De grootste vermogens worden steeds groter, dankzij de overheid

Vermogensongelijkheid Onderzoek door een groep ambtenaren: tien procent van de rijkste Nederlanders heeft 61 procent van het totale vermogen in handen.

Het dorp Blauwestad in de provincie Groningen. Voor de grote groep middeninkomens is het huis een belangrijke vorm van vermogen.
Het dorp Blauwestad in de provincie Groningen. Voor de grote groep middeninkomens is het huis een belangrijke vorm van vermogen. Foto Hans van Rhoon/ANP/Hollandse Hoogte

De welvaart in Nederland is nog schever verdeeld dan tot nu toe gedacht. De tien procent rijkste Nederlanders heeft 61 procent van het totale vermogen in handen, als pensioenen niet zijn meegerekend. De top 1 procent bezit zelfs een kwart van al het vermogen, terwijl de onderste 25 procent juist meer schulden dan vermogen heeft.

De conclusies van een groep ambtenaren die de vermogensongelijkheid in Nederland bestudeerden, zijn niet mals. Niet alleen zagen de rijkste Nederlanders hun vermogen de afgelopen jaren steeds verder groeien, het overheidsbeleid zorgt ervoor dat de verdeling alleen maar schever wordt.

Hoe kan dat? Kort gezegd: geld hébben is de beste manier om meer geld te verdienen. De meeste Nederlanders halen hun inkomen uit arbeid, in de vorm van salaris, maar de rijkste 1 procent haalt een groot deel van haar inkomen uit vermogen, zoals bedrijfswinsten en beleggingen.

Inkomen uit arbeid wordt echter zwaarder belast dan vermogen. Wie geld verdient aan het verhuren van een tweede of derde huis, betaalt bijvoorbeeld veel minder belasting dan wat iemand over zijn of haar salaris aan de Belastingdienst afstaat. Dat geldt ook voor winst uit een onderneming. Het is voor rijke Nederlanders met zulke inkomsten bovendien makkelijker om belastingadviseurs in te huren en strategisch te schuiven met hun inkomsten en hun vermogen. Daardoor betaalt de top 1% relatief minder belasting dan Nederlanders met minder vermogen, concludeert het onderzoek.

Grote pensioenen, dure huizen

In de rekensommen zijn pensioenen – goed voor bijna de helft van het totale Nederlandse vermogen – niet meegenomen. Hoeveel pensioen iemand uiteindelijk kan verwachten, is namelijk vooraf moeilijk vast te stellen. Zouden de pensioenen wel meegerekend worden, dan hebben meer Nederlanders een positief vermogen.

Toch nemen daarmee de onderlinge vermogensverschillen zelfs met het meerekenen van de pensioenen niet af, constateren de onderzoekers. De arme huishoudens krijgen er wat bij, maar de rijke huishoudens nog veel meer. En ook hier geldt: het opbouwen van een pensioen is belastingtechnisch gunstig, dus wie vermogend is en veel pensioen opbouwt profiteert het meest.

Dat geldt ook voor een eigen woning. Meer vermogende Nederlanders zijn vaker bezitter van één, of zelfs meerdere koophuizen. Voor de grote groep middeninkomens is het huis een belangrijke vorm van vermogen, maar het vermogensverschil met de groep die geen huis bezit is enorm. Zo heeft een eigenwoningbezitter gemiddeld genomen 14 keer meer vermogen dan een huurder, mede dankzij gunstige overheidsregelingen zoals de hypotheekrenteaftrek. Ook wie een familiebedrijf overneemt of veel geld erft, betaalt bij de huidige belastingtarieven en -regels vrij weinig belasting.

De vermogende Nederlanders danken hun vermogensgroei niet alleen aan de overheid. Ook de economische ontwikkelingen hielpen de vermogende groep een handje: terwijl de lonen maar langzaam groeien, steeg tot voor kort de waarde van huizen en beleggingen juist heel hard.

Golf van geërfd geld

Ingrijpen is gewenst, stellen de onderzoekers vast. Zolang vermogenden met gunstige tarieven en behendige trucs weinig belasting blijven betalen, moet de overheid dat compenseren door meer belasting op arbeid te heffen. Grote vermogensongelijkheid kan ook de arbeidsmarkt ontregelen en zorgt ervoor dat het steeds belangrijker wordt wat iemand startpositie is.

Lees ook: Regeerakkoord Rutte IV laat vermogens ongemoeid

Neem de erfenissen. De groep 65-plussers zag haar vermogen in de afgelopen vijftien jaar verdubbelen, doordat deze groep groter werd maar ook doordat ouderen steeds rijker worden. Omdat zij hun vermogen tegen een zeer gunstig tarief kunnen doorgeven aan hun kinderen, komt een grote golf van geërfd geld in zicht. Maar niet alle babyboomers hebben (veel) vermogen. Wie geluk heeft, krijgt veel startkapitaal mee. Wie pech heeft, krijgt niets. Voor de jongere generaties wordt het in de komende decennia daardoor steeds bepalender hoe rijk hun ouders zijn.

Naar het onderzoek is in Den Haag lang uitgekeken. Kabinet-Rutte IV laat vermogens vooralsnog ongemoeid. Premier Mark Rutte (VVD) reageerde de afgelopen maanden steeds op oproepen vanuit de oppositie om iets te doen aan de vermogensongelijkheid door te verwijzen naar het onderzoek, dat onder leiding stond van econoom Laura van Geest. Van Geest was jarenlang directeur van het Centraal Planbureau en is tegenwoordig voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten.

De data zijn nu onontkombaar. Nu is de politiek aan zet, concludeert het rapport: „Aan u de keuze.”