Opinie

Klimaatgedrag beïnvloeden: hoe dan wel?

Ben Tiggelaar

Vorige week schreef ik over valkuilen bij het beïnvloeden van klimaatgedrag door de overheid. Deze week de vraag: wat zou dan wel kunnen werken? Het Britse Behavioural Insights Team (BIT) leverde vorig jaar een rapport af rond deze vraag, in opdracht van de overheid. Daarin analyseerden de BIT-onderzoekers 87 casestudies waarin overheden het gedrag van burgers hadden beïnvloed. Ook zetten ze met een panel van elf Britse gedragswetenschappers principes voor interventies op een rij.

In hun rapport gebruiken de onderzoekers het beeld van een rivier.

  • Aan het einde van de rivier (downstream) helpt de overheid burgers om de klimaatcrisis te begrijpen en actie te ondernemen. Je moedigt individuen als het ware aan om tegen de stroom van de rivier in te zwemmen.

Halverwege de rivier (midstream) zorg je voor het aanpassen van de context waarin mensen beslissingen nemen. Je maakt het zo makkelijk mogelijk om de juiste dingen te doen. Je creëert een tegenstroom in de rivier, waardoor het logisch en eenvoudig wordt om de andere kant uit te zwemmen.

  • Bij de oorsprong van de rivier (upstream) gaat het om het veranderen van het systeem. Je beïnvloedt de klimaatbeslissingen van bedrijven, markten en instituties. Je verlegt de loop van de rivier, zodat stroomafwaarts een andere context en ander individueel gedrag ontstaan.

Aan wat voor interventies moet je denken?

  • Voorbeelden van downstream-interventies zijn: individuele actie aanmoedigen (zoals het lager zetten van de thermostaat), een helder verhaal vertellen over de noodzaak en de voordelen van klimaatactie, draagvlak ontwikkelen voor klimaatbeleid.
  • Bij midstream-interventies moet je denken aan: samen met aanbieders van huisvesting, voeding, transport en energie de klimaatvriendelijke keuzes als standaardoptie aanbieden en/of zorgen dat die keuzes zichtbaarder, makkelijker en goedkoper worden.

Typische upstream-interventies zijn: financiële prikkels en wetten die zorgen dat producten en diensten klimaatneutraal worden, en zelf als overheid het goede voorbeeld geven.

Volgens het BIT moet de overheid meer doen dan alleen downstream-interventies, gericht op de individuele burger. Juist de context waarin burgers besluiten nemen en het systeem waarin die context ontstaat, moeten aangepakt worden.

Nog eens de riviermetafoor: het is niet genoeg om vanaf de kant te roepen dat mensen anders moeten zwemmen, je moet als overheid de stroom en de loop van de rivier veranderen.

En waar begin je dan? Veel gedragswetenschappers, onder wie Nobelprijswinnaar Richard Thaler, hameren er al jaren op dat prijzen essentieel zijn. Vervuilen moet duur worden en groen doen goedkoop. Het is bizar en pijnlijk dat op dit gebied de rivier nog steeds met hoge snelheid de verkeerde kant uitstroomt.

Een elegante manier om dit aan te pakken én draagvlak te creëren, is het invoeren van CO2-beprijzing en klimaatinkomen (carbon fee and dividend; ik schreef er al eens over op deze plek. Dat betekent: serieus hoge heffingen op vervuilende producten en diensten én het teruggeven van dit geld – iedereen hetzelfde bedrag – aan burgers. Wie veel vervuilt draait verlies, wie weinig vervuilt maakt winst. Effectief, transparant en fair.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.