Necrologie

Rinus Ferdinandusse leidde Vrij Nederland in hoogtijdagen, toen het blad geen leiding accepteerde

Rinus Ferdinandusse 1931-2022 Hoofdredacteur

Onder Ferdinandusse groeide Vrij Nederland uit tot een groot en links blad dat in de voorhoede liep bij de culturele omslag die Nederland doormaakte in de jaren zestig en zeventig. Zelf hield hij het meest van komische stukjes en thrillers schrijven.

Rinus Ferdinandusse in 1974. Hij zag zichzelf nooit als groot verslaggever.
Rinus Ferdinandusse in 1974. Hij zag zichzelf nooit als groot verslaggever. ANP

Ook al was hij ruim een kwarteeuw hoofdredacteur, bij Vrij Nederland was Rinus Ferdinandusse nooit de baas. In de jaren dat hij het vroegere verzetsblad aanstuurde, was er op de redactie geen sprake van hiërarchie. Redacteuren bepaalden zelf waarover ze schreven, en het was aan Ferdinandusse – die zaterdag op 90-jarige leeftijd overleed – om dat proces zo goed mogelijk te organiseren.

„De redactievergadering was vooral bedoeld om iedereen de gelegenheid te bieden mee te delen wat hij ging doen”, blikte Ferdinandusse jaren later in Vrij Nederland terug, in één van de weinige interviews die hij gaf. „De één riep: ‘Zullen we een stuk maken over…’ waarop de ander zei: ‘Fantastisch, dat doen we’. Zo ging het. Meer was het niet.”

De stem van de hoofdredacteur was in zulke discussies gelijk aan die van elk ander, misschien zelfs wel ondergeschikt. Wat Ferdinandusse dan deed? Organiseren, stimuleren. Als politiek redacteur Joop van Tijn besloot waarover hij ging schrijven, dan zorgde Ferdinandusse „dat er op het afgesproken tijdstip een fotograaf verscheen. Ik zei hooguit: Jongens, we moeten weer wat onderwerpen voor [de legendarische interviewster] Bibeb bedenken.”

Ferdinandusse voelde zich geen journalist. Hij werd geboren in Goes en verhuisde naar Den Haag toen zijn vader op het ministerie van Landbouw ging werken. Thuis ontvingen ze Elsevier, waar Ferdinandusse veel in las. Hij droomde van „cursiefjes” schrijven, zoals Godfried Bomans of Simon Carmiggelt. „Ik was een klein humoristje”, zei hij in VN. „De journalistiek zei me niks.”

Cabaret

Tijdens een studie aan de christelijke hbs begon Ferdinandusse met schrijven. Hij richtte het Haags Studentencabaret op, waarvoor hij teksten bedacht en regisseerde. Zijn sollicitatie voor Vrij Nederland in 1959 berustte volgens hem op een misverstand: Ferdinandusse hoorde dat het weekblad iemand zocht om stukjes uit buitenlandse kranten te knippen, hoofdredacteur Mathieu Smedts dacht dat hij wilde schrijven en benoemde hem als redacteur. Ferdinandusse had wel een redacteurschap bij studentenblad Propria Cures achter de rug.

Rinus Ferdinandusse in 1983 achter zijn bureau bij Vrij Nederland. Foto Bert Verhoeff

In de 36-jarige loopbaan die volgde schreef Ferdinandusse vele honderden stukken voor Vrij Nederland, waaronder meerdere rubrieken. Toch zag hij zichzelf nooit als „groot verslaggever”, zei hij later in gesprek met het weekblad. „Ik ging er niet vaak op uit.” Het meest hield hij van „thrillers schrijven en komische stukjes”. Zijn persoonlijke interesses lagen eigenlijk naast het blad, zei Ferinandusse. Zoals bij het maken van Zo is het toevallig ook nog eens een keer, een van de eerste satirische programma’s op de Nederlandse televisie. Of bij de 24 romans die op zijn naam staan, het merendeel thrillers.

Vrij Nederland is in de jaren dat Ferdinandusse er begint nog een kleine publicatie, maar de basis voor het latere succes wordt juist in die periode gelegd. Hoofdredacteur Smedts neemt een groep redacteuren aan die in de decennia erna zullen uitgroeien tot gezaghebbende journalisten, zoals Renate Rubinstein, Jan Eijkelboom, Igor Cornelissen en Joop van Tijn. Als Smedts in 1969 afzwaait, wordt Ferdinandusse zijn opvolger.

Ferdinandusse toonde zich een „drijvende kracht” achter het succes van Vrij Nederland, schreef Joop van Tijn toen de hoofdredacteur in 1996 met pensioen ging. „Drijvende kracht veronderstelt een drijver, een leider, een dictator misschien wel. Dat is hij juist nooit geweest.” Ferdinandusse was eerder het soort leider die vragen stelde. Meningen voorlegde. Een knipsel deelde als hij daar een verhaal in zag.

Gedurfde interviews

De kracht van Vrij Nederland was dat het blad in die jaren iets héél anders deed dan de kranten in die tijd, zegt NRC-redacteur Jannetje Koelewijn, die haar loopbaan onder Ferdinandusse bij de publicatie begon. Vrij Nederland maakte grote, goeduitgezochte reportages. Gedurfde interviews. Dat kon omdat de redacteuren - stuk voor stuk „enorme persoonlijkheden” – de vrijheid namen om te maken wat ze wilden. En omdat Ferdinandusse hen daarin niet afremde.

Tijdens zijn hoofdredacteurschap groeide Vrij Nederland uit tot een invloedrijke publicatie, een links blad dat in de voorhoede liep bij de culturele omslag die Nederland vanaf eind jaren zestig doormaakte. Op de piek, eind jaren zeventig, had VN meer dan 120.000 abonnees.

Conflicten

Aan dat succes kwam medio jaren tachtig een eind. „Toen ik in 1984 werd aangenomen, zei Rinus al: onze groei en bloei is voorbij”, herinnert Koelewijn zich. Het is rond die periode dat Van Tijn, de latere opvolger van Ferdinandusse, zich nadrukkelijker met de aansturing ging bemoeien. „Hij ging kritiek leveren. Dat werd niet geaccepteerd.”

Het was voor het eerst dat op de redactie écht leiding werd gegeven, zei Ferdinandusse later. En dat leidde tot conflicten. „Voordien riepen ze steeds: ‘Rinus, geef nou godverdomme ’ns leiding.’ En toen die leiding er werkelijk kwam ging het mis.” Een gevolg van het eigen succes, zouden beide hoofdredacteuren daarover later zeggen. De redactie was zo groot geworden, dat er eilandjes konden ontstaan.

Die donkere periode weerhield Ferdinandusse er niet van om nog meer dan tien jaar aan te blijven als hoofdredacteur, in de laatste jaren samen met Van Tijn. En toen hij op 65-jarige leeftijd met pensioen móést, bleef hij bij Vrij Nederland betrokken, onder meer bij de jaarlijkse Detective & Thrillergids. Omdat, in de woorden van wijlen Joop van Tijn, „beslissen misschien wel een grote kracht van hem had kunnen zijn, maar nooit een grote liefde zou zijn geworden.”