Recensie

Recensie Beeldende kunst

Trek geen standbeelden omver, maak nieuwe idolen

Nieuwe standbeelden Wat moeten we met de historische idolen die ooit tot standbeeld zijn verheven? Bij de kunstroute Lustwarande in Tilburg geven tien kunstenaars een alternatief.

‘Beginning and end’, Susanne Ring (2022)
‘Beginning and end’, Susanne Ring (2022) Foto Gert Jan van Rooij

Wie of wat verheffen we tot standbeeld? Wat is de definitie van een idool vandaag de dag? Het zijn relevante vragen, zeker sinds de Black Lives Matter-demonstraties ertoe hebben geleid dat in Europa en de Verenigde Staten omstreden standbeelden werden weggehaald of beklad. Hoe zit het met onze historische idolen, is een vraag die ook musea zich stellen. Lustwarande brengt in de sculpturale groepstentoonstelling Godhead-Idols in times of crisis werken van tien hedendaagse kunstenaars in verband met die vragen.

Het werk Beginning and end van Susanne Ring (1966) is een mooi voorbeeld ervan. Hierin staan op boomstammen drie keramische koppen, die doen denken aan offerbeelden. Hier en daar druipt glazuur van de gezichten. Het werk staat in een rommelig stukje bos van park De Oude Warande in Tilburg. De hoofden hebben zowel aan de voor als achterzijde een gezicht. In hun primitieve voorkomen hebben ze iets geheimzinnigs, alsof je ze voor een ritueel bezoeken kunt.

In de tentoonstelling zijn er meerdere kunstwerken die verwijzen naar historische vormen van het (stand)beeld. Het monument, een totempaal, een obelisk, ze komen afzonderlijk allemaal voorbij.

‘Zonder titel’, (1990-91) a, ‘Zonder titel (Lola)’ (2002) b, ‘Zonder titel’ (2004) c, Hans Josephsohn Foto Gert Jan van Rooij

De drie beelden van de Zwitserse Hans Josephsohn (1920-2012) bijvoorbeeld laten steeds weer andere gezichten zien. Het zijn robuuste vormen, waarmee Josephsohn de menselijke verschijning toont. Een inkeping in het koper zou een neus kunnen zijn maar ook een oog. Het materiaal lijkt kneedbaar, alsof Josepsohn nog maar net zijn handen heeft teruggetrokken uit het grote koperen oppervlak. De hoofden zijn expressief en laten zien dat de mens, of misschien zelfs het idool, verschillende vormen aanneemt.

De invalshoek van de tentoonstelling is erg breed, te breed

‘Du Livre du Matin’, Henk Visch (2018) Foto Gert Jan van Rooij

Ook bij Henk Visch (1950) hebben de figuren opvallende houdingen. Het beeld Du Livre du Matin laat een kronkelend figuur, zonder armen en met een lang bovenlijf, zien. Het mensfiguur lijkt opgesloten in zijn eigen lichaam. Knap is hoe Visch beweging weet te vangen in het werk. In de toelichtende tekst wordt benoemd hoe het beeld de kwetsbaarheid van de mens laat zien.

Lees ook: Loodzware teksten bij magere beelden op tiende editie van Lustwarande

Aanmatigend

Dat tonen van die kwetsbaarheid zou voldoende moeten zijn, maar de organisatie wil meer en zet prompt in diezelfde toelichtende tekst dat het beeld onvermijdelijk associaties oproept met de miljoenen Oekraïense vluchtelingen en vluchtelingen wereldwijd. Du Livre du Matin is echter gemaakt in 2018. De titel van de tentoonstelling: Godhead-Idols in times of crisis voelt daarmee soms wat aanmatigend. Het containerbegrip crisis verwijst zowel naar het huidige racismedebat, de vluchtelingencrisis als de klimaatcrisis en daarmee is de invalshoek van de tentoonstelling erg breed, te breed. Door de toelichtende teksten – ook bij de werken waarin verschillende hedendaagse crisissituaties worden aangestipt – worden de werken te veel een bepaalde richting geduwd. Zo toont het beeld Du Livre du Matin van Visch inderdaad kwetsbaarheid, misschien zelfs wel pijn, maar zichtbaar is het verband met de huidige vluchtelingencrisis niet direct.

‘Quantum Shift’, Gisela Colón (2021) Foto Gert Jan van Rooij

Dat geldt wel voor klimaatproblematiek, waar het met het werk van Gisela Colón (1966) over gaat. Het metershoge, kogelvormige werk Quantum Shift is vanuit de verte al zichtbaar. Op afstand heeft het iets weg van een neergestreken raket. Het werk bestaat uit een spiegelend oppervlak, waarin het zonlicht kleurschakeringen aanbrengt die veranderen wanneer je van positie verandert. Soms hangt er een roze gloed om het werk, dan weer lijkt het kolossale ding van goud. De grootte van het werk maakt je als toeschouwer nietig. Dat gevoel sluit aan bij de bedoelingen van Colón, die het werk als symbool ziet voor een nieuw tijdperk, waarin niet de mens maar de natuur en de kosmos voorop staan.

Dat idee van een nieuw tijdperk sluit aan bij de rest. Hoewel de tentoonstelling inhoudelijk te breed is opgezet, wint uiteindelijk het andere perspectief. Of het nu om klimaat, vluchteling of crisis gaat: een ding is duidelijk aan het eind van de route: het idool kan vele gedaantes aannemen.