde betaalbare huur of koop moet zijn. Er zijn veel woningen gepland in het westen, zoals in de regio Amsterdam (175.000 tot 220.000 woningen) en de zuidelijke Randstad (170.000). Maar er moeten ook meer woningen komen in bijvoorbeeld de regio Arnhem-Nijmegen (70.000), stedelijk Brabant (94.000), de regio Zwolle (40.000) en het gebied Groningen-Assen (21.000 woningen). De Lelylijn, een beoogde treinverbinding tussen Lelystad en Groningen, moet het noorden beter bereikbaar maken.

Lokale wateroverlast

„We kunnen niet met zijn allen op een kluitje in de Randstad blijven wonen”, zegt minister De Jonge. „Omdat het te duur en te druk is, en we daar dan te veel ruimte opsouperen voor bijvoorbeeld de natuur, landbouw en economie.”

Ook klimaatverandering is een reden om meer buiten het laaggelegen westen te bouwen. „Het kan verstandig zijn” om „de ontwikkeling in zuidelijke, oostelijke en noordelijke delen van Nederland te vergroten (…) in gebieden die minder vatbaar zijn voor overstromingen”, staat droogjes in een Kamerbrief uit mei.

Verstrekkend is ook één zinnetje uit het coalitieakkoord: „Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming.” Wat waar gebouwd mag worden, zal afhangen van bijvoorbeeld de lokale wateroverlast, bodemdaling, hittestress, verontreiniging en natuurschade.

„Het gaat niet alleen om woningbouw, maar ook om vragen als: waar bouw je eventuele nieuwe kerncentrales?”, zegt Meindert Smallenbroek, directeur van de Unie van Waterschappen. „Het gaat om keuzes voor hónderden jaren.”

Nederland moet zich blijven weren tegen het water en „klimaatbestendig” worden. Zee- en rivierdijken zullen waar nodig worden verhoogd en verstevigd. Risicogebieden moeten water kunnen afvoeren bij extreme regenval of overstromingen, zoals in Limburg vorig jaar. Ook moeten er waterbuffers komen om de zoetwatervoorraad aan te vullen; de hoge zandgronden verdrogen, de kust en polders verzilten.

De bodemdaling in veenweidegebieden, ooit ontwaterd voor landbouw, leidt tot verzakte gebouwen en infrastructuur. Waterschappen moeten steeds harder pompen en uit ingedroogd veen komen broeikasgassen vrij. Rijk en provincies moeten kiezen waar landbouw en wonen nog verantwoord zijn, zoals in Zuidwest-Friesland. Smallenbroek: „Dat gaat boeren, en de sectoren en samenleving eromheen, raken. Dat zijn bijna culturele ingrepen. Ik heb het idee dat dat weleens onderschat wordt.”

De stikstofaanpak zal leiden tot krimp, verduurzaming en herverdeling van de landbouw, die nu nog de helft van Nederland beslaat. De gebieden die qua water, bodem, natuur en stikstof volgens het Rijk het meest geschikt zijn voor landbouw zijn vooral Zeeland, het noorden van Noord-Holland, Friesland en Groningen, Flevoland – en Gelderland en Brabant veel minder.

Industrieclusters

Op zee en op land is verder ruimte nodig voor het winnen, opslaan en transport van duurzame energie, van windmolens en zonnepanelen. Het kabinet denkt aan grote „industrieclusters” op specifieke, veilige locaties, liefst in de buurt van spoorlijnen, waterwegen, hoogspanningskabels of buisnetwerken.

Grote economische, logistieke knooppunten moeten verduurzamen voor een klimaatneutraal Nederland in 2050. Zoals de havens van Rotterdam en de regio Terneuzen-Vlissingen, net als het Noordzeekanaalgebied in de metropool Amsterdam. Ook Schiphol moet transformeren, en tegelijkertijd ruimte houden in een dichtbevolkt woongebied.

Steden op hun beurt moeten van aardgas op duurzame energie overgaan én vergroenen om hitte tegen te gaan. Het wordt dringen in de ondergrond om zowel bomen als kabel- en warmtenetten te combineren. De centra van steden zullen meer autoluw worden en het snelle elektrische (fiets)verkeer vraagt om extra ruimte op de openbare weg.

Lees ook: Het vergroenen van deze Rotterdamse wijk is een gevecht om de ondergrond

Als je als land een hoogwaardige kenniseconomie wilt, moet je ook kiezen voor een hoogwaardige leef - en werkomgeving, zegt hoogleraar landschapsarchitectuur Adriaan Geuze van de TU Delft. „Kwalitatief en mooi cultuurlandschap, een gezond milieu en efficiënte mobiliteit zijn de basis voor aantrekkelijke steden en innovatieve werkplekken. Kijk naar Zwitserland of Denemarken”

Zo’n hoogwaardig landschap vraagt ook om de regie die het Rijk nu zegt te hernemen, volgens Geuze. „Het gaat om existentiële, integrale keuzes, zoals de hervorming van de landbouw, waterbeheer, een hoge snelheidslijn of nieuwe datacentra. Dat moet je democratisch borgen en daar is het parlement voor.”

De grote verbouwing zal daarom moeten beginnen met het doorbreken van de huidige praktijk. Volgens Geuze is ruimtelijke ordening verworden „tot een ondoorgrondelijke lobby” van belangenorganisaties bij de (lokale) overheid, waardoor het algemeen belang in de verdrukking is geraakt. „Nederland heeft de beste planningstraditie van de wereld. Maar op dit moment zitten we in een volstrekte impasse. Het gaat buitenparlementair, het is een democratisch tekort.”