Hulde, hulde Eva, zegt oud-premier Dries van Agt tegen zijn kleindochter

Tour de France Femmes Een jaar geleden reed Eva van Agt (25) nog voor de lol. Nu is ze als prof in de Tour. Méér dus dan kleindochter van de oud-premier.

Eva van Agt tijdens het NK tijdrijden in Drenthe, haar eerste grote ronde. Als beginner valt ze tijdens de Tour de France Femmes nog niet zo op.
Eva van Agt tijdens het NK tijdrijden in Drenthe, haar eerste grote ronde. Als beginner valt ze tijdens de Tour de France Femmes nog niet zo op. Foto Bas Czerwinski/ANP

Amper een jaar geleden fietste ze vooral voor de lol, en om buiten te zijn, in de natuur. Het hielp haar ook om van een zeurende knie af te komen. Af en toe reed ze een studentenwedstrijdje. Maar dat was meer voor de gezelligheid. Zeker niet met het idee om er ooit haar geld mee te gaan verdienen. En nu debuteert ze in de Tour.

Eva van Agt (25) blonk als tiener uit in hockey. Op haar zestiende speelde ze in de hoofdklasse bij NMHC in Nijmegen. Ze had misschien wel professioneel hockeyster kunnen worden, maar wist dat het lastig is om daar in Nederland je brood mee te verdienen. Dus vertrok ze op haar achttiende voor vier jaar naar de Verenigde Staten, waar ze een studiebeurs bemachtigde aan de Northwestern University in Evanston, niet ver van Chicago. Daar combineerde ze een studie wiskunde en economie met tophockey. Ze trainde er twintig uur per week. Ergens leidde ze al wel het leven van een topsporter.

Lees ook: een kleine geschiedenis van de Tour de France Femmes, of: hoe de vrouwen uit de schaduw van de mannen kropen

Tijdens de pandemie kwam ze terug naar Nederland en sloot ze zich aan bij de Maastrichtse studentenwielervereniging Dutch Mountains. Ze genoot van de tochten door de Ardennen en in het Zuid-Limburgse heuvelland. Vooral bergop fietsen bleek haar uitzonderlijk goed af te gaan.

Haar ploeggenoten vonden dat ze daar iets mee moest doen. Vanaf november trainde ze mee met een opleidingsploeg, het Restore Cycling Team uit Pijnacker, omdat ze zelf toch ook wel nieuwsgierig was geworden hoe ver ze kon komen.

Ongekend doorzettingsvermogen

Ploegleider Johan Mulder zag daar tijdens een clubwedstrijdje iets bijzonders gebeuren, vertelt hij aan de telefoon. „Ze viel, en kwam daarna aan de jurywagen vragen of ze alsjeblieft door mocht rijden. De volgende ronde sloot ze weer aan, om even later te demarreren. En de koers te winnen. Toen wisten we dat Eva een groot talent heeft; haar doorzettingsvermogen is ongekend.”

Het was in de Volta Limburg Classic, afgelopen april, dat haar capaciteiten bij meer mensen begonnen op te vallen. Ze reed er als enige renster zonder contract in de kopgroep mee en werd uiteindelijk negende. De Fransman Nicolas Marche, ploegleider bij de Britse profploeg Wahoo-Le Col, wist niet wat hij zag. „Ze reed agressief, attractief, maakte de wedstrijd hard”, zegt hij maandagochtend in Meaux, startplaats van de tweede etappe in de Tour. „Na afloop heb ik om haar trainingsfile gevraagd. Ze trapte al waarden waarmee je thuishoort in de World Tour [het hoogste niveau, red.]. Toen heb ik haar uitgenodigd om met de ploeg mee te fietsen tijdens de verkenning van Luik-Bastenaken-Luik.”

Marche wilde zien of ze behalve hard trappen ook handig is op een fiets. Hij bestudeerde haar tijdens afdalingen en liet haar op hoge snelheid bidons aanpakken naast de ploegleiderswagen. Toen ze na afloop van de verkenning ook nog goed bleek te liggen in een groep waar ze niemand kende, bood hij haar een contract aan. Opeens was Eva van Agt wielrenster van beroep.

Twee taartjes

Van fietsen houdt ze al sinds het moment dat ze op haar vijftiende aan Alpe d’HuZes meedeed, de jaarlijkse actie om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Ze reed geen zes maar drie keer omhoog, niet omdat ze niet vaker kon, maar omdat het voor deelnemers onder de zestien jaar niet is toegestaan om af te dalen. Naar beneden moest ze telkens met de auto. Toch bewaart ze er goede herinneringen aan. Ze bleef regelmatig de racefiets pakken. Trainen vindt ze namelijk heerlijk. En ze houdt ervan dat wielrennen zo flexibel is. Je kan altijd en overal de fiets op.

In mei reed Eva van Agt pas voor het eerst een meerdaagse wedstrijd

Maar had je haar een paar maanden geleden gezegd dat ze zou meedoen aan de eerste Tour de France voor vrouwen, sterker nog, dat de Tour de eerste wedstrijd op het allerhoogste niveau zou worden, dan had ze je waarschijnlijk voor gek verklaard. Ze kan het ook eigenlijk nog steeds niet goed doorgronden. Dat ze op een maandagochtend eind juli aan de Chemin de Morfoin in provinciestad Meaux nog even gauw twee taartjes in aluminiumfolie gewikkeld in het achterzakje van haar wielershirt steekt, vlak voordat ze naar het startpodium moet, en dan zal beginnen aan de tweede etappe van de Tour de France Femmes, een vlakke rit, over ruim 136 kilometer naar Provins, een stadje in de streek waar brie wordt gemaakt.

Het gaat allemaal zo snel, zegt ze, de afgelopen maanden. In mei reed ze pas voor het eerst een meerdaagse wielerwedstrijd. Het voelt als een soort sprookje. Alsof er allerlei puzzelstukjes in elkaar vallen. Echt beseffen waar ze mee bezig is, waar ze staat, dat doet ze nog niet. Ze laat het allemaal maar een beetje over zich heen komen. Alles is nieuw. Groot. Indrukwekkend.

Als ze naar de start wordt geroepen, verontschuldigt ze zich voor het feit dat ze niet wat langer kon praten. Snel duwt ze nog een rijsttaartje naar binnen. Haar rechtersok is ze in de gauwigheid vergeten omhoog te hijsen.

Lees ook: columnist Marijn de Vries over de Tour. „Ik hoop dat de vrouwen-Tour een breekpunt is”

Ruim vijf uur later staat ze in de Chemin de Villecran in Provins nog wat uit te hijgen. Ze is op bijna vier minuten van winnares Marianne Vos over de finish gekomen. Het was een chaotische etappe, met veel valpartijen. Zelf ging ze ook tegen de grond. „Ik kreeg opeens een fiets in mijn gezicht”, zegt ze droogjes. „Geen idee waar die vandaan kwam. Maar ik kon er niks aan doen.”

De linkerhelft van haar lichaam zit onder de schaafwonden. Uit haar scheenbeen en elleboog druipt bloed. Heeft ze er last van? Helemaal niet. Ze is wel vaker gevallen. „Mijn vriend zegt dat ik in één jaar tijd vaker viel dan hij in tien. Ik moet nog leren om in een peloton te rijden. Het is soms net een wasmachine. En je moet weten hoe die draait. Het moeilijkste was om mijn positie vooraan vast te houden. Iedereen wil daar rijden. Dan reed ik ineens achteraan. En dacht ik: merde!

Fysiek vindt ze de Tour nog niet zo zwaar; haar favoriete terrein moet nog komen, komend weekend. Maar mentaal vergt de Tour wel veel van haar. De chaos. Stress. De hectiek. „Je moet de hele tijd opletten. Overal liggen vluchtheuvels en in die Franse dorpjes is het erg smal. Maar daar staan wel heel veel mensen te juichen. Daardoor besefte ik hoe speciaal het is dat ik hier mag rijden. Ik kreeg er soms kippenvel van.”

Ze is ook trots dat haar grootvader dit nog mag meemaken, oud-premier Dries van Agt, 91 jaar inmiddels. Hij is groot wielerfan, was erbij toen Joop Zoetemelk in 1980 de Tour won. Ze wil niet al te veel over hem kwijt. Want het verhaal van andere rensters is net zo belangrijk, vindt ze.

„Zoiets kan tegen je gaan werken. En ik ga de goodwill van het peloton nog hard nodig hebben.” Ze vertelt dat ze regelmatig met elkaar bellen. „Hij is lovend over alles wat ik doe. Dan zegt hij: hulde, hulde, hulde, Eva!”