Met winkelcentrum In de Bogaard, geopend in 1963, begon het grootschalig winkelen. ‘Kom naar De Bogaard’, klonk het op Radio Veronica, ‘Overdekt winkelen!’

Reportage

‘Ik krijg een hartverzakking van die nieuwe prijzen’, klinkt het in Nederlands oudste overdekte winkelcentrum

Winkelcentrum De Bogaard, Rijswijk Nederlands oudste overdekte winkelcentrum, in Rijswijk, overleefde branden, economische crises, en concurrentie van internet. Inflatie is het nieuwste obstakel. „Postelein! Zeven euro! Voor 250 gram. 250!”

‘Kijk, deze stond op 6,80 euro en nu is-ie 7,60.” Onno Schilperoort (52) staat voor het rek plamuurmiddelen met een tube allesvuller in zijn hand. „En ik weet al dat-ie naar de 8 euro gaat.” Wijzend naar achteren: „Het aluminium en staal heb ik al twee keer moeten aanpassen. De koperen pijpen gingen van 5 euro naar 8 euro de meter in december. En nu naar 12 euro de meter.” Buiten, met een vloermat in zijn hand: „Deze was 25 euro, ik heb ’m al op 29 moeten zetten en hij gaat naar 35.”

Overprijzen is een dagtaak geworden voor de medewerkers van ijzerwarenwinkel Ad Schilperoort in Rijswijk. Telkens weer het prijskaartje uit het plastic hoesje schuiven, in het computersysteem in het menu ‘Artikelen’ de prijs aanpassen, op de printknop drukken en het nieuwe kaartje terugdoen in het schap.

„Dennis, hoeveel producten hebben we de afgelopen weken al overgeprijsd?”

Collega Dennis Berserik (40), staand achter de sleutelslijper met een veiligheidsbril op: „Niet te tellen. Hónderden. Alles, eigenlijk.”

De winkeliers van de Bogaard, het oudste overdekte winkelcentrum van Nederland, hebben wel vaker te kampen gehad met tegenslag. Sinds de opening in 1963 in Rijswijk brak er driemaal brand uit. Zeven winkels werden verwoest in 1977 na kortsluiting in een meubelzaak. Dubbele brandstichting in 1993 legde veertig panden in de as; de roze flamingo’s van Indonesisch restaurant Tropic Paradise overleefden het niet. Er was een ramkraak, een ingestorte gevel met twee gewonden. Er waren economische crises in de jaren zeventig en tachtig en na 2008. De concurrentie van internet. De komst van grotere en modernere en winkelcentra zoals ‘The Mall of the Netherlands’ in Leidschendam – tien kilometer verderop – leidde tot leegstand, en met de sluiting van publiekstrekker V&D in 2016 bleef ook het publiek voor andere winkels grotendeels weg. Betaald parkeren bedreigde het winkelcentrum, net als de coronacrisis.

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto’s Merlin Daleman

En nu: inflatie. Door grondstoftekorten en de gestegen energiekosten – als gevolg van de oorlog in Oekraïne – stijgen de prijzen en valt er minder uit te geven. Een nieuwe tegenslag voor de Bogaard.

„Ik krijg bijna een hartverzakking”, zegt Godfried Vink op het centrale plein. „Die nieuwe prijzen…”

Astrid, naast hem in de scootmobiel, toont een kassabon. „Ik ben net bij de Zeeman geweest. 11,48 voor twee broekjes en één bh. Daar schrik ik toch wel van.”

Godfried: „Postelein! Zeven euro! Voor 250 gram. 250!” Diepe zucht. „Je hebt echt wel veel nodig, postelein slinkt als de pest.”

Ze leerden elkaar kennen in de supermarkt, zo’n twintig jaar geleden. Godfried houdt van een praatje en gaat daarvoor graag naar het winkelcentrum, helemaal sinds het overlijden van zijn vrouw. Corona, de crematie zag hij – zelf was-ie ook besmet – vanaf de laptop. Ook Astrid komt hier vrijwel dagelijks. „Even eruit”, thuis heeft ze de zorg voor haar gehandicapte man. Haar rondje: eerst naar de Hoogvliet, soms de Blokker, of een ijsje kopen bij de HEMA. En altijd naar de Action. „Even kletsen met de andere vrouwtjes. Vragen: wat heb jij gekocht?”

Winkelen als ‘dagje uit’

Toeval of niet, de opkomst van ‘het winkelcentrum’ in de jaren zestig liep gelijk op met de daling van het aantal kerkgangers in Nederland. Consumeren werd een way of life. Geestelijk vader van het eerste overdekte winkelcentrum in Nederland is Archibald Theodoor Bogaardt, oud-burgemeester van Rijswijk. Na een bezoek aan een shopping mall in San Francisco was hij verkocht. Hij haalde het ‘grootschalig winkelgebied’ als concept naar Nederland en zette Rijswijk, dat dreigde ingelijfd te worden door Den Haag, ermee op de kaart.

„Kom naar De Bogaard”, klonk het op Radio Veronica, „Overdekt winkelen!” Het winkelcentrum in Rijswijk was al van verre herkenbaar aan zijn metershoge reclamezuil. Winkelen werd ‘een dagje uit’. In de Bogaard, daar viel iets te beleven. Alle warenhuizen zaten er. HEMA, C&A, en Vroom & Dreesmann achter een indrukwekkende pui.

„Iedereen wilde er zitten, er was geen pand te krijgen”, herinnert Onno Schilperoort zich. Hij is samen met zijn twee broers eigenaar van ijzerwarenwinkel Ad Schilperoort. Zijn vader – vorig jaar overleden – begon in 1973 met één winkel in Den Haag, breidde uit naar twaalf zaken, en kon begin jaren negentig een vestiging openen in het winkelcentrum van Rijswijk. Het waren gouden tijden voor de ijzerwaren. ‘Als je weet hoe ’t hoort, kom je eerst naar Schilperoort’, was de slogan.

Een crisis hoort erbij als ondernemer, leerde Schilperoort. Hij ziet de gesmolten munten in de geldlade nóg voor zich na een brand in de jaren negentig die alles verwoestte. Maar zijn vader bleef rustig. „Hij kon goed relativeren, dat moet als ondernemer.”

De omzet, merkte hij, liep de afgelopen decennia terug door opkomst van internet en ‘de goedkope klusjesman’. „Jongelui weten niet meer hoe ze een lamp moeten ophangen.” En nu door de inflatie de fabrikanten hun prijzen verhogen, heeft hij geen andere keuze dan meegaan. Hij hoort klanten mopperen. „Of ze kopen iets en brengen dat terug. ‘Oh, m’n vader had ’t al gekocht’, zeggen ze dan. Dat maakte ik tot voor kort nooit mee. En vervolgens gaan ze naar de Action.”

Lege uitstraling

De Action is nu dé publiekstrekker van de Bogaard. Een discounter van 1.015 vierkante meter, niet met een sjieke entree à la V&D, maar op een bovendieping in een hoekje van het winkelcentrum, te bereiken met een roltrap.

Bedrijfsleider Richard van Dorp (35) is bezig de kopse kant van een schap te vullen met grote dozen. Opblaaszwembaden. Een gevulde „kop”, zegt hij, is belangrijk. De winkel moet geen lege uitstraling hebben.

De bedrijfsleider van de Action zegt amper iets van de inflatie te merken

Van Dorp merkt amper iets van de inflatie. Ja, de prijzen van het plastic zijn „heel hard” omhoog gegaan, dat zie je vooral terug op de afdeling met huishoudartikelen. „Maar mensen kopen toch wel. Het maakt niet uit wat je neerzet. Huishoud, verzorging, eten, drinken. Ze komen voor een schuursponsje, flesje Dreft erbij, en voor ze het weten zit de hele kar vol. ‘Oh, dat is leuk. En dit voor m’n kind. En dit…”

‘Elke dag een glimlach’, is hier het motto. Voor het filiaal van Richard van Dorp stopt dagelijks een vrachtwagen van de Action die zestig tot zeventig nieuwe artikelen aflevert. Elke dag nieuwe spullen. Spullen, spullen, spullen. Voor een betaalbare prijs. ’s Ochtends om half negen staat er steevast een groepje klanten verwachtingsvol voor de deur.

Boodschappenlijstje

Loop door de Bogaard en overal zie je ‘Actie!’, ‘Inpakken dat voordeel!’, ‘Op=op’. Als de verleidingen je om de oren vliegen en shoppen zo vanzelfsprekend is, hoe doe je dan een stap terug als de koopkracht daalt?

Bij de Hoogvliet, een supermarkt op de hoek, kunnen de klanten er niet omheen. De 77-jarige Wim toont de inhoud van zijn boodschappenkarretje. Bovenop liggen beschuit, drie pakken melk en een pudding van Mona. „Die was eerst 1 euro 29, nu 1 euro 69.” Alle prijzen zijn volgens hem gestegen – „Kanzi appels, per stuk 10 cent erbij” – en daarom koopt hij sommige producten alleen nog in de aanbieding. Wim is op pad gestuurd met een boodschappenlijstje en zijn vrouw houdt al vijftig jaar lang elke dag het kasboek bij. „Ook zij zegt: alles is duurder. Maar wij zijn maar met z’n tweeën, wij redden ’t wel.”

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto’s Merlin Daleman

De 43-jarige Ingrid, moeder van twee, is achterdochtig geworden nu de prijzen zo stijgen. Lopend door het gangpad bestudeert ze eerst het etiket voordat ze iets in haar karretje werpt. „Ze zijn sneaky. Producten lijken even duur, maar soms zit er minder in. De cake die ik altijd koop was 400 gram, nu 305. En dat zie ik ook bij custardpoeder, yoghurt, vlees. Of er staat ‘in de aanbieding’ en dan is het gewoon de oude prijs.”

Ingrid is gewend zuinig met geld om te gaan. Haar moeder had het al niet breed en zelf leeft ze van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ze zit in een rolstoel. „Wat je niet hebt, kun je ook niet uitgeven. Zo ben ik opgevoed.” Maar nu worden zelfs de meest basale producten flink duurder. Brood, pasta, groente, fruit. De boodschappentas op haar schoot wordt lichter, want Ingrid koopt minder voor zichzelf. Elke avond, als de kinderen op bed liggen, vergelijkt ze online alle aanbiedingen. Boodschappen doet ze sinds de inflatie in meerdere supermarkten.

Wees blij met wat je hebt, probeert Ingrid haar kinderen bij te brengen. Maar dat is moeilijk in een tijd waarin alles is gericht op méér. „Op tv zie je de duurste auto’s, de mooiste huizen, het nieuwste model iPhone. Er wordt in de samenleving gedaan alsof dat allemaal normaal is.” Ze ziet het om zich heen mis gaan: vriendinnen die maar blijven consumeren, desnoods op de pof. „Dagjes uit met de kinderen, autorijden, nieuwe bank.”

Of de airco aan mocht, vroeg collega Dennis Berserik vanmorgen aan Onno Schilperoort in de ijzerwarenwinkel. „Wacht nog maar eventjes”, zei de eigenaar. Want de energiekosten stijgen de pan uit: van 700 euro per maand per filiaal naar 1.200 euro. Schilperoort ligt er wel eens wakker van, hoe het straks verder moet. Maar in de geest van zijn vader probeert hij te relativeren. „Er is altijd wel wat.”