Opinie

Houd vrouwensport eerlijk, laat trans vrouwen niet toe

Gender In de internationale sportwereld woedt volop discussie over de plek van trans vrouwen in de wedstrijdsport, ziet . Zij stelt voor: kijk alleen naar genen en lichaamsbouw.
Transgender zwemmer Lia Thomas.
Transgender zwemmer Lia Thomas. Foto Donald Miralle / Sports Illustrated

De Internationale Wielerbond (UCI) heeft in haar vergadering op 16 juni de regels voor transgender rensters in de wedstrijdsport verscherpt. Voortaan mag het testosteron-niveau van een transgender renster niet boven de 2.5 nmol/L zijn, de bovengrens van biologische vrouwen. Dat was voorheen 10 nmol/L, de ondergrens voor mannen.

De UCI motiveert haar besluit met een document van prof. Xavier Bigard, sportarts verbonden aan de UCI en aan Val-de-Grace Medical School. Bigard stelt dat er een keuze moet worden gemaakt tussen inclusie van transgender personen en eerlijkheid voor vrouwen. Hij schrijft: „It may not be necessary, or even possible, to eliminate all individual advantages held by a transgender.” Eerlijkheid is misschien niet nodig en wellicht niet mogelijk. Daarna schrijft hij: „It is paramount, however, that all athletes competing have a chance to succeed, albeit not necessarily an equal chance and in line with the true essence of sport”, wat neerkomt op ‘eerlijkheid kunnen we niet garanderen’.

Op 18 juni werd bekend dat wereldvoetbalbond FIFA waarschijnlijk zou besluiten trans vrouwen zonder beperkingen toe te laten tot de vrouwensport. Op 19 juni besloot de internationale zwemfederatie FINA om trans vrouwen uit te sluiten van topsport, behalve zij die vóór de puberteit een volledige transitie hebben gedaan. Op 20 juni werd bekend dat de FIFA haar regels gaat evalueren, gezien het besluit van FINA, en Sebastian Coe uitte zich in het weekend in vergelijkbare woorden namens World Athletics, de wereldatletiekfederatie. De Internationale Rugby bond had al eerder besloten dat trans vrouwen niet bij de vrouwen mogen meedoen, omdat trans vrouwen in het rugby te vaak ernstige verwondingen veroorzaken bij vrouwelijke tegenspelers.

Grote chaos dus in de internationale sportwereld in de discussie over trans vrouwen in de wedstrijdsport.

Eerlijk speelveld

Een discussie verloopt beter als je weet waar je het over hebt. ‘Transgender’ is niet voor iedereen duidelijk gedefinieerd. Tot een jaar of tien geleden hadden we het over transseksuele mensen, mensen die met operaties en medicijnen van geslacht zijn veranderd. Daar waren er weinig van in de sport.

Lees ook: Waarom zijn we niet bereid om iemand die zich vrouw voelt als vrouw te zien?

Nu gaat het over transgender vrouwen, dat zijn meestal mensen met een 100 procent mannelijk lichaam. Voor deze transgender vrouwen zijn regels opgesteld voor het maximaal testosteron-niveau in het bloed.

Je kunt je afvragen waarom er in de sport een aparte vrouwen-categorie is. Het antwoord is dat mannen significant sterker en sneller zijn dan vrouwen: om vrouwen een eerlijk speelveld te geven is er vrouwensport voor mensen met een vrouwelijke fysiek. Al het andere is niet relevant: in de sport ben je alleen vrouw als je XX-chromosomen hebt met de bijbehorende lichaamsbouw.

De weinige trans sportvrouwen die er zijn domineren de sport wel degelijk

Er is heel wat wetenschappelijke literatuur over het voordeel van trans vrouwen in de sport, zoals onder anderen beschreven door Emma Hilton en Tommy Lundberg in Sports Med. Daaruit kun je eenvoudig concluderen dat trans vrouwen een voordeel hebben in de vrouwensport wegens hun mannelijke fysiek.

Van trans vrouwen hoor ik het argument: „als dat zo is, waarom domineren trans vrouwen dan niet de sport?” Het antwoord daarop is dat er weinig trans vrouwen in de sport zijn en dat het feit dat trans vrouwen gemiddeld veel sterker en sneller zijn niet betekent dat alle trans vrouwen sneller en sterker zijn dan alle vrouwen. Bovendien domineren de weinige trans sportvrouwen die er zijn de sport wel degelijk: kijk naar Lia Thomas, Emily Bridges, Fallon Fox, Rachel McKinnon, Lucia Roberts, Laurel Hubbard, Kate Weatherly en anderen die sinds hun transitie wedstrijden winnen.

Inclusiviteit

NOC-NSF was tot nu toe voorstander van trans vrouwen in de vrouwensport, maar nu zegt directeur André Cats in de Volkskrant dat de FINA gelijk heeft. Hij zegt ook dat de richtlijnen in de breedtesport inclusiever moeten zijn dan in de topsport. Ik ben dat pertinent met hem oneens. Als je oneerlijkheid introduceert in de vrouwensport valt de bodem uit de sport. Dat geldt ook voor de jeugd: je wilt niet tegen je dochter moeten zeggen: „zet ’m op, je kunt nog derde worden achter die twee jongens.”

Bigard en anderen stellen dat we inclusiviteit moeten afwegen tegen eerlijkheid. Maar welke inclusiviteit? Trans vrouwen worden niet uitgesloten van deelname aan sport. Ze mogen alleen niet meedoen in de categorie die is bedoeld voor mensen met XX-genen en een vrouwelijk lichaam omdat ze die genen noch dat lichaam hebben.

Het is belangrijk dat er een open debat is. Teamgenoten van de Amerikaanse Lia Thomas, die zwemt in het team van de University of Pennsylvania, kregen te horen dat ze geen kritiek mochten hebben op haar deelname, op straffe van verwijdering uit het team (en dus verlies van studiebeurs). Ik hoor dat er Nederlandse sportsters zijn die zich niet durven uitlaten over het onderwerp, uit angst voor repercussies. Zoiets moet toch niet kunnen in 2022.

Ik stel voor dat we vrouwensport eerlijk houden. Ik stel voor dat we deelname in de categorie ‘vrouwen’ voorbehouden aan vrouwen met een vrouwelijk spierstelsel en fysiek. Vrouwen die als vrouw zijn geboren.