Foto Khalid Amakran

Interview

Chafina Bendahman: ‘Je moet op je bek kunnen gaan en gesteund worden’

De verbinders Kunst laat mensen óók zien hoeveel ze op elkaar lijken. Chafina Bendahman helpt bicultureel talent verder te komen in het niet vanzelf inclusieve culturele circuit.

Hoezeer verhalen mensen bij elkaar kunnen brengen, ontdekte Chafina Bendahman (44), oprichter en directeur van ROSE stories, al op jonge leeftijd. „Toen we nog in de Rif in Marokko leefden was mijn moeder de verhalenverteller thuis. ’s Avonds voor het slapengaan vertelde ze mij en mijn broertjes een verhaal, en ze wist toen al hoe een cliffhanger werkte, want ze viel altijd in slaap als het spannend werd. Wij probeerden haar dan wakker te maken, maar moesten tot de volgende dag wachten voor het vervolg.” Met die verhalen, zegt ze, bracht haar moeder haar en haar broertjes liefdevol samen.

Nadat het gezin naar de Haagse Schilderswijk verhuisde, moest ze met vijf van haar broers een kamer delen. Ze hadden geen geld en als jong meisje moest ze leren creatief te zijn. „Ik heb een keer een terracottapot verpulverd en huis aan huis verkocht als rouge.” Ze moet hard lachen als ze het verhaal vertelt. „Arm zijn maakt je creatief.” En zo leerde ze al op jonge leeftijd de kracht van goede verhalen.

Via films en boeken kreeg ze toegang tot andere levens en werelden. Ze verslond de romans van Isabel Allende, Hersenschimmen van Bernlef werd een favoriet. „Verhalen openen je hart voor anderen en leren je empathie. Ik kreeg begrip voor andere levens, dankzij Hersenschimmen leerde ik wat Alzheimer aanricht.” Maar het wrong dat ze op televisie en in boeken zelden mensen zag die op haar leken. „Ik zat er heel lang op te wachten, maar het kwam maar niet.’’ Zo werd ROSE stories geboren, eerst als een vriendinnen- en kookclub. Ze besloten om zelf een boek uit te geven.

Dat werd Melk & Dadels, met verhalen en recepten van Marokkaanse moeders in Nederland. „Ik wilde heel graag iets van mezelf terugzien. En ik dacht: misschien moeten we ophouden met verlangen dat iemand anders onze verhalen vertelt. Het kwam echt vanuit mijn hart, vanuit onze moeders, de vrouwen om me heen. We wilden onze geschiedenis en ons erfgoed vastleggen, iets tastbaars achterlaten voor onze neefjes en nichtjes.” Melk & Dadels was een succes en maakte de weg vrij voor een gelijknamige toneelvoorstelling en andere boeken die ze met ROSE stories uitgaf.

Foto Khalid Amakran

De voorstelling kwam er niet zonder slag of stoot, zegt ze. „Het probleem is dat je in Nederland onmogelijk zelf een film of theatervoorstelling kunt maken. Je hebt de instituties nodig, maar zij denken heel erg in hokjes en met een constant wantrouwen: ‘hoe zit het met de kwaliteit, is het geen niche’.” Het vermoeit haar, verzucht ze, dat mensen kwaliteit associëren met een witte huidskleur, „zonder dat ze het doorhebben”. „Dan maak je een kinderboek waarin de personages ergens anders vandaan komen en krijg je de vraag of het mensen wel zal aanspreken. Je moet door zoveel hoepels springen. Dat is echt mijn achilleshiel, die constante twijfel of je wel goed genoeg bent.”

Klein gebaar

Die twijfel staat haaks op de successen die Bendahman boekt met ROSE stories. Zoals de toneelvoorstelling Melk & Dadels, met verhalen van Nederlands-Marokkaanse vrouwen en vertolkt door Nederlands-Marokkaanse actrices. Het publiek is doorgaans vooral wit en ze wilde met die verhalen een ander, bicultureel publiek naar de zalen krijgen. Dat andere publiek kwam, maar „er was ook veel interesse vanuit het witte publiek, dat net zo genoot van de nieuwe verhalen. Daar smolt ik wel van.’’

Ze is even stil, zegt „als we elkaar maar leren kennen”, stopt weer, en verontschuldigt zich dan voor haar „gezapige” woorden. „Maar het ís wel zo. Ik wil laten zien dat we allemaal mensen zijn met dezelfde gevoelens en verlangens, dat we veel gemeen hebben. Ik ben zelf opgegroeid met boeken en films van mensen die ver van mij af stonden en die me meenamen op avontuur. Toen ik voor het eerst in Amerika was, voelde alles vertrouwd dankzij de series en films die ik had gezien. Dat is de kracht van kunst in welke vorm dan ook.”

Met al die boeken, toneelvoorstellingen en inmiddels ook televisieseries en bioscoopfilms zoekt ze niet alleen de verbinding, maar geeft ze ook kansen aan nieuw bicultureel talent om verder te komen in het culturele circuit. „Ik merk dat omroepen en instituten in Nederland hier geen risico’s willen nemen. Maar je moet mensen een kans geven. Je hebt, zeker als autodidact, de ruimte nodig om op je bek te gaan, gesteund te worden en het vertrouwen te behouden.”

Ze moet denken aan haar eerste verjaardag in de eerste klas van de lagere school. Omdat ze thuis geen geld hadden, ging ze, stijf van de stress, zonder traktatie naar school. Juf Trudy nam haar even apart op de gang: ze gaf haar traktaties om uit te delen. „Ons geheim”, had ze gezegd. „Zoiets blijft je je hele leven bij. Een klein gebaar kan zoveel betekenen. Ik wil dat ook, mensen op weg helpen.”

En dat begint en eindigt met verhalen. Omdat die haar zelf ook door moeilijke periodes hielpen. Neem bijvoorbeeld de bioscoophit Meskina, een romantische komedie met een voornamelijk Nederlands-Marokkaanse cast, die een wereldwijd succes werd op Netflix. Het heeft tien jaar geduurd voor ze eindelijk een coproducent vond en de film op haar voorwaarden gemaakt kon worden. De inspiratie ervoor begon bij haar zelf. „Soms verlies je de lust voor het leven en heb je hulp nodig. Ik lag in scheiding, mijn hart was gebroken en ik dacht: ik wil ook zoiets als Eat Pray Love of Under the Tuscan Sun. Ik hou van romantische komedies, je kunt er lekker bij wegzwijmelen en tegelijk hoopvol van worden. Zoiets wilde ik ook maken, universeel en tegelijk heel eigen.”

Netflix

Er verschijnt een grijns op haar gezicht, ze doet alsof ze een afstandsbediening in haar handen heeft, en vertelt dat ze Meskina regelmatig opzoekt in de Netflix-lijsten, en die daar dan tussen beroemde andere films ziet staan. „Ik maak er iedere keer foto’s van voor op mijn mobiel. Ik kan mezelf dan echt niet censureren, ik ben zo trots, ik vind het zo stoer.”

Netflix is een driejarige samenwerking aangegaan met ROSE stories, om nieuw talent te begeleiden bij hun televisie- of filmcarrière. Chafina Bendahman fantaseerde daar tien jaar geleden al over. „Een jaar geleden kreeg ik een mailtje van Christopher Mack, ‘director grow creative’ bij Netflix: ‘Ik zie wat jullie doen en vind het interessant, laten we een keer kletsen.’ Twee regels, ik dacht dat het spam was.” Ze is blij met de samenwerking: „Je merkt dat je soms niet meer dan een vinkje bent in een subsidieaanvraag, en als het geld eenmaal binnen is, is er nul ruimte voor je stem. Bij Netflix is dat voor ons écht anders.”

Foto Khalid Amakran

Het culturele en medialandschap wordt zichtbaar diverser, zegt ze. „Maar er zijn nog altijd te weinig makers van kleur, te weinig vrouwen die programma’s maken, regisseren, schrijven. Dat proberen we met ROSE stories recht te trekken. Voor mij is het de droom dat iedereen mee mag en kan doen.” Inclusie is geen beroep of modetrend, legt ze uit: het zit in haar dna, het besef dat er altijd andere verhalen en perspectieven zijn en dat die een verrijking zijn voor iedereen. ROSE stories gaat daarin voor: op één biculturele man na bestaat het hele team uit vrouwen.

Opgeslokt

Horen witte mannen er voor ROSE stories ook bij? „Definitely”, zegt ze zonder aarzelen. „Maar eerst moet de ongelijkheid weggewerkt worden.” En dat kost tijd. „Iemand zei eens: ‘inclusie is niet een korte sprint, maar een marathon’. Ik hoop dat het een estafette is. Als iemand zich wil aanmelden, geef ik het stokje graag over.”

Ze is moe, vertelt ze. Na tien jaar heeft ROSE stories een stevig fundament als uitgeverij en producent en ze is bezig met nieuwe plannen. Maar het liefst, bekent ze, zou ze vrij nemen. Vorig jaar overleed haar vader onverwacht aan corona. Omdat Marokko geen covid-overledenen toeliet, is hij in Zuidlaren begraven. „Door zijn begrafenis besefte ik dat Nederland mijn thuis is.”

Ze deelt niet de angst van veel biculturele Nederlanders voor een rechts klimaat. „Je moet niet denken ‘shit, rechts krijgt steeds meer de macht, straks zijn we niet meer welkom’. Dit ís ons thuis. Ik wil meehelpen bouwen aan mijn land, er iets moois van maken waar iedereen zich thuis voelt. Hier wil ik oud worden.”

Maar eerst zou ze dus wat rust willen. „Ik zou mezelf de tijd willen gunnen om even niks te doen, om het verlies van mijn vader een plek te geven. Ik zou ook meer tijd met mijn moeder willen doorbrengen. De afgelopen tien jaar zijn opgeslokt door het werk.”

Moet ze na al die jaren nu de verbinding met zichzelf aangaan? Ze is even stil en beaamt het dan. Maar, benadrukt ze, de ideeën en plannen blijven komen. „Het hoofd en het hart blijven heel groots dromen.”