Opinie

Vertrouw ík de overheid eigenlijk wel?

Floor Rusman

Het vertrouwen in de overheid lijkt de laatste tijd een gletsjer in de zomerzon: beetje bij beetje smelten er stukjes vanaf. Volgens de laatste peiling van I&O Research, die donderdag verscheen, vertrouwt nog 34 procent van de Nederlanders de overheid; 2 procent minder dan in de meting van vorige maand.

Vergeleken met andere OESO-landen scoort Nederland nog goed, bleek deze week uit het eerste grote OESO-onderzoek naar vertrouwen in 22 landen. In deze meting (gedaan in 2021) vertrouwde 49 procent van de Nederlanders de overheid, boven het OESO-gemiddelde van 41 procent.

In welke categorie val ik zelf eigenlijk, vroeg ik me af terwijl ik de staafdiagrammen bekeek. Wat zou ik antwoorden als iemand mij vroeg of ik de overheid vertrouw? Dat is best een moeilijke vraag. Ik vertrouw in het algemeen op de goede intenties van politici, ik denk niet dat ze de boel willen belazeren. Maar ik vertrouw er niet op dat ze altijd de waarheid spreken, dat ze het algemeen belang in alle gevallen boven hun eigenbelang laten gaan, en zelfs als ze dat wel doen, vertrouw ik er niet per se op dat ze competent genoeg zijn om de juiste keuzes te maken.

Hoe je de vraag beantwoordt, hangt er dus maar vanaf aan welk aspect je denkt. En ook wat je vergelijkingsmateriaal is. Zelfs als mijn vertrouwen in de overheid even wat minder is, ben ik blij dat ik in Nederland woon en niet in Rusland, om maar iets te noemen. Als ik die relatieve positie meeweeg, geef ik mijn vertrouwen zeker een voldoende.

Het is dus de vraag wat het precies betekent als mensen aangeven de overheid niet te vertrouwen. En de volgende vraag hangt daarmee samen: hoe ernstig het is als dat vertrouwen afneemt.

‘Vertrouwen’ is een woord met een goede uitstraling, net als bijvoorbeeld liefde en openheid. Maar net als bij die andere termen hangt het van de context af of het inderdaad een goede zaak is. Liefde voor foute figuren is slecht, openheid jegens de vijand is slecht, en vertrouwen in een malafide persoon of instantie net zozeer.

Er wordt te vlug van uitgegaan dat vertrouwen altijd nastrevenswaardig is, aldus Harvard-politicoloog Pippa Norris in haar nieuwe boek In Praise of Skepticism, dat begin augustus verschijnt – de eerste drie hoofdstukken staan al online. Iemand kan volgens Norris ook te veel vertrouwen hebben: goedgelovigheid, heet dat. Complotdenkers staan bijvoorbeeld cynisch tegenover de gevestigde macht maar zijn juist goedgelovig jegens hun zelfgekozen autoriteiten. Een tekort en een overschot aan vertrouwen gaan hier samen.

Sociale wetenschappers bekijken vertrouwen te veel vanuit de ogen van gezagsdragers, schrijft Norris. Voor hen is vooral een tekort aan vertrouwen zorgwekkend. Maar een overschot kan net zo goed problematisch zijn: als mensen politici blindelings vertrouwen, kan wangedrag ongestraft voortbestaan.

Een sceptische houding tegenover autoriteit bevindt zich midden op het spectrum tussen cynisme en goedgelovigheid, aldus Pippa Norris. Zoals Aristoteles al zei: elke deugd is een midden tussen twee ondeugden. Dat vond ik vroeger een saaie open deur van Aristoteles, maar nu denk ik: best leuk en leerzaam om eigenschappen op een as in te delen.

Volgens Norris moet niet het vertrouwen gemaximaliseerd worden, maar de trustworthiness, of vertrouwenwaardigheid. Dat is het sceptische oordeel over iemands prestaties, aan de hand van drie aspecten: integriteit, onpartijdigheid (het laten voorgaan van het algemeen belang boven eigenbelang) en competentie. Dit zijn precies de drie dingen waarover ik, zoals ik hierboven schreef, soms twijfels heb. Dat vind ik niet overdreven wantrouwend van mezelf, als ik kijk naar de afgelopen jaren. Politici die aantoonbaar niet de waarheid spraken, en die dus matig scoren op integriteit, zitten nog steeds op hun plek. Het telkens uitstellen van besluiten over de stikstofaanpak lijkt eerder in het eigen belang te zijn geweest van conflictvermijdende politici dan in het algemeen belang. En erg competent komt het ook niet over.

Het goede nieuws is: als vertrouwen in elk geval deels samenhangt met prestaties, kan het dus ook weer toenemen. In dat opzicht ziet het er voor het vertrouwen in de overheid beter uit dan voor de gletsjers.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC