Opinie

Voor een nieuw klimaat zijn nieuwe woorden nodig

Eva Meijer

Later zullen ze zeggen: toen begonnen de hittegolven. We zijn getuige van een ramp die te langzaam gaat om te begrijpen en we hebben nog niet de juiste woorden gevonden om er met elkaar over te praten. Woorden zijn vreemde dingen. Omdat ze in verschillende situaties dezelfde vorm hebben, denken we dat ze ook hetzelfde betekenen, maar dat is nooit helemaal zo. Een woord als liefde lijkt duidelijk, maar elke liefde voelt anders. En er zijn liefdes voor verschillende soorten wezens, maar ook voor Duitse literatuur, wolken of treinen. Wittgenstein noemt woorden daarom richtingaanwijzers. Dat ze niet altijd helemaal hetzelfde betekenen houdt trouwens niet in dat ze niet precies zijn, integendeel.

De hittegolven zijn onderdeel van de klimaatcrisis. Eerst spraken we over klimaatverandering. Dat vonden kritische mensen te vriendelijk – verandering is een optimistisch woord. Klimaatopwarming, zeespiegelstijging, uitsterving van soorten: het zijn allemaal klimaatwoorden, abstract en afstandelijk.

Klimaatwoorden en het woord ‘klimaat’ zelf worden vooral in de wetenschap en de politiek gebruikt – de journalistiek volgt die debatten. De taal van de wetenschap is feitelijk, onderzoeken zijn vaak in het Engels geschreven, ze begrijpen vereist kennis. In de politiek is ‘klimaat’ iets waar je voor of tegen bent, iets met doelen die moeten worden gehaald of iets waar alarm over wordt geslagen. Hoe dan ook iets vervelends. Politieke taal bestaat vaak uit herhaalbare korte zinnen die gericht zijn op overtuigen.

Lees ook de bijdrage van de NRC Ombudsman over klimaattaal: Het grootste verhaal van deze tijd is ook het lastigst: de klimaatcrisis

Wittgenstein noemt dit soort talige praktijken taalspelen. Voor het bestuderen van taal is een woordenboek volgens hem niet voldoende: je moet de betekenis van begrippen onderzoeken binnen de taalspelen waarin ze worden gebruikt. ‘Klimaat’ betekent iets anders voor de wetenschapper dan voor de politicus. Dat is goed, want in verschillende velden worden verschillende soorten kennis gegenereerd. Wetenschap, kunst, literatuur en het dagelijks leven (met zijn praktische wijsheid) zijn allemaal sferen waarin mensen betekenis geven aan wat ze omringt. Een roman en een academisch artikel geven de werkelijkheid anders weer.

Sommige mensen voelen zich thuis in de taal van de wetenschap en politiek, veel mensen niet. Dat is een democratisch probleem, want de toekomst gaat iedereen aan – daarom zijn burgerraden bijvoorbeeld belangrijk, net als beter luisteren in en buiten de politiek, en klimaatonderwijs. Maar de taal die je gebruikt bakent ook af wat je kunt zeggen.

Wij missen woorden voor het verlies van de levende wereld, en woorden en gebruiken om tegenover dat verlies te zetten. In een artikel over de Amazone schrijven Joana Castro Pereira en Maria Fernanda Gebara dat de betekenis van dat gebied voor verschillende groepen volstrekt anders is. ‘Bos’ betekent voor grote bedrijven toekomstige winst, terwijl het bos voor de menselijke bewoners een levend organisme is, waarmee zij en talloze andere dieren verbonden zijn. Die verbindingen worden uitgedrukt in een houding van respect en in verhalen, verhalen die een alternatief bieden voor technische en economische taal.

Zelf mis ik winters met sneeuw en ijs. Dat is winterwee, een melancholie die de donkere maanden vergezelt. Dan is er de hittevrees. Misschien kunnen we om met de hitte om te gaan leren van vlinders die een zomerslaap houden. De schaduwen van bomen horen bij de boomtroost, die je ook kan voelen in het bos. We kunnen jaarlijks Aardappeldag vieren (ook leuk voor de boeren, maar het is wel een vegan feestdag) of Vliegende Mierendag. Vliegende Mierendag valt elk jaar op een andere datum, het is de dag dat de mieren met zijn allen besluiten uit te vliegen, dus dat betekent opletten. En daar gaat die dag ook over, opletten op de kleine diertjes die voor iedereen de planeet leefbaar houden. Wij zijn ook maar kleine diertjes. Dat vergeten is gevaarlijk.

Eva Meijer, schrijver en filosoof, schrijft om de week een column.