Babs krijgt van haar Opa een varkentje, in ‘Knor’.

Interview

Mascha Halberstad over haar film ‘Knor’: ‘In stop motion ben je god, dat verveelt nooit’

Interview | Mascha Halberstad Haar Arnhemse studio Holy Motion scoort met kinderfilm ‘Knor’ en wil in het voetspoor van het Britse Aardman permanent stop-motionanimatie maken.

In de internationaal gelauwerde kinderfilm Knor zitten doldwaze en spectaculaire momenten: poep die in het rond spat, achtervolgingen per tractor, een varkentje dat op een haar na wordt vermalen in een worstenmolen. Toch is de Nederlandse stop-motionregisseur Mascha Halberstad (1973) zelf het meest trots op wat ze een „nietsige eetkamerscène” noemt. Hoe vanzelfsprekender een moment voor kijkers aanvoelt, hoe bijzonderder het voor haar wordt.

„Want niets in animatie ís vanzelfsprekend.” En al helemaal niet bij stop motion, waar levenloze objecten tot leven komen doordat een animator ze handmatig telkens in een net iets andere houding fotografeert.

Tijdens Halberstads favoriete moment zit de negenjarige hoofdpersoon van Knor, Babs, aan tafel met haar ouders en haar na jaren afwezigheid uit Amerika overgevlogen grootvader. Opa, een voormalige slager en wannabe worstenkoning, hoort boven een bordje bloemkoolpuree dat zijn nakomelingen vegetariërs zijn geworden. Halberstad: „Doordat het werk van de stemacteurs en animatoren in die scène zo subtiel en natuurlijk is, vergeet je als kijker dat je naar poppen kijkt en niet naar echte mensen die eten, drinken en kletsen. Dan heb ik mijn doel bereikt.”

Dat subtiliteit suggereren enorm arbeidsintensief is bij stop motion, blijkt al snel bij een bezoek aan de Arnhemse studio Holy Motion, waar Knor werd opgenomen. Halberstad kocht en verbouwde samen met producent Marleen Slot een oude garage tot een 650 vierkante meter grote animatiestudio met een negental filmsets, een poppen- en decoratelier en een reusachtige keuken. Halberstad: „Animatiewerk is uitputtend, dus er moet goed worden gegeten.”

Minuscule mondjes

In Nederland worden momenteel zelden stop-motionfilms gemaakt, maar het is de bedoeling dat Holy Motion een Nederlandse stop-motionhub wordt, waar jonge en meer ervaren makers met de animatietechniek aan de slag gaan. Halberstad: „Een soort Aardman-mini.” (Het Britse Aardman is bekend van Wallace & Gromit en Shaun the Sheep).

In het poppenatelier toont Halberstad met een twintig centimeter hoge versie van personage Babs en een doosje vol minuscule mondjes, oogleden en wenkbrauwen hoe animatoren in elk frame van de film de gezichtsuitdrukking aanpasten van het eigenzinnige meisje en van haar huisdier in de film, het biggetje Knor. Het team van een vijftal animatoren dat tijdens de opnames in Arnhem verbleef, begon ’s ochtends meestal met het spelen van wat ze die dag in scène zouden zetten, waarna ze met poppen hun eigen emoties, gezichten en houdingen imiteerden. Per dag namen ze per persoon zo’n vijf seconden film op, vertelt Halberstad. „Dat wil dus zeggen: met een pincet in de hand gemiddeld zestig keer hysterisch kleine mondjes en oogleden aanpassen.”

Stop-motionfilms bevatten gelukkig per seconde film meestal iets minder beelden of frames dan reguliere animatie of live action: 12 per seconde in plaats van 24. „Het zorgt ervoor dat wat je ziet niet te smooth is.” De combinatie van realisme en imperfectie is volgens de regisseur immers de magie van stop motion. „Je ziet dat het niet echt is, maar wél gemaakt in de echte wereld, onder meer door heel zichtbare texturen: stofjes van poppenkleding, wollen poppenhaar.”

Halberstad raakte zelf in de ban van stop-motionregie tijdens haar opleiding aan de Arnhemse kunstacademie. Ze wilde eigenlijk kunstschilder worden, maar vond de opleiding wat saai. „Als ik een serie gelijkaardige schilderijen moest maken, raakte ik verveeld.” Kort nadat een van haar schilderijen was afgekraakt, zag ze iemand van de afdeling graphic design een stop-motionfilm maken en besefte ze dat alles wat ze echt leuk vond daar samenkwam. „Je schept een heel universum uit het niets en bent dus eigenlijk een soort god, wat nooit gaat vervelen.”

Voor Knor ontwierp Halberstad poppen en een setting die doen denken aan het Nederland waar zij opgroeide. Van haar achtste tot haar zestiende woonde de regisseur in een nieuwbouwwijk in Leusden, daarvoor onder meer in Duitsland. Halberstad: „Ik wilde het provinciale Nederland oproepen van rijtjeshuizen, kinderen en speeltuinen.” Doodgewoon, groen en gezellig dus. Geestige details en offbeat personages maken Knor en prequel Koning Worst ook leuk voor volwassenen. Zo duikt er in Knor onverwacht een stop-motionvariant op van een scène uit E.T.

De setting van Knor mag liefelijk en retro voelen, het verhaal speelt in het heden en is best actueel. Tussen de schattige scènes over Babs’ varkentje dat niet gedomesticeerd wil worden, gaat het over het maken van worst en de beslissing om wel of geen vlees te eten. Halberstad: „Ik ben zelf geen vegetariër en wil absoluut niets opleggen aan kijkers, maar ik vind dat kinderen dit soort zaken moeten weten en dat ze zelf een keuze moeten maken.”

Lees hier de recensie van ‘Knor’

Huilende koters

De regisseur wilde vooral niet dat haar film te braaf werd, zoals veel kinderanimatie de laatste jaren. Knors poep spat dus rijkelijk in het rond en er zitten voor kinderen behoorlijk spannende momenten in de film. Zo komt het biggetje op een bepaald moment akelig dicht bij Opa’s worstenmolen. Bij een voorpremière in Groningen leidde dat tot enkele huilende koters. „Toch wilde ik geen concessies doen. Je hoeft kinderen volgens mij niet te pamperen. Ik ben van de VPRO-generatie, het moet wel een beetje edgy blijven”, vertelt Halberstad, die een kettinkje met een gouden worstje om de nek draagt. Je ontneemt je kinderen iets als je te beschermend bent. „Ik snap dat niet ieder kind Roald Dahl leuk vindt, maar zijn morbide grappen waren wél enorm bepalend voor mijn gevoel voor humor.” Naast Roald Dahl is Knor trouwens best licht, voegt ze er snel aan toe.

De sets met de jarentachtigsfeer van Knor zijn jammer genoeg niet meer te zien in Arnhem, wél die van de prequel van Knor, die Halberstad momenteel opneemt. Dat verhaal speelt 25 jaar eerder in hetzelfde fictieve dorpje Moppel en gaat onder meer over Opa en zijn nemesis, slager Smakkerelli. Halberstad leidt rond door de set van de straten van Moppel en een terras waar animatoren kunnen uitrusten tussen rondscharrelende kippen. We komen langs een jonge animator die met een project aan de slag is bij Holy Motion. Straks volgen nog twee producties, hopelijk het begin van veel meer. Al is het maar omdat Halberstad iedere filmmaker gunt om even god te kunnen spelen.