Duurzaam boeren geeft Rabobank ‘buikpijn’

Boerenbank Rabobank is terughoudend met het financieren van verduurzaming, blijkt uit gesprekken die NRC voerde met boeren. „Je kunt geen lening gaan geven aan iemand die na twee jaar zijn rente en aflossing niet meer kan betalen.”

Foto Merlin Daleman

Heel modern was het boerenbedrijf van Arie de Waart uit Ransdorp niet. In zijn stolpboerderij uit 1881, gelegen net buiten Amsterdam, hield hij twintig melkkoeien in een ouderwetse groepsstal met ligboxen. Net als zijn vader decennialang had gedaan. Van uitbreiding of vernieuwing van hun bedrijf hadden ze nooit iets willen weten. „We hebben het altijd kleinschalig gehouden. Op een gegeven moment raakte de stal wat uit de tijd, maar mijn vader zei: het zal mijn tijd wel duren.”

In 2018 – zijn vader was een paar jaar eerder overleden – besloot De Waart het tóch anders te gaan doen. Hij wilde biologisch gaan boeren. Om te beginnen had hij daarvoor een nieuwe stal nodig. Die kon hij grotendeels financieren door een deel van zijn grond als natuurgrond aan de provincie Noord-Holland in bruikleen te geven. In augustus 2020 ging de aannemer aan de slag, maar tegen het einde van het jaar bleek er toch extra geld nodig.

De Waart stapte naar zijn huisbank, de Rabobank – financier van zeker 80 procent van de Nederlandse boeren. Hij vroeg een hypotheek van 150.000 euro aan: „De constructie van de stal viel duurder uit, omdat we hier op slappe veengrond zitten. De bank vond mijn plannen wel interessant, ik was toekomstbestendig bezig.”

Maar in oktober 2021 besluit de bank hem de lening toch niet te geven, zegt De Waart. „Ze vonden het onder meer een probleem dat ik als biologische boer nog geen inkomsten had.” Die boodschap verbaasde hem, want natuurlijk waren die er nog niet: daarvoor moest eerst de nieuwe stal gebouwd worden. Zijn biologische melk zou hij pas daarna aan FrieslandCampina gaan leveren. Inmiddels is de duurzame stal gebouwd dankzij een lening uit het Nationaal Groenfonds. Ondanks de geweigerde lening is De Waart nog altijd klant bij Rabobank: „Als boer ga je niet zomaar naar een nieuwe bank.”

Oplossen stikstofcrisis

Het verduurzamen van boerenbedrijven is volgens het kabinet een van de oplossingen om uit de stikstofcrisis te komen. Duurzamere stallen, waarin bijvoorbeeld luchtwassers zijn geplaatst, reduceren de uitstoot van ammoniak en fijnstof. Minder intensieve veeteelt vermindert de druk op omliggende natuurgebieden. Een groep van 2.500 boeren presenteerde onlangs een zogenoemd Groenboerenplan aan het kabinet: door meer agrariërs te laten overstappen op een duurzame aanpak, zouden minder boerenbedrijven verplicht hoeven te stoppen.

Maar Rabobank is nog altijd huiverig om verduurzaming te financieren, blijkt uit gesprekken die NRC voerde met zes boeren die willen verduurzamen of dat recent hebben gedaan. De meesten van hen vonden met hun plan aanvankelijk een luisterend oor bij de Rabobank, maar uiteindelijk kwam de gevraagde financiële bijdrage er toch niet, omdat de bank de lening te risicovol vond.

Het ministerie van Landbouw is kritisch op die houding. „Iedereen heeft een rol bij de verduurzaming van de landbouw, zeker ook de banken. Ze moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen”, zegt een woordvoerder van het ministerie. Om de bank aan te sporen meer aan verduurzaming te doen, ontvangt Rabobank later deze zomer een „opdracht om bij te dragen aan de transitie”, zegt de woordvoerder. „Dat gaat om het verduurzamen van hun portefeuille, maar ook om het ondersteunen van boeren.” Sinds 2016 stapte jaarlijks tussen de 2 en 5 procent van de boeren over op biologisch, blijkt uit cijfers van certificeringsinstituut Skal.

Rabobank bevestigt dat ze worstelt met het vraagstuk van verduurzaming. „Eigenlijk willen we morgen iedereen een duurzame boer laten worden met een lening van de Rabobank, maar het moet wel verantwoord zijn”, zegt hoofd voedseltransitie Bas Rüter. „En daar zit het probleem. Het kan alleen als je zeker weet dat een boer er zijn brood mee kan blijven verdienen.”

Duurzame boerenbedrijven leveren per hectare grond minder op, wat de boeren moeten compenseren met hogere productprijzen. Overstappende boeren krijgen bovendien te maken met een overgangsperiode waarin ze tijdelijk minder inkomsten hebben, omdat hun producten niet meteen als biologisch verkocht mogen worden. Tegenover hogere productiekosten staat dan niet meteen een hogere prijs. Rüter: „In deze context is verduurzaming een heel spannend traject, dat vaak spaak loopt. Het nare van ons vak is dat wij innovatieve dingen moeten financieren met risicoloos spaargeld van onze klanten. Daar zit een spanningsveld in waar elke medewerker binnen onze bank buikpijn van heeft.”

Johannes Regelink (34) en zijn vrouw Joanne.

Foto Eric Brinkhorst

Maatschappelijke plicht

Johannes Regelink (34) en zijn vrouw Joanne willen een melkveehouderij in het Gelderse Laren overnemen. Als ecologen willen ze het anders doen dan hun voorgangers. Het bedrijf met zeventig koeien zetten ze niet in die vorm voort. Het moet natuurinclusiever: met minder koeien, geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De zelfgemaakte kaas en yoghurt moet in een eigen winkel verkocht worden.

Aan de overname van die melkveehouderij en omslag naar duurzaam boeren hangt een prijskaartje: 4 miljoen euro. „Het plan vonden ze prachtig bij Rabo. Toch zeiden ze: dat gaan we niet financieren.”

Daarom begonnen de twee alvast met een kleine melkfabriek. Daar verwerken ze nu melk van andere boeren tot producten voor hun eigen winkeltjes. Terwijl ze juist zelf biologisch hun melk willen gaan produceren – met eigen koeien op de boerderij.

Hun melkfabriek produceert 2.000 liter melk per week, terwijl hij straks naar 10.000 liter toe wil werken. „De Rabobank kijkt naar de kasstroom en hoe zeker het is dat je die inkomsten gaat halen. Wij zeggen: die 10.000 liter gaat ons lukken. Maar voor de bank geeft dat onzekerheid: er is nog geen boer die het op onze manier doet.” Daardoor kon hij slechts een fractie lenen van het benodigde bedrag.

Pas toen een wethouder van de gemeente de lokale bankdirecteur erop aansprak, kon er meer: de inkomsten uit de winkel mogen ze meerekenen bij het bepalen van de hoogte van de lening. Maar meer dan 1,6 miljoen euro wil Rabo niet financieren. Regelink: „Ik vind dat ze hun maatschappelijke plicht niet waarmaken. Verduurzamen is een opgave die we samen hebben. Dan moet je als bank kijken: is dit een plan dat we moeten ondersteunen?”

Met eigen geld, een externe financier, een bijdrage uit een omschakelfonds van de overheid en 1 miljoen euro aan crowdfunding zet hij zijn plan toch door. Op 1 augustus moet het volledige bedrag zijn opgehaald, anders gaat de bankfinanciering niet door.

Ik vind dat ze hun maatschappelijke plicht niet waarmaken. Verduurzamen is een opgave die we samen hebben

Rekensommetje

Op het hoofdkantoor van Rabobank in Utrecht is ook een discussie gaande over de voorzichtige houding bij het financieren van duurzame boeren. Topman Wiebe Draijer stelde vorig jaar in de Volkskrant dat biologische boeren simpelweg te weinig rendement opleveren, omdat er te weinig klanten zijn die hun producten kopen. „Een bank is geen subsidie-instelling”, zei Draijer. „Dus als er boeren zijn die heel graag willen, maar hun sommetjes rekenen niet rond, dan is het moeilijk om die te financieren.”

Die houding leidde afgelopen oktober tot interne kritiek vanuit een comité van de bank dat discussieert over ethische vraagstukken. Volgens dat Comité Ethiek baseren accountmanagers van de bank zich bij het beoordelen van leningaanvragen te veel op de algemene risicomodellen, in plaats van samen met boeren naar een oplossing op maat te zoeken. Het comité noemde dit een „ongewenste situatie”, blijkt uit het jaarverslag van Rabobank over 2021.

„Het is echt een dilemma”, zegt Rüter, die als lid van dat Comité Ethiek bij de discussie aanwezig was. „We zijn een maatschappelijke bank en voelen op onze klompen aan dat de maatschappij ons vraagt een rol te spelen in die verduurzaming. Als een accountmanager naar onze kredietcommissie stapt met een aanvraag voor financiering, wil je dat die goedgekeurd wordt. Maar je kunt geen lening gaan geven aan iemand die na twee jaar zijn rente en aflossing niet meer kan betalen, dan ben je onverantwoord bezig. Toch zien mensen je dan als de kille bank die duurzaamheid niet interessant vindt.”

Dat laatste is zeker niet het geval, zegt Martine Boon, adjunct-directeur Food en Agri bij Rabobank. Driekwart van de biologische boeren in Nederland is klant bij Rabobank. „We zijn er continu mee bezig. We beoordelen inmiddels al onze klanten op hoe duurzaam ze zijn ten aanzien van biodiversiteit, water, bodem, vogelbeheer, enzovoort. Klanten krijgen een score van A tot en met D. We voeren er met onze klanten gesprekken over en proberen verduurzaming steeds meer in gang te zetten.” Klanten die goed scoren op duurzaamheid krijgen van de bank een rentekorting van 0,2 procent op bestaande leningen boven de miljoen euro, zegt Boon.

Boon benadrukt dat de bank het niet alleen kan doen met de boeren: „Je moet toe naar een systeemverandering. Boeren zouden een vergoeding moeten krijgen voor beter natuur- en waterbeheer, consumenten moeten de werkelijke kostprijs voor hun producten gaan betalen. We zullen als maatschappij een verandering moeten doormaken, wil je duurzamere productie betaalbaar maken.”

Melkveehouder Noortje Krol.

Foto Merlin Daleman

Noortje Krol uit het Brabantse Heeswijk-Dinther lukte het wel om Rabobank enthousiast te krijgen voor haar verduurzamingsplan. In 2017 nam ze met haar partner het melkveebedrijf met 250 koeien van haar ouders over. Twee jaar later besloten ze het bedrijf meer natuurinclusief te maken. „We vinden het belangrijk dat het land goed wordt benut, maar we willen wel met minder pesticiden werken en voor meer biodiversiteit zorgen. Die overgang doen we in veel kleine stapjes, waardoor de financiële risico’s beperkt zijn.” Vanwege deze duurzaamheidsinspanningen krijgt Krols bedrijf de rentekorting van 0,2 procent. „Dat tikt wel aan in ons geval.”

De bank was daarnaast bereid de aanschaf van twee percelen voor extensieve landbouw te ondersteunen – al gingen de terreinen die Krol hiervoor op het oog had uiteindelijk naar Staatsbosbeheer. Bij dat soort landbouw daalt de waarde van het perceel flink, omdat de opbrengst veel minder hoog wordt. „Het kan dus wel, dat de bank dit soort projecten ondersteunt”, zegt Krol. Wat volgens haar helpt, is dat ze geen radicale ommezwaai maken. „We zijn een regulier melkveebedrijf met een flink aantal koeien met goede inkomsten. Wij kunnen daardoor de risico’s ook makkelijker dragen. En dan zie je dat de bank het ook aandurft.”

Hoofd voedseltransitie Rüter: „Dat we soms terughoudend zijn, wordt vaak geframed als: de bank wil niet verduurzamen. Nee, de bank is juist een enorm grote fan van verduurzamen. We zullen het alleen wel op een verantwoorde manier moeten doen. Iemand die een verlieslatend bedrijf krijgt nadat hij van ons een genereuze biologische lening heeft gekregen, is uiteindelijk toch een failliete boer en een sociaal drama.”