Recensie

Recensie Film

Frisse, eigenzinnige invullingen aan de ‘coming-out’ in twee nieuwe films

Queerfilms De coming-out is een cruciale ervaring in het leven van elke queer. In het filmaanbod komen steeds meer varianten op dit thema aan het licht, zoals in het energieke Duitse ‘Kokon’ of het tegendraadse epos ‘Potato Dreams of America’.

In essentie vertellen Kokon en Potato Dreams of America hetzelfde verhaal. Beide films draaien deze zomer in de bioscoop. De hormonale gevoelens die de levens van de tienerhoofdpersonen domineren, leren Nora en Vasili dat zij anders zijn dan de rest van de wereld. Zij vallen op partners van hetzelfde geslacht, wat een forse extra hobbel in de al lastige puberteit opwerpt. Niet alleen zullen zij zich de rest van hun leven moeten verantwoorden voor hun gevoelens, ook weten ze dat een deel van de wereld alle liefdes die ze zullen krijgen veroordelen of verwerpen.

De omstandigheden waarin de twee scholieren hun ontdekkingstocht doormaken verschilt. De verlegen 14-jarige Nora (Lena Urzendowsky) leeft in Kokon in het Berlijn van vlak voor de coronacrisis. Zij voelt zich onzichtbaar, zowel op school als thuis. De meeste tijd brengt zij door met haar oudere, uitbundige zus. Als zich echter de zelfverzekerde, androgyne nieuwe klasgenote Romy (Jella Haase) aandient, lijkt er iets in de schuchtere tiener te ontwaken dat zij op geen enkele manier kan negeren.

Vasili (charismatische debutant Tyler Bocock) in Potato Dreams of America groeide op in de Sovjet-Unie van Gorbatsjov. Zijn moeder toonde hem in het geheim Amerikaanse films, die hem leerden hoeveel beter het leven aan de andere kant van de wereld was. Als zich een christelijke Amerikaanse stiefvader meldt, verkassen moeder en zoon naar Seattle. Maar ook hier dreigen rigide denkbeelden het geromantiseerde ‘vrije leven’ dat Vasili zich voorstelde te dwarsbomen.

Beide regisseurs ontpoppen zich tot interessante stemmen binnen de culturele queer-community. Ze weten op een frisse, eigenzinnige manier invulling te geven aan de coming-out, die zo cruciale ervaring in het leven van elke queer. Leonie Krippendorff (1985) geeft in Kokon de openbaring van Nora op een dromerige manier vorm. Als de twee meisjes samen zijn lijken de beelden te stralen. Mede dankzij het natuurlijke spel van Urzendowsky, die doorlopend in beeld is, wordt de kijker zonder schroom meegevoerd in de wereld van de hunkerende tiener die voor de eerste keer masturbeert of blowt.

Het autobiografische Potato Dreams van Wes Hurley (1981) is lange tijd tamelijk ongrijpbaar. Het contrast tussen alle drama dat de tiener moest doorstaan – eerst in Vladivostok, toen aan de Amerikaanse oostkust – en de relativerende, zwartkomische manier waarop Hurley terugkijkt op zijn jeugd werkt niet altijd. Dankzij een bizarre (waargebeurde) plot-twist krijgt de film uiteindelijk het mierzoete sprookjeseinde dat je moeder en vooral zoon na alle ontberingen toewenst.