Al schuddend aan dure VanMoofs verzet dit anonieme gezelschap zich tegen het laatkapitalisme

Protest Ze schudden VanMoofs, binden tiewraps om wielen. Het anonieme Collectief de Rode Fiets biedt klein verzet tegen het laatkapitalisme. ging mee. „Het nutteloze is het enige mogelijke verzetsmiddel.”

Illustratie Gijs Kast

Ik hoorde al een tijdje over ze. Eerst vertelde een student me erover, toen een vriend, toen een kennis. Maar afgezien van een e-mailadres dat je naar hun manifest leidt, zijn ze nergens – nérgens – digitaal te vinden. Daarom duurde het even voordat ik hen, via een bevriend lid, zover kreeg me te ontmoeten. Op deze maandagavond spreek ik drie prominente leden van Collectief de Rode Fiets. Het Collectief is (in mijn woorden) een anoniem anarchistisch genootschap dat zich, met kleinschalige, niet digitaal of anderszins vastgelegde, Provo-achtige staaltjes burgerlijke ongehoorzaamheid gericht tegen ‘de nieuwe fiets’, verzet tegen de uitwassen van het laatkapitalisme. Grote woorden, gemengd met iets minder grote daden. Ze willen alleen met door henzelf gekozen schuilnamen in de publiciteit: Anton (29), Tommy (29) en Mike (36). Hun identiteit is bij NRC bekend. En vannacht ga ik met hen mee op pad, in Amsterdam.

Mike (nu een jaar lid) heeft onlangs tiewraps besteld. Het doel: ze om het voorwiel van een elektrische VanMoof-fiets bevestigen, zodat er wrijving en herrie ontstaat, waarmee de belofte van geluidloosheid van het bedrijf effectief is gesaboteerd. Want om die ‘nieuwe fiets’ gaat het.

VanMoof is, naast de Swapfiets, de meest geliefde vijand van het Collectief; niet alleen vanwege de snelheid waarmee VanMoofs rijden of de on-duurzaamheid – die onderdelen die steeds vervangen moeten worden; al die benodigde elektriciteit – maar vooral vanwege de functie van statussymbool. Een VanMoof kost ongeveer 2.500 euro. De VanMoof-eigenaars zijn haves, de mensen met omafietsen zijn have-nots.

„Als je een moderne VanMoof aanraakt”, begint Anton, „hoor je een elektronische jaguarschreeuw. Er verschijnt een agressieve doodskop op het dashboard. Als je dat zeven keer herhaalt, gaat het tweede alarm aan, en dat blijft loeien, waardoor de eigenaar van die fiets naar buiten wordt gelokt. Die manoeuvre noemen we VanMoofschudden, een van onze klassieke acties.”

Leenfiets

Voor Tommy, de grondlegger, begon het drie jaar geleden. Hij had gezien hoe de ‘nieuwe fiets’ het stadsbeeld veranderde: de ouderwetse stadsfiets werd weggedrukt door de omvangrijke bakfiets, de voorbijzoevende VanMoof, de alomtegenwoordige Swapfiets. „Allemaal uniforme producten die handelen in valse beloftes”, zegt Tommy. „Neem de Swapfiets, de leenfiets, met zijn belofte van deeleconomie en circulariteit. Maar er wordt niks geruild. Als je zadel stukgaat, komen ze een nieuw zadel brengen, en gooien ze het oude weg. Wat is daar circulair aan? Er zijn inmiddels 250.000 Swapfietsen. Hoe vaker een onderdeel vervangen moet worden, des te meer de klant het idee heeft dat de Swapfiets voordelig is; dan heeft hij of zij de maandkosten er immers uit. Ik was de leugens zat en besloot het begrip ‘ruilen’ weer op te eisen. Ik nam een zadel van een Swapfiets en zette mijn kapotte zadel ervoor terug. Ik gebruikte de valse belofte van het miljoenenbedrijf tegen zichzelf.”

Het metaswappen was geboren. „Al snel sloten mensen zich bij me aan”, aldus Tommy. „Ik besloot er een collectief van te maken; een groep mensen met gelijkgestemde ideeën, die elkaar ook scherp houden.” In de zomer van 2019 werd Collectief de Rode Fiets geboren. Tommy blijft vaag over het precieze aantal leden. „Het zijn er meer dan twintig en minder dan honderd.”

„De laatste maanden is de toename bijna exponentieel”, zegt Mike. „De bal begint te rollen.” Contact met andere anarchistische clubs hebben ze niet; dat leidt af van de eigen koers. Ze hebben geen Instagram- of Facebookprofiel, de multinational is immers de vijand. Het Collectief is open: er is geen sturing van bovenaf, iedereen kan nieuwe leden aandragen, die naar believen acties uitvoeren. De enige twee criteria: dat ze het Rode Fiets Manifest onderschrijven en dat ze hun ontgroening doorstaan, het onder toezicht van andere leden verrichten van een geslaagde actie.

Lees ook: Ik haat de e-bike, maar wíl er ook een.

Ze dragen een colbertje, een coltrui, een leren jas. Ze hebben filosofie gestudeerd, geschiedenis, psychologie. Politiek gezien zijn ze zo links dat ze vinden dat er eigenlijk geen linkse partijen meer bestaan. D66 beschouwen ze als ‘VVD Light’. PvdA is ‘D66 Light’. Geen enkele partij („Misschien Partij voor de Dieren of Bij1 nog een beetje”, vinden Mike en Tommy) verzet zich volgens hen tegen de kern van het probleem: de ijzeren greep van het laatkapitalisme, dat systeem gericht op winstmaximalisatie, permanente groei en verspilling. Cruciaal in het onderscheid tussen klassiek kapitalisme en laatkapitalisme is volgens Mike de door de Canadese auteur Naomi Klein beschreven verandering: dat vrijwel alle moderne grote bedrijven varen op de kracht van hun merk, terwijl het product dat ze leveren lijdt aan ingebouwde veroudering (planned obsolescence), die maakt dat we ook het volgende model willen, nee móéten kopen.

„We zijn verslaafd aan comfort”, zegt Mike als we rond elf uur beginnen te wandelen. Cafés lopen leeg, lichten in woonkamers worden gedoofd. „We zijn zo afhankelijk en versuft geworden dat we veranderen in eendimensionale mensen, zoals filosoof Herbert Marcuse die beschreef: we laten ons rijden, ons volstoppen, we laten anderen voor ons leven, en putten de wereld uit. We richten onszelf te gronde. Het Collectief wil mensen uit hun comfortabele sluimer wekken, voor het te laat is.”

Zijn ze niet bang dat ze mensen irriteren? Anton: „Voor de goede orde: we richten ons niet tegen de Nieuwe Fiets-bezitters. We hebben juist met ze te doen, ze sluimeren. We rekenen op het begrip van de mensen, en het onbegrip van de firma.”

We lopen niet, we banjeren, de sfeer is vrolijk en licht, het doet me denken aan Sint-Maarten vroeger, of belletje trekken. Zodra er een wijk met veel sociale huur opdoemt, wijken we uit: daar moeten we niet zijn. „We houden niet van grimmig vandalisme”, zegt Anton, „zoals ik vaak zag toen ik in Berlijn woonde: straatstenen die door de ruit van een gentrificerend koffiezaakje werd gesmeten. Een van onze leden, een journalist, is bezig een boek te schrijven over klein antikapitalistisch protest in verschillende Europese landen. We kennen onze klassieken, maar vinden onze manier de beste.”

Theatrale armgebaren’

Maar waarom de fiets, is er geen effectiever protest te verzinnen? Is het rammelen aan fietsen dan die grote daad waarop de samenleving zit te wachten?

Een vraag die Anton duidelijk bekrompen vindt, getuige het opgevoerde stemvolume en de theatrale armgebaren. „Ons doel is niet: het kapitalisme op z’n hardst treffen. We willen de valse beloftes van een bedrijf dat de leefbaarheid van de stad vermindert en de kloof tussen haves en have-nots vergroot, zichtbaar maken. Dat kan alleen door het systeem van binnenuit te frustreren, en die bedrijven op een onverwachte manier te irriteren: door hun tekortkomingen bloot te leggen.”

Anton laat zich inspireren door de kunstzinnig-politieke stroming van de situationisten (jaren zestig), die de heersende ideologie niet met molotovcocktails maar met onschuldige acties te lijf gingen: Franse films vertonen met ondertitels uit een andere taal, wandeltochten door Parijs organiseren met de kaart van Londen. „Net als zij zoeken wij naar manieren om met een irrationele, willekeurige absurde actie kortsluiting te veroorzaken. Want het systeem is berekend op de gangbare uitingen van protest. Ze zijn verzekerd tegen schade. Demonstraties incorporeren ze in een ‘vernieuwde boodschap’. Maar tegen kortsluiting kunnen ze niks beginnen. Het nutteloze is het enige mogelijke verzetsmiddel. En als gezegd laat de nieuwe fiets iets wezenlijks zien over de maatschappij. Over wie zich de ruimte toe-eigent, wie dat kan betalen. Zoals in ons manifest te lezen valt: het kapitalisme heeft geen adres, maar wel een fiets.”

Tommy: „De fiets is een toneel van de klassenstrijd. De fiets ís ideologie.”

Maar… is het niet gewoon kattenkwaad, dat ze uithalen?

Mike: „Misschien is dat hoe we de wereld terugwinnen. Met kattenkwaad.”

Rond half twaalf bereiken we wat ze ‘vruchtbaar terrein’ noemen: monumentale gevels, rekken vol Swapfietsen en VanMoofs. Om 23.38 uur haalt Tommy een schroevendraaier tevoorschijn die hij tussen een handvat en het stuur wringt. Een jonge vrouw loopt langs, ze kijkt, fronst haar wenkbrauwen, en loopt door. Twee minuten later heeft Tommy het handvat verwijderd en een oud, verweerd handvat teruggeplaatst. Metaswap geslaagd. Om 23.45 uur wordt de eerste tiewrap om een VanMoof-wiel bevestigd: aan het voorwiel, met de sluiting naar buiten, zodat er nog wel gefietst kan worden – het maakt alleen herrie. Een politiewagen rijdt voorbij. Anton, Tommy en Mike praten rustig door. Om 23.47 uur is het tijd voor het VanMoof-schudden. Anton rijdt de fiets herhaaldelijk naar voren en naar achteren, de doodskop verschijnt, de elektronische grom klinkt. De manoeuvre vereist koelbloedigheid: je moet blijven schudden, zeven keer, er lopen mensen voorbij, elk moment kan de eigenaar verhaal komen halen. Maar Anton houdt vol: het echte alarm begint te loeien, hard en onprettig.

Het is bijzonder om ze bezig te zien. Het ene moment kun je denken: hier zijn slimme, kritische mensen aan het zoeken naar een manier om zich te laten horen in een wereld waar alleen naar het grote geld wordt geluisterd. Op een ander moment kun je denken: ik kijk naar volwassen mannen die met een fiets aan het schudden zijn alsof hun leven ervan afhangt. Concreet gezien zijn de resultaten van het Collectief marginaal te noemen, dat is duidelijk. Het gaat om honderden fietsen per jaar. Maar volgens mij vertegenwoordigt de groep een zacht maar belangrijk geluid; een vorm van protest, tegen ontwikkelingen die veel mensen als problematisch ervaren, zonder dat we met een tegenreactie komen.

Navelstaarderig

Als we al een tijd onderweg zijn en ik denk dat onze onderlinge band het aankan, vraag ik of de nieuwe fiets niet eigenlijk een uitsluitend stedelijk fenomeen is, waar mensen in de provincie, in dorpen of kleinere steden geen last van ondervinden. Is dit verzet niet navelstaarderig?

Zoals vaker wanneer ik een kritische vraag heb gesteld, neemt Anton het woord: „De nieuwe fiets is een symptoom van een systeem dat ons allemaal raakt. Onze afhankelijkheid van producten die ons comfort beloven is overal immens. We begonnen ooit met comfort nastreven, maar inmiddels ontvluchten we alles wat naar ongemak neigt. Dat dit ene symptoom van die ontwikkeling, de nieuwe fiets, nu eenmaal vaker voorkomt in Amsterdam of Utrecht dan in Ermelo of Giethoorn, doet voor ons niet ter zake.”

Lees ook, uit 2018: Fietsen zonder gedoe met Swapfiets (en dat mag wat kosten)

Maar iedereen draait mee met het systeem, werp ik tegen, niemand kan zich eraan ontworstelen, ook zij niet. Mike: „Je moet de hypocrisie erkennen en accepteren, om van daaruit de orde te ontregelen. Als we elkaar gaan bestoken met argumenten als ‘jij koopt ook bij de supermarkt’ of ‘jij giet ook benzine in je auto’, dan is het einde zoek. Grote daden zijn praktisch onmogelijk, het lukt ons niet om allemaal tegelijk te handelen, massaal te stoppen met vliegen, Amazon links te laten liggen. Het gevolg van deze impasse: inertie. Dat we ons geheel niet meer verzetten. Precies wat ze willen.”

Laatste smeekbede

Om 00.27 uur komen we voor een dilemma te staan: we zijn voor het huis van een VanMoof-bezittende vriendin van me beland. Beleefd vraag ik de leden of we deze fiets kunnen overslaan.

„Als we onze principes laten afhangen van zulke omstandigheden, dan zijn het geen principes meer”, zegt Mike.

Een laatste smeekbede: of ze tiewraps willen overwegen in plaats van geschud. Die vriendin heeft onlangs haar scriptie ingeleverd en moet bijslapen. Ze gaan akkoord. Op één voorwaarde: dat ik met een andere fiets schud. Dat is dan gelijk mijn ontgroening.

Een kwartier later pak ik een fiets. Nerveus – komt daar iemand aangelopen? – maar zonder te aarzelen verricht ik de zeven schudbewegingen, het alarm begint, we lopen door, het is gebeurd, om 00.58 uur ben ik toegetreden tot Collectief de Rode Fiets.

De score van de avond: een metaswap, negen succesvolle schud-sessies en 68 tiewraps. De drie zijn zichtbaar tevreden. Hoe nu verder, vraag ik. Wat zijn de volgende strijdfronten?

„We moeten iets met de Doppio”, mijmert Tommy. „Die e-bikes met die dikke banden, het zijn feitelijk scooters. De Birò is ook een doorn in het oog; die invalidenwagentjes voor makelaars en miljonairs die iedereen wegdrukken. En uiteindelijk, maar dat is echt dromen, moeten we iets met Tesla. Wist je dat er aan elke Tesla acht camera’s en twaalf sensoren bevestigd zijn die altijd aanstaan? Als dat geen onrechtmatige toe-eigening van de publieke ruimte is… Maar hoe pakken we dat aan?”

„Misschien met spiegels”, zegt Mike. „Zodat de camera’s zichzelf filmen. Zoals in die ene James Bond, met die onzichtbare auto.”

„Goed bezig, jongens”, zegt Anton. „Zo komen we er wel.”