‘Vriendschappen kan ik begrijpen. Familie, daar heb ik niets mee’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? De week: Françoise Zinhagel (54) groeide op in een pleeggezin en is nu zelf pleegmoeder. ‘Ik heb het overleefd.’

Foto Merlin Daleman

‘Toen ik dik tien jaar geleden voor crisispleegzorg koos, kreeg ik cursussen. Jeugdzorg kwam op bezoek, heeft contact met mijn pleegzoon om te horen hoe het volgens hem gaat en houdt alles goed in de gaten. Dat ken ik helemaal niet van vroeger. Ik kan mij niet herinneren dat er ooit iemand kwam kijken om te zien hoe het met mij ging. Hadden ze dat maar gedaan. Dan had ik meteen gevraagd of ze mij daar weg konden halen.

„De mensen bij wie ik woonde, waren niet geschikt als ouders. Meneer werd continu overal ontslagen waardoor mevrouw moest bijspringen. De kinderen, ze hadden er zelf ook vijf, leefden meer op straat dan dat ze thuis waren. Gezelligheid of warmte was er niet. Als er werd gelachen, was dat omdat er iemand werd uitgelachen. Ik trok me zoveel mogelijk terug op mijn kamer en verdween in mijn boeken. Ik hield en houd enorm van lezen.

„Geen idee wat hun motivatie was om een pleegkind in huis te nemen. Ik heb dat nooit aan ze gevraagd. En ik heb ook geen dossier. Ze zeiden altijd dat mijn biologische moeder mij had weggedaan. Ik ben als baby bij de nonnen in Utrecht of Zeist terechtgekomen. Daarna heb ik even bij een ander pleeggezin gewoond, en toen kwam ik bij deze familie terecht. Het interesseert mij niet hoe het allemaal precies is gegaan. Het verandert niets aan de situatie of ik het wel of niet begrijp. Ik heb het overleefd.

„Toen ik daar op mijn zestiende vertrok, kon het echte leven beginnen. Al had ik geen idee wat dat was. Ik dacht: ‘wat doen normale mensen?’. Nou, die werken en leven. Dus dat ging ik ook doen. Ik had allerlei baantjes. Van caissière tot krantenbezorger. En ik kreeg een studiebeurs, omdat ik net zoals mijn vriendinnen een middelbare beroepsopleiding tot chemisch analist ging doen. Ik koos de korte opleiding, maar kreeg al snel te horen dat ik daar te slim voor was. Ik had geen idee. Aan school had ik nauwelijks meer wat gedaan sinds ik klappen kreeg van mijn pleegouders omdat ik betere cijfers haalde dan hun eigen kinderen.

‘Na mijn opleiding deed ik jarenlang nachtdiensten in laboratoria. Lekker rustig. Niet veel mensen om mij heen. Maar het werk was weinig uitdagend. In die tijd waren er ook veel vacatures in de zorg en daarom liet ik me omscholen tot psychiatrisch verpleegkundige. Dat hield ik niet lang vol nadat ik met jongeren was gaan werken. Ik wilde ze graag helpen, maar soms lukte dat niet. Eén jongen staat mij nog heel helder bij: hij was allergisch voor de enige medicatie die hem nog een beetje een normaal leven kon geven. Zo verdrietig. Mijn hart brak.

Ze zeiden dat mijn biologische moeder mij had weggedaan

„Niet lang daarna werd ik zwanger en de vader vertrok met de noorderzon. Ik ben toen thuisblijfmoeder geworden, want ik vond dat ik mijn kind een gelukkige jeugd en een goede basis moest geven. Ik heb geen seconde getwijfeld of ik dat kon. Ik las opvoedingsboeken en sprak veel met de vroedvrouw toen ik zwanger was. En ik wist natuurlijk heel goed hoe het niet moest. Toen Beau vijf jaar was, ging ik de administratie van een kinderdagverblijf doen en daarna werd ik technisch onderwijsassistent. En daar belande ik op mijn plek: het onderwijs. Ik werd invaller voor natuur-, schei- en wiskunde.

„Jarenlang ging dat goed, maar ik had natuurlijk helemaal geen papieren. Rond 2017 werd het opeens een enorm ding of je als docent wel of niet bevoegd was. Ik probeerde in deeltijd mijn diploma te halen zodat ik als wiskundedocent kon blijven werken. Maar na twee jaar ben ik afgehaakt. Ik moest dingen leren die ik op de vmbo-school waar ik werk, nooit zal gebruiken. Daarop werd ik leerlingbegeleider en coördinator duurzaamheid. Inmiddels geef ik ook les in duurzaamheid.

„Voor mij gaat duurzaamheid niet over het opruimen van plastic of het isoleren van je huis, maar over de keuzes die je maakt. Prima wat je kiest, maar doe dat wel op basis van kennis. Dus weet wat de gevolgen zijn als je iedere maand nieuwe kleding koopt. En wat het effect is als de verwarming altijd op 24 graden staat. Ik vraag mijn leerlingen altijd om alles thuis te bespreken. Zodat het gesprek tussen ouders en kinderen wordt gevoerd. Zo probeer ik ook de ouders een beetje op te voeden.

„Als leerlingbegeleider zie ik regelmatig dezelfde kinderen. Ik ga het liefst hard met ze aan de slag in de schooltuin. Ondertussen vraag ik wat er aan de hand is. Hoe hun leven eruitziet. Zo’n gesprek met een kind vind ik makkelijker dan met een volwassene. Vroeger dacht ik altijd dat ik volwassenen eng vond, maar ik geloof dat ik ze vooral onbetrouwbaar vind. Dat zal wel door mijn verleden komen. Ik werk liever in hun tuin dan dat ik bij ze op de koffie ga. Familie zegt mij niets. Vriendschappen kan ik begrijpen. Maar familie? Nee, daar heb ik niets mee – al heb ik een zoon, en vang ik al tien jaar een jongetje op als het bij hem thuis niet lekker loopt. Ik zie mensen als individu. Als waardevol individu. En als ik een kind kan helpen, dan doe ik dat.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl