Drie dekens probeerden Mustapha M. uit de advocatuur te houden, tevergeefs

Cocaïnehandel De Bredase advocaat Mustapha M. werd in maart opgepakt vanwege grootschalige cocaïnesmokkel. Hoe kan worden voorkomen dat mensen met criminele aspiraties advocaat worden?

Illustratie Gijs Kast

Vier Rolex-horloges. Telefoons. Ruim 46.000 euro contant geld. In een huis in Breda doet de politie op 9 maart 2021 een bijzondere vondst bij de nu 37-jarige Mustapha M., advocaat-stagiair in Breda. De doorzoeking vindt plaats wegens een onderzoek naar grootschalige cocaïnehandel en witwassen. Een jaar na de vondst, maart 2022, wordt de strafrechtadvocaat aangehouden.

Het Openbaar Ministerie stuurt kort na de doorzoeking een bericht aan Lex Lensink, de deken van de Orde van Advocaten in Zeeland-West-Brabant: „Gedurende het onderzoek is duidelijk geworden dat verdachte gebruik heeft gemaakt van zogenaamde cryptotelefoons. Het is bekend dat deze toestellen binnen de criminele wereld veelvuldig gebruikt worden ter afscherming van communicatie.”

Een maand voor de aanhouding, februari 2022, liep Mustapha M. nog in toga door de Bredase rechtbank. Hij stond een Tilburger bij die verdacht werd van het leveren en onderhouden van apparatuur voor drugslaboratoria van criminelen, verspreid over het hele land. Politie en OM zijn de laatste jaren actief bezig om criminele netwerken te ontmantelen, die ketels produceren en leveren. Uiteindelijk werd de cliënt van M. dit jaar veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf.

Al jaren leven in de Bredase advocatenwereld grote twijfels over de integriteit van advocaat M. Sinds 2013 proberen drie opeenvolgende dekens – die toezicht houden op de advocatuur – te voorkomen dat M. als advocaat aan de slag gaat, blijkt uit gesprekken. Toch duurde het tot april van dit jaar voordat Mustapha M. geschorst wordt als advocaat, nadat hij in het strafrechtelijk onderzoek naar grootschalige cocaïnehandel werd opgepakt. De jaren ervoor heeft hij gebruik kunnen maken van privileges die voor het uitvoeren van het advocatenvak essentieel zijn, zoals het verschoningsrecht en een niet af te luisteren telefoonlijn. Privileges die voor criminelen erg interessant kunnen zijn.

Rechtenstudie

Het is mei 2013 als toenmalig deken Emilie van Empel van de regio Zeeland-West-Brabant een beëdigingsverzoek voor zich krijgt. Mustapha M., dan 29 jaar oud, heeft drie maanden eerder zijn rechtenstudie afgerond. Als een advocaat actief wil worden in een bepaald arrondissement, moet hij of zij een verzoek indienen bij de lokale Orde van Advocaten.

Van Empel, inmiddels met pensioen, verdiept zich in de achtergronden van M. Die is geboren in Breda en wordt in 2005 door de politierechter veroordeeld vanwege bezit van harddrugs, zich verzetten bij aanhouding en het beledigen van een ambtenaar in functie, blijkt uit het vonnis. Hij krijgt 180 uur werkstraf en moet een schadevergoeding van 250 euro betalen.

Later wordt de Bredase advocaat Bart V. zijn raadsman, herinnert Van Empel zich. „Mustapha M. was zo onder de indruk van zijn advocaat, dat hij zelf de droom kreeg advocaat te worden. Hij besloot te gaan studeren en kreeg in 2009 tijdens zijn studie een baan bij Bart V. als juridisch medewerker.”

Als M. in 2013 zijn studie heeft afgerond en vraagt om beëdigd te worden om als advocaat-stagiair aan de slag te gaan, vindt Van Empel dat te vroeg. Zijn strafrechtelijke veroordeling is te kort geleden, oordeelt zij. „We hebben daar toen over gesproken met de hele Raad [tien advocaten] van de Orde van Advocaten. We vonden het geen goed idee. Hij had toen wel een Verklaring Omtrent het Gedrag gekregen.” Mustapha M. krijgt als boodschap ‘doe je werk als juridisch medewerker en probeer het later nog eens’, zegt Van Empel. „Ik heb gezegd: laat maar zien wat je waard bent en kom over vijf jaar terug. En dat heeft-ie ook gedaan.”

Het kantoor waar M. dan werkt als juridisch medewerker heeft geen goede naam. Al jaren, vertellen advocaten aan NRC, gaan er geruchten over dubieuze praktijken van Bart V. Dat gaat van „afpakken” van klanten tot betrokkenheid bij drugshandel. Mustapha M. valt in die jaren als juridisch medewerker nauwelijks op. Bart V. laat weten dat Mustapha M. voor meerdere medewerkers van zijn kantoor heeft gewerkt, en zich altijd goed heeft ingezet. „De oorzaak dat hij nu in detentie zit, ligt niet bij mij of mijn kantoor.”

Een gewaarschuwd man

In de zomer van 2017 ziet Bart V. in een Amsterdamse woonwijk een politieauto voor zich stoppen. Hij wordt gearresteerd. ‘Bredase advocaat opgepakt voor handel in wapens en drugs’ kopt Omroep Brabant. Eind 2018 veroordeelt de rechtbank hem tot drie jaar cel. Hij heeft pistolen en wiet geregeld voor een undercoveragent. Als advocaat heeft hij daarbij zijn bijzondere positie in het rechtssysteem misbruikt, zo oordeelt de rechtbank. En: door het handelen van de advocaat zou het vertrouwen in de advocatuur zijn geschaad. Bart V. wordt als advocaat geschrapt van het tableau.

De deken die te maken krijgt met de zaak van Bart V. is Lex Lensink. Hij herinnert zich dat Mustapha M. ook een rol speelde in de praktijk van de advocaat. „Hij stond V. bij in rechtszaken als juridisch medewerker, zocht dingen uit. In alles zag ik toen: deze man is erg verweven met de wereld van zijn werkgever.” Het zou volgens Lensink voor M. moeilijk zijn niet in de voetsporen van zijn werkgever te treden, omdat M. bijna tien jaar Bart V. als voorbeeld heeft gehad.

Het feit dat zijn werkgever is opgepakt voor drugs- en wapenhandel weerhoudt de dan 33-jarige Mustapha er niet van om in 2018 nog een keer een verzoek tot beëdiging in te dienen. Lensink herinnert zich van dit verzoek geen goed gevoel te hebben gekregen. „We dachten toen: dit is geen goed idee. Voor mij was het toen duidelijk: als deze persoon advocaat wordt, dan kunnen er integriteitsrisico’s gaan spelen.” Keihard bewijs daarvoor is er niet, erkent Lensink. „Noem het fingerspitzengefühl.”

Ik zal doen wat nodig is om deze meneer uit de advocatuur te krijgen

Taco van der Dussen deken in Zeeland-West-Brabant

De orde Zeeland-West-Brabant weigert het verzoek tot beëdiging in behandeling te nemen, vanwege de vrees dat Mustapha M. inbreuk zal maken op voor advocaten geldende wetten en regels. M. stapt naar de hoogste tuchtrechter, het Hof van Discipline.

Die oordeelt op 30 november 2018 dat de vrees van de orde niet gegrond is. Sterker nog: juist door zijn juridische arbeidsverleden is M. „een gewaarschuwd man”. Hij wordt vanaf februari 2019 ingeschreven op het tableau. De eerste drie jaar zal M. als advocaat-stagiair werken en opgeleid worden.

Vrijwel meteen, vanaf september 2019, volgen meldingen bij de politie. M. zou, samen met drie anderen, onder wie zijn broer Mohamed, actief zijn in de cocaïnehandel. Er volgt een onderzoek, dat in maart 2021 resulteert in de vondst van de Rolexen en telefoons. Deken Lex Lensink wordt door de hoofdofficier van Zeeland-West-Brabant per mail op de hoogte gehouden. Dan wordt ook duidelijk dat Mustapha M. eind 2020 in een auto zat die vlak bij de Duitse grens werd gecontroleerd door de politie. Agenten vonden een bedrag van 100.000 euro onder de kleren van de reisgenoot van M. Die verklaart dat M. er niets mee te maken heeft, maar de hoofdofficier meldt het toch aan de deken, want het geld was voor M. duidelijk te zien.

Geen harde bewijzen

Voor Lensink is de maat dan vol. Hij wil Mustapha M. voor onbepaalde tijd laten schorsen. „Ik dacht: tot hier en niet verder”, zegt Lensink, „want al die zaken zijn niet gebruikelijk voor een advocaat. Voor mij stonden alle seinen op rood.” Maar de Raad van Discipline oordeelt anders. Er is onvoldoende sprake van ernstige vermoedens van strafbaar handelen. Mustapha M. mag advocaat blijven, en staat in de maanden daarna diverse cliënten bij. Hij wint een zaak bij de Raad van State tegen de gemeente Tilburg, staat verdachten bij in uitleveringszaken en in een moordzaak.

Het is een dilemma binnen het huidige toezicht, stellen de drie laatste dekens van de Orde in Zeeland-West-Brabant. Er kan pas worden ingegrepen als er écht harde bewijzen liggen uit bijvoorbeeld een strafrechtelijk onderzoek.

Maar, zegt Emilie van Empel, „signalen zijn niet alleen concrete zaken die bovenkomen, maar ook eigen ervaringen en gevoel. Alleen kun je daar door de regelgeving soms te weinig mee doen.”

Kortere lijntjes

Landelijk wordt de discussie over toezicht op de advocatuur ook gevoerd. Minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) laat in een Tweede Kamerbrief weten dat het toezicht op de advocatuur landelijk geregeld moet worden. De aanhouding van Youssef T., voormalig advocaat en neef van Ridouan Taghi, laat volgens de minister zien dat er een „reëel risico” is dat advocaten betrokken kunnen raken bij de georganiseerde criminaliteit. Het OM heeft hierin „een belangrijke verantwoordelijkheid” voor zover het opsporing en vervolging betreft, schrijft de minister.

De Oost-Brabantse deken Jan Frederik Schnitzler, landelijk portefeuillehouder ondermijning, vindt dat de samenwerking tussen de dekens en het OM verbeterd kan worden. Dat is volgens hem de conclusie geweest na een evaluatie tussen het OM en de dekens, na de zaak van Youssef T. „Die lijntjes moeten korter worden, er moet vertrouwen zijn dat de informatie niet zomaar op straat belandt. We moeten ernaartoe dat het OM de dekens eerder informeert. Het probleem is nu vaak dat wij soms wel signalen krijgen, maar echte informatie vanuit het OM nodig hebben om in te kunnen grijpen.”

Schnitzler zegt dat hij landelijk toezicht op de advocatuur steunt, maar dat de lokale dekens niet buitenspel moeten worden gezet. „Als je lokaal toezicht overboord gooit, ga je signalen over niet-integere advocaten missen. Dat is gevaarlijk.”

Imago van advocatuur

In het geval van Mustapha M. bleek begin dit jaar hoe ernstig de verdenkingen zijn. Uit geanalyseerde gesprekken met cryptotelefoons die aan M. zijn toegeschreven door de politie blijkt hij veelvuldig contacten te onderhouden die gaan over handel in drugs. Hij zou drie telefoons in gebruik hebben gehad, waarmee afspraken worden gemaakt, foto’s van logo’s op blokken drugs worden doorgestuurd en adressen van chauffeurs worden doorgegeven. M. verschijnt zelf ook op afspraken, blijkt uit het rechercheonderzoek. Het is voldoende voor een schorsing van M. als advocaat, maar pas na zijn aanhouding.

15 augustus wordt een schrappingsverzoek behandeld door de Raad van Discipline. De rechtbank Rotterdam besliste vorige week op de inleidende zitting van de strafzaak dat M. in voorlopige hechtenis blijft. Volgens Taco van der Dussen, de huidige deken in Zeeland-West-Brabant, heeft hij via het OM inzage gekregen in het strafdossier, zodat hij bij de tuchtrechter details uit de zaak van M. kon inbrengen. Als het aan Van der Dussen ligt, komt er een einde aan de advocatencarrière van M. „Deze meneer heeft het hele imago van de advocatuur geschaad. Hij hoort er niet thuis. Ik zal doen wat nodig is om deze meneer uit de advocatuur te krijgen.”

Lees ook dit artikel n.a.v. de arrestatie van Youssef T.: ‘Waar zijn al die foute advocaten dan?’