Hoe het Rijk de regie over de inrichting van Nederland losliet

Verleden Met de kennis van nu was de opheffing in 2010 van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een grote vergissing. Want Nederland was niet ‘af’.

Nederland leek tien jaar geleden ‘af’. De Deltawerken waren voltooid, snelwegen en spoor aangelegd en er waren genoeg woningen. Ruimtelijke ordening door het Rijk was geen grote noodzaak meer.

Dat was het beeld, schreef minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, CDA) dit voorjaar in een Kamerbrief. Een „achterhaald” beeld, want de problemen hebben zich juist opgestapeld. Er is nu een tekort aan 300.000 woningen, stikstof beknelt natuur en economie, klimaatverandering en energietransitie dwingen tot actie, het landschap is aan het ‘verdozen’.

Achteraf lijkt het een onlogisch besluit van het kabinet-Rutte I: de opheffing en splitsing in 2010 van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Het Rijk liet het beleid voortaan over aan provincies en gemeenten. Wie kregen een grote rol in het ontwikkelen en beheren van natuur? Boeren en burgers.

Het beeld dat Nederland ‘af’ was, is maar een deel van de verklaring voor het loslaten van de regie – en wordt bestreden. „Dat was helemaal niet zo”, zegt Jacqueline Cramer, de een na laatste minister van VROM (PvdA) van 2007 tot 2010. „Ik had volop programma’s lopen. Over de Randstad, of het Deltaprogramma voor waterhuishouding.”

De geleidelijke decentralisatie van ruimtelijk beleid begon al eerder, door rechts én links, als je de regeerakkoorden terugleest. Een succes waren nog de centraal geplande nieuwbouwwijken uit de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) uit 1993, zoals Leidsche Rijn. Het kabinet-Kok II (1998-2002) wilde ook een Vijfde Nota, wel al met „nieuwe vormen van overleg” met „relevante groeperingen in de samenleving”.

Lees ook: In de ‘grote verbouwing’ wordt heel Nederland binnenstebuiten gekeerd

Broze coalitie

Na de politieke opmars van Pim Fortuyn veranderde de kijk op ruimtelijk beleid. De broze coalitie van het kabinet-Balkenende I (CDA, VVD en LPF) wilde gemeenten en provincies een „volwaardige plaats in het ruimtelijke beleid” geven. De „notacultuur” met een trage bureaucratie moest „doorbroken”.

Er kwam dus geen Vijfde Nota, wel een Nota Ruimte (2004) van het kabinet-Balkenende II (CDA, VVD en D66). Dat stuk was alsnog ruim 200 pagina’s, onder het motto „decentraal wat kan, centraal wat moet”.

De opheffing van het ministerie van VROM in 2010 volgde uiteindelijk op een andere politieke opschudding: het minderheidskabinet-Rutte I van VVD, CDA met gedoogsteun van de PVV. Ruimtelijke ordening slonk in het regeerakkoord naar zeven regels.

„Thema’s waar VROM sterk in was, waren plotseling uit de gratie”, vertelt Cramer.

„Klimaat, milieu, natuur en cultuur.” „Ze hebben alles over de schutting gegooid en gedacht: nou, we zijn er vanaf”, zegt de bekende stedenbouwkundige Riek Bakker.

„Onbegrijpelijk en pijnlijk”, vindt de toenmalige Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol het nog steeds. „Ons atelier bestond uit veertig mensen. We hebben nog gelobbyd als beesten bij ministers. Er is met VROM veel kennis verloren gegaan om snel, kwalitatief en experimenteel te bouwen.”

Tegelijkertijd was binnen het openbaar bestuur al langer irritatie over VROM. Binnen de politiek, zeker door regeringspartijen CDA en VVD, werd het departement gezien als „een hindermacht met complexe en lange procedures en onnodig veel regels”, aldus de kroniek Ruimtelijke Ordening (2020).

Daarbij begon vanaf 2007 een diepe economische crisis. Tijdens Balkenende IV was al besloten dat de rijksoverheid moest bezuinigen. Een paar ministeries hadden moeite om tijdig af te slanken, waaronder VROM. „Middelmatig groot, maar wel een beetje aan de dikke kant”, werd VROM in 2011 in Binnenlands Bestuur genoemd.

Lees ook: Rijksbouwmeester Francesco Veenstra: ‘Ja, Nederland is lelijker geworden de laatste jaren’

Het fuseren van VROM met Verkeer en Waterstaat tot het ministerie van Infrastructuur en Milieu lag voor de hand, schreef het magazine toen. Maar het overhevelen van Volkshuisvesting naar Binnenlandse Zaken zou een „puur politiek besluit” zijn geweest om de post van minister Piet Hein Donner (CDA) te verzwaren. Donner spreekt dit tegen. „Er moest een ministerie worden opgesplitst”, zegt hij. „Het ging buiten mij om.”

Volkshuisvesting had ook aan belang ingeboet. De woningmarkt en bouw lagen door de crisis plat. Het idee was dat de bevolking zou krimpen. Dat die vanaf 2015 met bijna 700.000 mensen zou groeien, vooral door immigratie, kon niemand voorzien.

Uiteindelijk vond er geen „ordentelijke overdracht” van taken aan de provincies en gemeenten plaats, staat in het boek Ruimtelijke Ordening. De woningbouw is verlamd door lokale „disputen” over waar wel of niet gebouwd mag worden, zegt De Jonge. En het lijkt alsof alle ‘crises’ – van asielopvang tot stikstof – tegelijk komen voor Rutte IV.

Het ministerie van VROM is niet terug, maar Binnenlandse Zaken heeft wel weer een minister met plannen voor een grote verbouwing van Nederland. „De nationale regie in de ruimte en volkshuisvesting moet weer terug”, zegt Hugo de Jonge, „dus dat gaan we ook doen.”