Juristen en oud-spionnen zijn het een keer eens: die nieuwe wet tegen spionage deugt niet

Contraspionage Het kabinet wil harder optreden tegen spionage. Maar heeft het genoeg nagedacht over de gevolgen?

Het toenmalig hoofd van de MIVD Onno Eichelsheim (l.) bij een persconferentie in 2018 over de verijdeling van Russische spionage bij de OPCW in Den Haag.
Het toenmalig hoofd van de MIVD Onno Eichelsheim (l.) bij een persconferentie in 2018 over de verijdeling van Russische spionage bij de OPCW in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

De Iraanse geheime dienst liquideerde Iraanse dissidenten in Nederland. Chinese wetenschappers betaalden en beïnvloedden mensenrechtenonderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Russische spionnen probeerden in Den Haag informatie van de OPCW (de VN-organisatie tegen de verspreiding van chemische wapens) te stelen.

Het gebeurde allemaal de laatste tien jaar – en het is volgens het kabinet het topje van de ijsberg. Minister Dilan Yesilgöz (Justitie, VVD) wil daarom meer kunnen doen tegen buitenlandse spionage. Op 8 juli, vlak voor het kabinet met reces ging, stuurde Yesilgöz een – volgens deskundigen tamelijk ingrijpend en verstrekkend – wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State. Zowel uit de beroepspraktijk van het inlichtingenwerk als uit de juridische wereld klinkt kritiek.

„Het in gevaar brengen van Nederlandse belangen door spionage moet keihard worden afgestraft”, aldus de minister. „Daarom is het goed dat er straks een maximale gevangenisstraf van 8 jaar kan worden opgelegd aan personen die spionage-activiteiten uitvoeren voor een buitenlandse overheid”, schrijft ze.

Spionage moet keihard worden afgestraft

Dilan Yesilgöz minister van Justitie

Het begrip spionage wordt in het wetsvoorstel verbreed. Waar een buitenlander vroeger staatsgeheime informatie moest stelen om gevangenisstraf te riskeren, kan die straks ook worden opgelegd als hij of zij ‘alleen maar’ een handje helpt. Documenten of een pakketje over de grens smokkelen, iemand chanteren om mee te helpen, het kan straks allemaal bestraft worden omdat die activiteiten de nationale veiligheid van Nederland in gevaar brengen. Hetzelfde geldt voor het gericht onrust stoken via sociale media tijdens nationale verkiezingen, of ontwrichtende acties aanmoedigen van bijvoorbeeld boeren, om maar een willekeurige groep te noemen.

Lees ook dit opinie-artikel van Hugo Vijver: Overdaad aan toezicht schaadt inlichtingenwerk

Invloed van politie

Het plan voor bredere strafbaarstelling van spionage stond al in het regeerakkoord van de huidige coalitie. Tot nu toe is het vrij stil rond het wetsvoorstel. Ten onrechte, vindt publicist en inlichtingenspecialist Hugo Vijver. „Ik vroeg me af: willen we dit allemaal echt wel”, zegt de oud-Defensie- en AIVD-medewerker. Vijver schreef onder meer mee aan de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten uit 2017.

Vijver ziet drie grote problemen. Zo vreest hij grotere invloed van de politie. Die krijgt een grotere rol bij het opsporen van activiteiten op dit gebied. De AIVD verzamelt immers ‘slechts’ inlichtingen, de politie spoort op en arresteert. „Ik vraag me af of de politie hier wel zin in heeft”, zegt Vijver. Het is een fenomeen waar ze weinig ervaring mee heeft. „Bij mogelijke spionage of ongewenste beïnvloeding, zoals rond zo’n mensenrechtencentrum van de Vrije Universiteit, gaat het immers vaak om een uiterst subtiel proces. Daarvan is maar helemaal de vraag wanneer zich strafbare handelingen gaan voordoen. Inlichtingendiensten zijn bedreven en ervaren bij het volgen van zo'n proces, de politie niet.”

Ten tweede plaatst Vijver vraagtekens bij de recente invoering van een meldpunt ‘kennisveiligheid’ voor de universitaire wereld. Dat loopt op de geplande wetgeving vooruit. Bij het meldpunt kunnen wetenschappers verdachte activiteiten melden. Hetzelfde geldt voor internationale samenwerkingsovereenkomsten over kennisoverdracht die door buitenlandse mogendheden misbruikt kunnen worden. Mogelijk komt hiervoor zelfs een meldplicht.

Is die aanpak niet te stevig en te algemeen, vraagt Vijver zich af, met name voor de universitaire wereld die het moet hebben van vrije uitwisseling van kennis? Vijver: „Bij bedrijven als chipmachinefabrikant ASML of toeleveranciers van Defensie begrijpt iedereen de noodzaak van meldingen aan de overheid. Maar bij universiteiten? Natuurlijk kunnen wetenschappers nog meer doordrongen worden van het mogelijke nut van hun kennis voor buitenlandse mogendheden. Maar de diensten helpen nu al dat bewustzijn te verbeteren met bijvoorbeeld gerichte voorlichting voor sectoren waar dat echt speelt.”

Informatievrijheid

Waar specialisten uit de inlichtingenpraktijk enerzijds en juristen anderzijds nogal eens botsen bij de beoordeling van wetgeving over geheime diensten, ligt dat hier anders. Vijvers kritiekpunt sluit aan bij een recent commentaar van juridisch vakblad Ars Aequi op het wetsvoorstel. De schrijvers vragen zich af voor welk probleem het wetsvoorstel precies een oplossing biedt. Ze stellen ook: „Met name het strafbaar stellen van het verstrekken van inlichtingen staat op gespannen voet met het recht op informatievrijheid.”

De Nederlandse Orde van Advocaten ziet eveneens problemen en vindt net als Vijver de aanpak te ruim. „Voor een tamelijk vergaand voorstel als het voorliggende is de onderbouwing mager”, schreef de beroepsvereniging tijdens de zogeheten internetconsultatie over het wetsvoorstel van Justitie. De Orde meent dat het kabinet de nationale belangen die bedreigd worden (zoals vitale infrastructuur, integriteit en exclusiviteit van hoogwaardige technologieën) te weinig concreet maakt en afbakent; hetzelfde geldt voor de handelingen die straks strafbaar worden als het aan de minister ligt. „Daarmee biedt de beoogde bepaling niet voldoende rechtszekerheid” , aldus de Orde.

Lees ook: Nederland wordt niet veel veiliger na de uitwijzing van 17 Russische spionnen

Represaille

Tenslotte vraagt oud-AIVD’er Vijver zich af of goed is nagedacht over eventuele gevolgen voor betrekkingen met grote landen. „In de praktijk”, zegt hij „kan het gebeuren dat op basis van het nieuwe wetsvoorstel vooral Chinezen en Russen worden opgepakt. Want vooral die grote landen zijn actief in genoemde activiteiten. Tot nu toe werden ze bij ons het land uitgestuurd als ze werden gesnapt, dat zou kunnen veranderen. Maar ik denk niet dat grote landen eventuele arrestaties gemakkelijk laten passeren. Die gaan als represaille wellicht Nederlandse spionnen oppakken en vastzetten.”