WHO geeft hoogste waarschuwing voor apenpokkenvirus

Noodsituatie Het uitroepen van een wereldwijde noodsituatie betekent niet per se dat een ziekte bijzonder overdraagbaar of dodelijk is, maar wel dat volgens de WHO een gecoördineerde actie vereist is.
Een medicijndoosje met daarin Tecovirimat, dat een behandeling biedt tegen apenpokken.
Een medicijndoosje met daarin Tecovirimat, dat een behandeling biedt tegen apenpokken. Foto Yuki Iwamura/AFP)

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft zaterdag het hoogste waarschuwingssignaal afgegeven voor het apenpokkenvirus. Volgens de organisatie vormt het virus wereldwijd een noodsituatie voor de gezondheid nu het sinds mei in meer dan zeventig landen is opgedoken, zo heeft WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus zaterdag bekendgemaakt. Dat melden internationale persbureaus.

Het uitroepen van een wereldwijde noodsituatie betekent dat de verspreiding van het virus een „buitengewone gebeurtenis” betreft die zou kunnen overslaan naar meer landen en daarom een gecoördineerde reactie vereist. Het betekent niet noodzakelijkerwijs dat een ziekte bijzonder overdraagbaar of dodelijk is. Michael Ryan, hoofd van het noodprogramma voor gezondheid van de WHO, stelde dat de organisatie het waarschuwingssignaal afgeeft om er zeker van te zijn dat de internationale gemeenschap de uitbraak serieus neemt.

De commissie van de WHO die bepaalt of een ziekte de stempel ‘wereldwijde noodsituatie’ krijgt, was verdeeld over het afgeven van het hoogste waarschuwingssignaal, zei WHO-directeur Tedros. Negen van hen waren tegen, zes commissieleden waren voor, waardoor Tedros de uiteindelijke beslissing zelf heeft genomen. „Ik weet dat dit geen gemakkelijk of rechtlijnig proces is geweest”, aldus Tedros. Eerder riep de WHO de wereldwijde noodsituatie uit voor onder meer Covid-19, een ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 en de uitbraak van het Zika-virus in Latijns-Amerika in 2016.

Meestal mild

Volgens de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC zijn momenteel wereldwijd bijna 17.000 besmettingen met het apenpokkenvirus vastgesteld, waarvan volgens het RIVM 712 in Nederland. Aangezien een infectie ook asymptomatisch kan zijn, zonder de kenmerkende pokkenblaasjes op de huid, ligt het werkelijke besmettingsaantal mogelijk hoger.

Voor dit jaar kwam het virus hoofdzakelijk in Afrika voor. Volgens de WHO sterft op het continent gemiddeld 3 tot 6 procent van de geïnfecteerden aan het virus; het is daarmee iets minder dodelijk dan het ‘normale’ pokkenvirus. Besmetting verloopt volgens het RIVM meestal mild, maar kan bij kinderen en mensen met een verzwakte afweer ernstiger zijn. Sinds de uitbraak in mei begon, overleden wereldwijd vijf mensen aan het virus, van wie geen enkele in Nederland.

Het virus is via de huid overdraagbaar en daardoor zou in theorie iedereen het kunnen krijgen. Desalniettemin lijken mannen die wisselende seksuele contacten met mannen hebben het meeste risico te lopen. Het kabinet is van plan de risicogroepen - daartoe behoren bijvoorbeeld ook onder meer transgender personen die nu de hiv-preventiepil PrEP krijgen - preventief te laten vaccineren. Zo’n 32.000 mensen komen voor preventieve vaccinatie in aanmerking.

Op 7 juli schreef minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers (D66) „zo spoedig mogelijk” te willen beginnen met de vaccinaties. Komende maandag moeten de eerste prikken daadwerkelijk gezet worden, maakten de GGD’s van Amsterdam en de regio Haaglanden eerder deze week bekend. Kuipers zei eerder deze week dat het mogelijke uitroepen van het apenpokkenvirus tot een wereldwijde noodsituatie niet direct gevolgen zal hebben voor het Nederlandse beleid.

Lees ook dit artikel over zorgverleners en belangengroepen die waken voor stigmatisering van ‘homoziekte’