Voedsel weer flink duurder: hoogste prijsstijging sinds 1976

Prijsstijgingen Gemiddeld waren boodschappen vorige maand ruim 11 procent duurder dan een jaar geleden, aldus het CBS. Vlees en vis stegen het meest in prijs.

De voedselprijzen waren vorige maand 11 procent hoger dan een jaar geleden, berekende het CBS.
De voedselprijzen waren vorige maand 11 procent hoger dan een jaar geleden, berekende het CBS. Foto Emiel Muijderman/ANP

Wie goed naar de bonnetjes kijkt, heeft de prijzen van voedingsmiddelen de afgelopen maanden flink zien stijgen. Neem scharreleieren: een doos met tien stuks ging in drie maanden tijd van 1,66 naar 1,83 naar 1,91 euro, schreef een opmerkzame Twitteraar.

Gemiddeld waren boodschappen vorige maand ruim 11 procent duurder dan een jaar geleden, berekende het CBS woensdag. Dat is een hogere stijging dan de algemene prijsstijging van goederen en diensten: die was 8,6 procent.

Hoe kan dat? Een periode van hoge inflatie, zoals nu, gaat vaak gepaard met hogere voedselprijzen – maar dat is niet het hele verhaal. Voedselprijzen leiden ook een eigen leven, zegt Elwin de Groot, econoom bij de Rabobank. „Net zoals energieprijzen, hebben ze een duidelijke relatie met wat er gebeurt op de grondstoffenmarkt.”

Zo hebben weersomstandigheden (en klimaatverandering) grote invloed op de oogsten en dus op de prijzen. Ook geopolitieke ontwikkelingen hebben effect op de prijzen – zoals de oorlog in Oekraïne. Rusland blokkeert de graanexport, waardoor er nu minder graan op de markt komt.

Inflatie ontstaat als vraag en aanbod sterk uit balans zijn. Bij voedsel zijn het vaak verstoringen aan de aanbodzijde die tot grote prijsstijgingen leiden. „Die gebeurtenissen staan als het ware los van de inflatie waar economen het altijd over hebben”, zegt De Groot. „Die is het gevolg van economische bestedingen en vooral gerelateerd aan conjunctuur.”

Bij andere, minder vergankelijke goederen en diensten zijn prijsstijgingen wat meer vraaggedreven, zegt De Groot. „Daardoor zijn die prijzen wat stabieler.”

Uitzonderlijke stijging

Dat de voedselprijzen nu zó hard stijgen, is uitzonderlijk. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1976. Tussen maart 1975 en 1976 werd voedsel 10,4 procent duurder. Een aanzienlijke stijging, maar vergeleken met andere landen sloeg Nederland „nog niet zo’n gek figuur”, stond destijds in NRC Handelsblad. Zo kwam Argentinië op een prijsstijging van 628 procent en Groot-Brittannië op 22 procent. Er was toen óók hoge inflatie, als gevolg van de oliecrisis. En daar kwam nog een droge zomer bovenop.

Een andere piek in de prijsstijging van voedsel is te zien in 2001: toen speelde de MKZ-crisis in Europa. Door die veeziekte (mond-en-klauw-zeer) werden in Nederland 300.000 dieren geruimd. Hierdoor steeg de prijs van voedsel. Kort daarna daalden de voedselprijzen juist: tussen augustus 2003 en 2004 met ruim 5 procent. Dat kwam door de prijzenoorlog tussen supermarkten.

Vanaf 2017 stegen de prijzen weer wat door de Afrikaanse varkenspest in China en andere delen van Azië, waardoor miljoenen varkens en andere zwijnen werden gedood.

Vlees en vis

Het meest in prijs gestegen: vlees en vis. Een stukje vlees kostte in juni maar liefst ruim 16 procent meer dan een jaar eerder. Vis 10 procent. Dat hakt erin, want de gemiddelde consument geeft vijf keer zoveel uit aan vlees als aan vis.

Een gemiddelde consument besteedt zo’n 11 procent van zijn uitgaven aan voeding. Daarvan gaat gemiddeld 25 procent naar vlees en vis, 23 procent naar groente en fruit, 21 procent naar graanproducten en 14 procent naar zuivelproducten. Ook die zijn flink duurder geworden: 14,5 procent. Boter steeg het sterkst in prijs.

Dat komt niet alléén door verstoringen aan de aanbodzijde; de inflatie speelt wel degelijk ook een rol. „Achter het voedsel dat op je bord ligt, zit ook een stuk arbeid en dienstverlening”, zegt econoom De Groot. „Ook dat stuk is bepalend voor de prijs. En de prijs van energie en grondstoffen: tractoren rijden op diesel, kunstmest wordt gemaakt op basis van gas.”

De Wereldbank zei eind april te verwachten dat de voedselprijzen nog tot zeker 2024 hoog zullen blijven, als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De bank verwacht dit jaar forse prijsstijgingen van tussen de 40 en 70 procent van tarwe, palmolie, kunstmest en energie.

Hogere inflatiedruk

De prijzen bij de producenten van voedingsmiddelen waren in mei bijna 23 procent hoger dan een jaar eerder. De consumentenprijzen volgen die producentenprijzen vaak, maar volgens het CBS hebben de lange productieketen en distributieketen wel een vertragend effect. En de handels- en vervoersmarges hebben een dempend effect.

De prijsstijging van voedsel in Nederland lag in mei zo rond het Europees gemiddelde. In België lag de prijsstijging iets lager, in Duitsland wat hoger. Het zijn vooral de Oost-Europese landen waar de voedselprijzen sterker stegen. „Bij Oost-Europese landen zien we een wat hogere inflatiedruk”, zegt De Groot. „Dat heeft te maken met hun economisch goede presteren van de afgelopen jaren: er is meer sprake van oververhitting.”

Over het algemeen, zegt hij, zijn de wereldwijde grondstoffenprijzen juist iets aan het dalen. „Dat heeft mogelijk te maken met de afkoelende wereldeconomie.”