Opinie

Bestuurlijke blindheid voor nieuwkomers als Uber ondermijnt de integriteit

Uber-files

Commentaar

Is het de aantrekkelijkheid van de nieuwe technologie? Het idee dat de disruptieve innovatie ook een beetje afstraalt op het hele land. Is het het heilige geloof in een goed vestigingsklimaat? Of is het ook domweg het perspectief op plat economisch gewin, hoe futiel ook? Feit is dat met de opkomst van de interneteconomie veel met name Amerikaanse bedrijven op een warme ontvangst kunnen rekenen in landen waar zij zich willen vestigen. Geen land wil de laatste zijn met het binnenhalen van diensten als Netflix, Airbnb en Uber. En wie er in slaagt een fiscaal graantje mee te pikken van het miljardenfestijn, toont zich een moderne overheid. Dat daarbij het algemeen belang uit het oog wordt verloren, is helaas eerder regel dan uitzondering.

De methode van de platformeconomie is inmiddels bekend: de disruptor bedenkt een simpele, technische oplossing voor een alledaags probleem. Er wordt een app gebouwd, en vervolgens wordt die met geld van investeerders in recordtempo over de halve wereld uitgerold. Liefst zo snel dat overheden en handhavers nog geen idee hebben hoe de nieuwe dienst werkt, laat staan of het allemaal wel mag, conform plaatselijke wetgeving (arbeidsvoorwaarden, gebruik van vergunningen, belastingen). Winst wordt er niet gemaakt, het primaire doel is vooral marktdominantie, naar het voorbeeld van Google, Facebook en Amazon.

In het geval van taxi- en bezorgbedrijf Uber ging het in 2014 precies zo. Afgelopen week lekten via The Guardian en het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) 120.000 memo’s, notulen en interne mails uit die beschrijven hoe Uber lobbyde bij Europese parlementariërs en ministers voor gunstige wetgeving. Wat Uber deed was namelijk zo nieuw en baanbrekend, dat wetgeving ontbrak. En hoe meer de nieuwe regels zich om he bedrijfsmodel van Uber zouden vormen, des te gunstiger dat voor Uber was.

Het beeld dat uit de Uber Files oprijst is niet fraai. Het toont een techbedrijf dat vooral vecht voor behoud van eigen positie, en daarbij niet schuwt om overheden tegen elkaar uit te spelen. En, kwalijker nog, het toont overheden en publieke bestuurders, die daar maar wat graag in meegaan. Van Emmanuel Macron (minister van Economische Zaken in 2014) tot Joe Biden en de Britse premier David Cameron, allemaal spanden ze zich in om het bedrijf te helpen.

In Nederland kreeg Uber steun van VVD-coryfee Neelie Kroes, die in 2015 haar persoonlijke netwerk inzette. Kroes – tot eind 2014 Eurocommissaris Digitale Zaken – mocht dat helemaal niet doen. Als ex-commissaris moest zij een afkoelperiode van achttien maanden in acht nemen voordat ze aan het werk mocht in de sector waarvoor ze bestuurlijk verantwoordelijk was. Kroes wist dat, vroeg daarom tot twee keer toe om toestemming aan de Commissie, kreeg óók tot twee keer toe een ‘nee’, en deed het toch. In 2016 trad ze formeel in dienst bij Uber.

Ook de Nederlandse fiscus stelde zich wel erg coöperatief op richting de nieuwkomer. Nederland huisvestte toen al het Europese hoofdkantoor van Uber waardoor de ritjes van álle Uber-chauffeurs buiten de VS alleen in Nederland werden geregistreerd. Belastingdiensten in andere Europese landen (Zweden, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland) wilden graag weten of Uber-chauffeurs btw en inkomstenbelasting afdroegen, dus dienden ze een verzoek in bij de Nederlandse fiscus. Die traineerde dat vervolgens eindeloos om Uber de kans te geven door te lobbyen. Daarbij deelden ambtenaren volgens de documenten geheime informatie met Uber. Mogelijk pleegden ze daarmee strafbare feiten.

De bestuurlijke blindheid voor innovatieve bedrijven als Uber is gevaarlijk. Je zou denken dat Europa zijn lesje wel geleerd heeft na de moeizame ervaringen met erkende ‘regelbuigers’ als Facebook, Google en Amazon. Eurocommissaris Margrethe Vestager legde de afgelopen jaren niet voor niets miljardenboetes op aan deze bedrijven wegens hun te grote marktmacht. Het tegelijkertijd fiscaal fêteren van innovatieve disruptors ondermijnt dit beleid en dat is kwalijk. Net zozeer als het gedrag van Kroes dat is. Het holt het vertrouwen van burgers in hun eigen overheden verder uit, in een tijd dat die integriteit toch al onder een vergrootglas ligt. Acquisitie van bedrijven hoort erbij, zeker, maar ze vrij baan geven tegen de geldende wet- en regelgeving in is een stap te ver.

Techbedrijven zijn geen filantropische instellingen die de Europese werknemers komen redden, zoveel is inmiddels wel duidelijk. Het zijn in de kern kapitalistische partijen die voor het laagste tarief gaan, en voor de hoogste persoonlijke opbrengst. Zo lang Europa dat niet serieus neemt, en individuele landen ten koste van anderen blijven gaan voor een extra snipper belastinginkomsten, betaalt de burger uiteindelijk de prijs.