Gaston Dorren: „Je hebt altijd een beetje basiskennis nodig.”

Foto Lars van den Brink

Interview

Een taal als Zweeds of Spaans is snel te begrijpen. Maar pas op voor valse vrienden

Gaston Dorren | wetenschapsjournalist Met een paar trucs zijn vreemde talen als het Zweeds best te begrijpen. „Je hebt wel altijd een klein beetje basiskennis nodig.”

Zweeds hoeft niet moeilijk te zijn: „Mark Rutte är en nederländsk politiker för det liberala Folkpartiet för Frihet och Demokrati (VVD) och Nederländernas premiärminister sedan 14 oktober 2010.”

Als je een taal spreekt, zijn er altijd wel een paar andere talen die daar zo op lijken dat je ze voor een deel wel kunt lezen. Voor Nederlandstaligen is het Afrikaans het duidelijkste voorbeeld van dit verschijnsel: „Rutte het geskiedenis aan die Universiteit Leiden gestudeer.” Ook het Fries is goed te doen: „Yn 2002 makke Rutte de oerstap fan it bedriuwslibben nei de lânlike polityk.”

Gaston Dorren, een wetenschapsjournalist die eerder de boeken Taaltoerisme en Babel schreef, speelt in zijn nieuwste boek, Zeven talen in zeven dagen, met dit verschijnsel van de leesbaarheid van verwante talen. Hij heeft gekozen voor zeven talen waar de Nederlandse toerist mee te maken kan krijgen. Het Fries. Drie Scandinavische talen. En drie Romaanse talen (Spaans, Italiaans, Portugees). Het boek richt zich op mensen die Nederlands en Engels spreken, en daarnaast iets weten van het Frans en het Duits.

„De Scandinavische talen behoren tot de Germaanse familie, ze lijken op het Nederlands, het Engels en het Duits. Dat is natuurlijk heel vertrouwd. De Romaanse talen zijn minder vertrouwd voor ons. Maar dankzij onze Franse lesjes en zeker ook door het Engelse vocabulaire – want het Engels zit vol Romaanse woorden – zijn ze nog redelijk toegankelijk. Veel toegankelijker dan bijvoorbeeld de Slavische talen.

„Je moet mensen er alleen wel op attenderen dat het zo is. En dat je, als je wat in zo’n taal wilt lezen, niet per se álles hoeft te begrijpen. Je mag gerust af en toe een zin overslaan. Je moet imperfectionistisch durven zijn. Je hebt wel altijd een klein beetje basiskennis nodig om eraan te beginnen, en die probeer ik in mijn boek te geven.”

Ik denk dat als je zo’n patroon vijf keer gezien hebt, dat het dan beter beklijft

Wat je meteen herkent hoef je niet meer te leren. Dat krijg je gratis. Maar vervolgens zijn er toch heel veel dingen die je nét niet herkent?

„Je kunt leren om die wél te herkennen. Mijn boek zit daarom barstensvol patronen. Bij elk patroon geef ik een heleboel voorbeelden. Want ik denk dat als je zo’n patroon vijf keer gezien hebt, dat het dan beter beklijft. Voor bijvoorbeeld het Zweeds is het goed om te weten dat de voltooid deelwoorden in de Scandinavische talen niet met ge- beginnen. Als je dat weet zie je sneller dat bijvoorbeeld ‘drivit’ een voltooid deelwoord is van drijven.”

Ook begrijp je dan opeens dat ‘sund’ gezond is, ‘nog’ genoeg en ‘fara’ gevaar.

„Ja, en als je weet dat wijn ‘vin’ is zul je eerder zien dat ‘väga’ wegen is en ‘svin’ zwijn. En soms moet je het hardop zeggen om het te herkennen. Wat is ‘foajé’? Een foyer. En er zijn ook altijd ‘valse vrienden’. Woorden die op een Nederlands woord lijken, maar iets totaal anders betekenen. Daar geef ik lijstjes van. In het Zweeds is ‘bord’ tafel, ‘mening’ betekenis, en ‘vacker’ mooi.”

Wat is het lastigste? Iets wat totáál niet op het Nederlands lijkt?

„Ja, met name al die kleine woordjes voor hij, zij, het, op, onder, tussen en omdat en zo.”

Het Zweedse ‘när’ betekent wanneer en klinkt toevallig hetzelfde als de tweede lettergreep van wanneer

In de Zweedse zin over Mark Rutte zijn dat de woordjes: ‘är’ en ‘för’ ‘det’ ‘och’ ‘sedan’.

„Maar een aantal daarvan herken je onmiddellijk, en er zijn er ook die je helemaal niet herkent. Geef ik ook weer lijstjes van. Het mooie is: je komt ze, als je hiermee aan de slag gaat, meteen heel veel tegen. Dus die leer je heel snel. Soms geef ik er een ezelsbruggetje bij. Het Zweedse ‘när’ betekent wanneer en klinkt toevallig hetzelfde als de tweede lettergreep van wanneer.

„Daarnaast geef ik lijstjes van de meest voorkomende zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden die je niet kunt herkennen. Bijvoorbeeld in het Zweeds: ‘kvinna’, ‘kväll’ en ‘vän’. Dat is achtereenvolgens: vrouw, avond en vriend.”

Wat kunnen mensen bereiken met dit boek?

„Als je in een land bent waar zo’n taal gesproken wordt kan het heel prettig zijn om 70, 80, 90 procent mee te krijgen van wat al die winkels, borden, informatieteksten en menukaarten tegen je proberen te zeggen. Door de context kun je dat vaak snel begrijpen.

„En misschien koop je de plaatselijke krant, en probeer je daarin het internationale nieuws te lezen, want dat is redelijk voorspelbaar. Maar het kan ook leuk zijn om gewoon op internet dingen in zo’n taal te lezen.

„Het boek is gebaseerd op het principe dat je, als je met een taal begint, met heel weinig inspanning al snel een heel groot effect kunt bereiken. Als je aan een taal begint ga je eerst pijlsnel vooruit, je leert ontzettend veel, je krijgt opeens inzicht in zo’n taal. Daar staat tegenover dat als je daarna die kennis zou willen perfectioneren, dat steeds langzamer gaat. Ik ben nu tegen de zestig en ik ben nog steeds iedere dag een beetje bezig met het leren van Engels.”

Het Fries is de afgelopen 500 jaar heel erg door het Nederlands beïnvloed

Het is verrassend hoe veel je bij de Romaanse talen aan het Engels hebt.

„Engels is natuurlijk een Germaanse taal, maar heel erg geromaniseerd: het zit vol met woorden die het ontleend heeft aan het Latijn en vooral ook het Frans.”

De afstand tussen het Nederlands en het Fries maar ook bijvoorbeeld het Deens is in de loop van de afgelopen duizend jaar kleiner geworden. Die talen zijn gemakkelijker geworden voor ons.

„Ja, het Fries is de afgelopen 500 jaar, en zeker de afgelopen 100 jaar, heel erg door het Nederlands beïnvloed. Bij de Scandinavische talen zijn er drie ontwikkelingen geweest waardoor die voor ons toegankelijker zijn geworden. Ze zijn heel erg beïnvloed door het Nederduits, het Duits van het noorden van Duitsland, en dat lijkt weer op het Nederlands.

„Daarnaast hebben de Scandinavische talen op hun beurt het Engels beïnvloed, in de tijd van de Vikingen, waardoor veel Engels verdacht veel lijkt op het Scandinavisch en andersom. En natuurlijk hebben de Scandinavische talen, net als veel andere Europese talen, de invloed van het Latijn en het Grieks ondergaan en ook veel internationale termen opgenomen: een soort algemene Europese woordenschat met woorden als organisatie en diagram, die wij moeiteloos herkennen.”